Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- vernietiging van het vonnis van de rechtbank;
- veroordeling van verdachte voor de onder 1 (bedreiging [benadeelde 1] ), 2 primair (poging doodslag [benadeelde 2] ) en 3 primair (poging doodslag [slachtoffer ] ) ten laste gelegde feiten tot een gevangenisstraf van 6 jaren, met aftrek van het voorarrest;
- gelasten van een bevel tot gevangenneming.
Het vonnis
- verdachte vrijgesproken voor de onder 2 primair (poging doodslag [benadeelde 2] ), 2 subsidiair (poging zware mishandeling [benadeelde 2] ), 3 primair (poging doodslag [slachtoffer ] ), 3 subsidiair (poging zware mishandeling [slachtoffer ] ) en 3 meer subsidiair (mishandeling [slachtoffer ] ) ten laste gelegde feiten;
- verdachte veroordeeld voor de onder 1 (bedreiging [benadeelde 1] ) en 2 meer subsidiair (bedreiging [benadeelde 2] ) ten laste gelegde feiten tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van het voorarrest;
- de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaard in de vorderingen tot schadevergoeding.
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 1 januari 2025 te [plaats 1] [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een (vuur)wapen (van korte afstand) te richten op het hoofd, althans het lichaam, van die [benadeelde 1] .2. primair
hij op of omstreeks 1 januari 2025 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde 2] opzettelijk van het leven te beroven, hebbende, verdachte, (meermaals) met een (vuur)wapen (van korte afstand) geschoten op die [benadeelde 2] , althans in de richting van die [benadeelde 2] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
hij op of omstreeks 1 januari 2025 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [benadeelde 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hebbende, verdachte, (meermaals) met een (vuur)wapen (van korte afstand) geschoten op die [benadeelde 2] , althans in de richting van die [benadeelde 2] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
hij op of omstreeks 1 januari 2025 te [plaats 1] [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door (meermaals) met een (vuur)wapen op die [benadeelde 2] te schieten, althans (meermaals) in de richting van die [benadeelde 2] te schieten met een (vuur)wapen.
hij op of omstreeks 1 januari 2025 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer ] van het leven te beroven, hebbende, verdachte, (meermaals) met een vuurwapen geschoten, waarbij die [slachtoffer ] is geraakt in zijn been, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
hij op of omstreeks 1 januari 2025 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer ] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hebbende, verdachte, (meermaals) met een vuurwapen geschoten, waarbij die [slachtoffer ] is geraakt in zijn been, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
hij op of omstreeks 1 januari 2025 te [plaats 1] [slachtoffer ] heeft mishandeld, door met een vuurwapen te schieten in het been van die [slachtoffer ] .
Bewijsoverweging feiten 1, 2 primair en 3 primair
De door het hof gebezigde bewijsmiddelen
het hof begrijpt: [verdachte] , verdachte) kwam in mijn richting lopen. [verdachte] sloeg mij tegen mijn hoofd. Ik heb [verdachte] hierop teruggeslagen. Toen ik [verdachte] sloeg, viel hij op de grond. Toen [verdachte] opstond vanaf de grond, zag ik dat hij een normaal pistool gepakt had en in zijn rechterhand hield. Dat pistool richtte [verdachte] op mij. Ik hoorde een knal. Ik raakte in paniek en trok [naam 1] voor mij. Ik schrok mij kapot en realiseerde mij dat [verdachte] een echt pistool had en mij probeerde te doden. Ik vreesde voor mijn eigen leven en hoopte dat hij zo niet zou schieten. [verdachte] kwam naar mij toe lopen en richtte, op nog geen meter, het pistool weer op mijn hoofd. Ik had [naam 1] nog steeds vast en duwde die tussen mij [verdachte] in, zodat [verdachte] niet kon schieten. Ik hoorde nog een aantal knallen.
[benadeelde 1] een paar klappen in het gezicht. [verdachte] heeft twee keer geschoten op [benadeelde 1] en ook nog een keer op [benadeelde 2] .
mee geschoten heeft.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 1 januari 2025, opgenomen op pagina 59 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer ] :
8. Een schriftelijk bescheid ‘Geneeskundige verklaring’ d.d. 1 januari 2025, opgenomen op pagina 65 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [hulpverlener] :
9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 april 2025, opgenomen als aanvullend proces-verbaal bij voornoemd dossier, inhoudend als relaas van [verbalisant] :
Bewezenverklaring
hij op 1 januari 2025 te [plaats 1] [benadeelde 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door een (vuur)wapen (van korte afstand) te richten op het hoofd en het lichaam, van die [benadeelde 1] .
hij op 1 januari 2025 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [benadeelde 2] opzettelijk van het leven te beroven, hebbende, verdachte, meermaals met een vuurwapen (van korte afstand) geschoten op die [benadeelde 2] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
hij op 1 januari 2025 te [plaats 1] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer ] van het leven te beroven, hebbende, verdachte, met een vuurwapen geschoten, waarbij die [slachtoffer ] is geraakt in zijn been, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf
- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke te plegen feiten worden opgelegd;
- de omstandigheid dat verdachte schuldig heeft gemaakt aan twee keer poging tot doodslag door te schieten met een vuurwapen. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging door het vuurwapen te richten op het slachtoffer. Verdachte heeft tijdens de jaarwisseling, midden op straat en in nabijheid van meerdere personen, tijdens een vechtpartij met een (vuur)wapen op korte afstand meerdere keren geschoten en een slachtoffer hiermee bedreigd. Voorts heeft verdachte één schot gelost, dat een zestienjarige jongen heeft geraakt in zijn onderbeen, die zich aan de andere kant van de straat stond te kijken naar een brandje en niets met de ruzie te maken had. Verdachte heeft een zeer gevaarlijke situatie laten ontstaan door volstrekt roekeloos een vuurwapen te hanteren. Het risico dat (een van de) aangevers door het handelen van verdachte van het leven zou worden beroofd, is telkens groot geweest. Het handelen van verdachte getuigt van gebrek aan respect voor het leven en de gezondheid van anderen.
- de omstandigheid dat het opzettelijk een ander mens van het leven proberen te beroven behoort tot de zwaarste categorie van strafbare feiten die het Wetboek van Strafrecht kent. Door dergelijke misdrijven wordt de rechtsorde ernstig geschokt. In de samenleving worden daardoor gevoelens van onrust en onveiligheid teweeg gebracht. Daarnaast leidt een dergelijk feit vaak tot hevige en langdurige gevoelens van angst en onveiligheid bij slachtoffers en getuigen. Dat dat ook in deze zaak het geval is, is onder meer gebleken uit de omstandigheid dat de slachtoffers die onderdeel waren van de vechtpartij aanvankelijk geen aangifte durfden te doen.
- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 januari 2026, waaruit volgt dat de verdachte eerder onherroepelijk voor soortgelijke en andersoortige strafbare feiten is veroordeeld. De verdachte is op 24 september 2020 onherroepelijk veroordeeld, waarbij aan hem een ISD-maatregel is opgelegd. Deze veroordeling heeft hem er kennelijk niet van weerhouden opnieuw een strafbaar feit te plegen. Het hof weegt een en ander in strafverzwarende zin mee bij de strafoplegging. Voorts heeft het hof rekening gehouden met de toepassing van artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- de inhoud van het reclasseringsrapport van 8 juli 2025, waaruit volgt dat verdachte op zwakbegaafd niveau functioneert en niet in staat is om met complexe
Bevel gevangenneming
Wetsartikelen
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) jaren.