Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De toelichting van de beslissing van het hof
Ik heb de volgende bedragen voorgeschoten: Bijdrage trouwfeest – 10.000 (…)’. Verder legt de man (productie 31 in eerste aanleg) WhatsAppverkeer over diverse uitgaven over. Daaruit blijkt duidelijk dat daar overleg over plaatsvindt.
terugbetaling lening verbouwing’. Het hof passeert dan ook de stelling van de vrouw, eerst in hoger beroep gedaan, dat van een geldleningovereenkomst in het geheel geen sprake is (geweest). Deze stelling komt het hof onwaarachtig voor en is in strijd met haar eerdere stellingen in eerste aanleg: haar verklaringen over de terugbetalingen tot een bedrag van € 77.000 en de eenstemmigheid van partijen in eerste aanleg dat het geleende bedrag ziet op kosten die verbonden zijn aan de woning van de vrouw en het feit dat uit een bankafschrift blijkt dat sprake is van een lening van de man aan de vrouw. Maar ook haar tegenstrijdige stellingen in hoger beroep: dat de man zijn vordering tegenover haar heeft prijsgegeven en haar de openstaande schuld heeft kwijtgescholden en dat zij de lening inmiddels geheel heeft afgelost. Dat sprake is van een lening staat dan ook naar het oordeel van het hof onverkort vast. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het totaal door de vrouw aan de man verschuldigde bedrag € 107.404,97 bedraagt.