ECLI:NL:GHARL:2026:1503
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek gericht tegen het gehele gerechtshof
Verzoeker heeft bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een wrakingsverzoek ingediend in de beklagzaak K26/210120. Dit verzoek was gericht tegen het gehele college van het gerechtshof. Op grond van artikel 4, tweede lid onder e, van het Wrakingsprotocol van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kan een wrakingsverzoek dat tegen het gehele college is gericht zonder behandeling ter zitting als niet-ontvankelijk worden verklaard.
Het hof heeft verzoeker reeds op 26 februari 2026 niet-ontvankelijk verklaard in het eerste wrakingsverzoek. Verzoeker heeft vervolgens opnieuw wraking verzocht met brieven van eind februari en begin maart 2026, maar ook deze verzoeken waren gericht tegen het gehele college. De wrakingskamer heeft daarom ook dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard en volstaat met een schriftelijke afdoening.
De wrakingskamer heeft geen inhoudelijke behandeling van het verzoek kunnen verrichten vanwege de niet-ontvankelijkheid. De beslissing is op 9 maart 2026 uitgesproken door voorzitter A. van Maanen en raadsheren R. Feunekes en R. den Ouden, waarbij laatstgenoemden niet in staat waren de beslissing mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat dit was gericht tegen het gehele college van het gerechtshof.