Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De bevoegdheid van de Nederlandse rechter en het toepasselijke recht
3.De kern van de zaak
4.De toelichting op de beslissing van het hof
zijnweg ligt om feiten en omstandigheden aan te voeren die de conclusie kunnen dragen dat hij in 2018 als huurder
niettekortschoot, althans dat dat tekortschieten een ontbinding van de huurovereenkomst
nietrechtvaardigde. Dat betekent dat hij in dit hoger beroep moet bewijzen dat geen sprake was van aan hem toe te rekenen overlast en ongewenst gedrag, zoals schreeuwen, harde muziek draaien, pesterijen en het saboteren van nutsvoorzieningen en het door hem veroorzaken van dreigende situaties.
Overlast tot aan de escalatie in februari 2018en
De escalatie
in februari 2018. In aanvulling daarop bespreekt het hof het door [geïntimeerde] niet prijsgegeven verwijt dat [appellant] onbevoegd een
muur in het gehuurdeheeft doorgebroken.
het hof leest: 2015) bedreigde [appellant] (lees [appellant] , hof) twee broers telefonisch met de dood… Eerder had de vriendin van [appellant] het moeten ontgelden. Hij deelde een klap uit, kneep haar keel dicht en ging op haar buik zitten. Kort daarna kreeg een huurder van [appellant] in [plaats1] een kaakslag, omdat hij achter zou lopen met de betaling van de huur. De verdachte ontkende de geweldsdaden. De bedreigingen waren spreekwoordelijk bedoeld, in de zin van 'ik kan jullie wel wat aandoen'. Ook zei hij zich niet alles meer te kunnen herinneren, wat [appellant] weet aan zijn verslaving aan de partydrug GHB. ,,Daardoor krijg je geheugenverlies."… Uit psychiatrisch onderzoek is gebleken dat [appellant] narcistisch gedrag vertoont en lijdt aan een psychotische stoornis, mede veroorzaakt door drugs’.
welis tekortgeschoten, zou zij daarin zijn geslaagd. [appellant] heeft [naam1] immers toegestaan investeringen te doen in het gehuurde voordat [naam1] had voldaan aan de voorwaarde dat hij eerst € 50.000,- zou betalen ‘voor de overname’. [appellant] heeft [naam1] enerzijds als onderhuurder een betalingsverplichting opgelegd waarvoor geen enkele rechtvaardiging is gegeven en anderzijds feitelijk mogelijk gemaakt dat [naam1] de door hem gehuurde ruimte eerder in gebruik ging nemen, terwijl nog niet was voldaan aan de gemeentelijke eisen en zelfs nog een vergunning moest worden aangevraagd voor het aanleggen van een afvoerpijp . Toen [appellant] na 1 februari consequenties wilde verbinden aan het feit dat deze ‘goodwill’ nog niet was betaald, werd al snel duidelijk dat [naam1] die consequenties niet accepteerde en dat een grote inzet van politie nodig was om de gemoederen tot bedaren te brengen. Het getuigt van slecht onderverhuurderschap (en daarmee van slecht huurderschap tegenover [geïntimeerde] ) om in een dergelijke situatie maatregelen te nemen die verdere escalatie zo goed als onvermijdelijk maakten, met alle gevolgen van dien voor de kleine woongemeenschap waarin een en ander zich afspeelde.