ECLI:NL:GHARL:2026:1390

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
6 maart 2026
Zaaknummer
21-002099-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36b SrArt. 36c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor het voorhanden hebben van een revolver en munitie in strijd met de Wet wapens en munitie

Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het bezit van een revolver van het merk Arminius, model HW38, kaliber .38 Special, en zes scherpe patronen van categorie III. Het hof achtte bewezen dat verdachte op 16 februari 2025 in Nederland, al dan niet samen met anderen, deze wapens en munitie voorhanden had.

De politierechter had verdachte reeds veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof vernietigde dit vonnis om redenen van doelmatigheid en deed opnieuw recht, waarbij het dezelfde straf oplegde.

Het bewijs bestond uit verklaringen van verdachte zelf, die aanvankelijk het bezit van het vuurwapen bekende, en het proces-verbaal waarin het wapen en de munitie werden aangetroffen. Verdachte ontkende later, maar verscheen niet bij het hof om dit toe te lichten, waardoor het hof zijn eerdere bekentenissen aanhield.

Het hof hield rekening met het strafblad van verdachte, een reclasseringsrapport dat delictgerelateerde factoren zoals impulsiviteit en middelengebruik vermeldde, en de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden legde het hof een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op.

Daarnaast werd de in beslag genomen munitie, waaronder een gaspatroon, onttrokken aan het verkeer vanwege het algemeen belang en de wet. Het arrest werd uitgesproken op 20 februari 2026 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, voor het bezit van een revolver en scherpe munitie.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-002099-25
Uitspraakdatum: 20 februari 2026
VERSTEK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Almere , van 24 april 2025 met parketnummer 16-052769-25 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1962 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 20 februari 2026 en wat op de zitting bij de rechtbank besproken is.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.

Het vonnis

Bij vonnis, waartegen het hoger beroep is gericht, heeft de politierechter verdachte ten aanzien van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de politierechter de in het kader van deze zaak in beslag genomen munitie zoals vermeld op de beslaglijst (te weten kort gezegd: een gaspatroon) onttrokken aan het verkeer.
Het hof vernietigt het vonnis om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 16 februari 2025 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, van het merk Arminius, model HW38, kaliber .38 Special, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool en/of
- zes scherpe patronen van categorie III (van de/het merk(en) S&B en/of Starline, kaliber .38 Special) voorhanden heeft gehad.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsoverweging

Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan. De bewezenverklaring is toen mondeling gemotiveerd.
Het hof is, net als de politierechter, van oordeel dat er voldoende bewijs is om vast te kunnen stellen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van dat bewijs. Als cassatie wordt ingesteld, neemt het hof de bewijsmiddelen op in een aanvulling op dit arrest.
Uit het proces-verbaal van bevindingen van 17 februari 2025 volgt dat in het schoudertasje van medeverdachte [medeverdachte] , die op het moment van staandehouding bij verdachte in de auto zat, een vuurwapen is aangetroffen. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 31 maart 2025 volgt dat dit vuurwapen een wapen in de zin van artikel 1 van Pro de Wet wapens en munitie is en dat het betreffende vuurwapen en de daarin aangetroffen munitie onder categorie III vallen. Verdachte heeft drie keer een (bekennende) verklaring afgelegd dat het vuurwapen van hem was. Eerst vlak na zijn aanhouding op 16 februari 2025 tegenover de politie, vervolgens tegenover de politie tijdens zijn verhoor op 17 februari 2025 en tot slot tegenover de rechter-commissaris op 20 februari 2025. Pas bij de politierechter wordt (namens verdachte) naar voren gebracht dat het vuurwapen toch niet van hem was. Hoewel verdachte ten aanzien hiervan een aanvullende verklaring wenste af te leggen, is hij niet bij de zitting van het hof verschenen om zijn gewijzigde verklaring toe te lichten. Gelet op het voorgaande gaat het hof voorbij aan de door de raadsman bij de politierechter naar voren gebrachte ontkennende verklaring van verdachte. Het hof houdt verdachte aan zijn eerdere bekennende verklaringen en komt daarom tot een bewezenverklaring van het in vereniging voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op 16 februari 2025 te [plaats] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een revolver, van het merk Arminius, model HW38, kaliber .38 Special, zijnde een vuurwapen in de vorm van een revolver en
- zes scherpe patronen van categorie III (van de merken S&B en Starline, kaliber .38 Special) voorhanden heeft gehad.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Het hof heeft onmiddellijk na het onderzoek ter terechtzitting uitspraak gedaan. De strafoplegging is toen mondeling gemotiveerd.
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich op 16 februari 2025 schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie in het openbaar. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie brengt grote risico’s met zich voor de veiligheid van personen. Het bezit daarvan leidt maar al te vaak tot het gebruik daarvan, met alle mogelijke gevolgen van dien. Het hof rekent verdachte extra aan dat het vuurwapen was geladen met scherpe patronen.
Wat betreft de persoon van verdachte heeft het hof gelet op het strafblad van verdachte van 22 januari 2026, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden (alleen) voor andersoortige feiten onherroepelijk is veroordeeld.
Verder heeft het hof kennisgenomen van het verdachte betreffende reclasseringsrapport van 16 april 2025. Hieruit volgt onder meer dat het middelengebruik en de houding van verdachte worden gezien als delictgerelateerde factoren. Ook het sociale netwerk en psychosociaal functioneren van verdachte worden gezien als mogelijk delictgerelateerde factoren. Verdachte is impulsief, inadequaat in zijn handelen en heeft een beperkt oplossend vermogen. Er is daarnaast sprake van instabiliteit op veel leefgebieden en er zijn gezondheidsproblemen.
Het hof heeft daarnaast gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Hieruit volgt dat voor het in een openbare ruimte aanwezig hebben van een revolver een gevangenisstraf van 8 maanden het oriëntatiepunt is. Daarnaast heeft verdachte scherpe munitie voorhanden gehad.
Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte onvoldoende aanleiding om in grote mate af te wijken van de oriëntatiepunten. Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden wel aanleiding om een deels voorwaardelijke straf op te leggen.
Alles afwegende acht het hof, net als de politierechter, de oplegging van een gevangenisstraf van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de periode die verdachte in voorarrest heeft gezeten, passend en geboden.

Beslag

Op basis van het dossier en de beslaglijst van 24 april 2025 stelt het hof vast dat het bij verdachte en medeverdachte [medeverdachte] aangetroffen vuurwapen en munitie in beslag zijn genomen. Verdachte heeft bij de politie afstand gedaan van het vuurwapen, maar niet (expliciet) van de munitie, zijnde de scherpe patronen in het vuurwapen en het in de plastic tas met spullen van verdachte aangetroffen gaspatroon Wadie 9mm (PL0900-2025051077-3483998). Het gaspatroon is aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door verdachte begane feit en kan dienen tot het begaan van een soortgelijk feit.
Het hof zal de in beslag genomen munitie onttrekken aan het verkeer, omdat ten aanzien van de munitie in het vuurwapen het bewezenverklaarde met betrekking tot deze voorwerpen is begaan, terwijl ten aanzien van alle in beslag genomen munitie geldt dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36c en 36d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt de
onttrekking aan het verkeervan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
6 STK Munitie (Omschrijving: PL0900-2025051077-3483681 Kogelpatroon, twee
verschillende soorten alle uit de trommel)
1 STK Munitie (Omschrijving: PL0900-2025051077-3483998|Gaspatroon, Wadie).
Dit arrest is gewezen door mr. F.E.J. Goffin, mr. T.H. Bosma en mr. F. van der Maden, in aanwezigheid van de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 20 februari 2026.