ECLI:NL:GHARL:2026:1103

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
200.349.927/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230m BWArt. 6:230i lid 1 BWArt. 3c lid 1 WarmtewetArt. 3c lid 2 WarmtewetArt. 3:40 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof bevestigt geldige opzegging warmtelevering ondanks informatieplichtschending

MeppelEnergie en [geïntimeerde] zijn in geschil over de opzegging van een warmteleveringsovereenkomst. [geïntimeerde] had de overeenkomst opgezegd na tariefwijzigingen, maar MeppelEnergie weigerde de opzegging te accepteren met een beroep op artikel 3c lid 2 Warmtewet, vanwege financieel nadeel voor het kleine warmtenet.

De kantonrechter had de opzegging rechtsgeldig verklaard, maar MeppelEnergie ging in hoger beroep. Het hof oordeelde dat MeppelEnergie niet had voldaan aan de informatieplicht uit artikel 6:230m BW over beperkingen van de opzeggingsmogelijkheid, waardoor zij zich niet op artikel 3c lid 2 Warmtewet kon beroepen.

Het hof vernietigde artikel 2 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden, omdat daarin een onvoorziene beperking op de opzegmogelijkheid was opgenomen zonder juiste informatieverstrekking. De leveringsovereenkomst is rechtsgeldig opgezegd en eindigt op een door [geïntimeerde] te bepalen datum met een opzegtermijn van minimaal vier weken.

De vordering van [geïntimeerde] tot gedeeltelijke terugbetaling van kosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. MeppelEnergie werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van het hoger beroep van [geïntimeerde].

Uitkomst: De opzegging van de warmteleveringsovereenkomst is rechtsgeldig, artikel 2 lid 3 van de algemene voorwaarden wordt vernietigd en MeppelEnergie wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.349.927/01
zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 10712738
arrest van 24 februari 2026
in de zaak van
MeppelEnergie B.V.(MeppelEnergie)
die is gevestigd in Meppel
advocaat: mr. M.A.M. Lenferink
en
[geïntimeerde]
die woont in [woonplaats]
advocaat: mr. J. Velten

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

MeppelEnergie heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, op 10 september 2024 tussen partijen heeft uitgesproken. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
• de dagvaarding in hoger beroep
• de memorie van grieven
• de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep
• de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep.

2.De kern van de zaak

2.1
[geïntimeerde] heeft met MeppelEnergie een overeenkomst gesloten tot het leveren van warmte. Hij heeft die overeenkomst opgezegd, nadat MeppelEnergie nieuwe tarieven aan hem heeft meegedeeld. MeppelEnergie accepteert die opzegging niet, gelet op de financiële gevolgen die de ontbinding van de overeenkomst zou hebben. Dit geschil heeft de volgende achtergrond.
2.2
MeppelEnergie is netbeheerder en energieleverancier van een warmtenet in de [wijk] in Meppel. Dit warmtenet bestaat uit een installatie die ruim 400 woningen voorziet van zowel verwarming als koeling (koude).
2.3
[geïntimeerde] is met ingang van 3 december 2020 een overeenkomst aangegaan met MeppelEnergie voor de levering van warmte voor ruimteverwarming, warm tapwater en koude. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden levering warmte en koude voor verbruikers met een aansluiting van maximaal 100 kW van toepassing. Deze voorwaarden bevatten de volgende bepalingen:
Artikel 2 lid Pro 1, eerste volzin
Een aanvraag voor het tot stand brengen van een aansluiting of tot uitbreiding of wijziging van een bestaande aansluiting geschiedt door het indienen van een daartoe door het bedrijf verstrekt formulier, dan wel op een andere door het bedrijf toegestane wijze.
Artikel 2 lid Pro 3, eerste volzin
Het bedrijf is bevoegd niet over te gaan tot het tot stand brengen, uitbreiden of wijzigen van een aansluiting dan wel hiervoor bijzondere voorwaarden te stellen, om aldus te voorkomen dat de belangen van het bedrijf of die van één of meerdere aanvragers of verbruikers worden geschaad.
Artikel 6 lid Pro 6
Zowel de verbruiker als het bedrijf kunnen de overeenkomst tot levering opzeggen. Opzegging door de verbruiker dient met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal 30 (dertig) dagen te geschieden. Opzegging door het bedrijf dient gemotiveerd en schriftelijk te geschieden en is slechts mogelijk in geval van zwaarwichtige belangen en met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal 90 (negentig) dagen.
Artikel 23 lid Pro 1
Deze algemene voorwaarden en de op grond daarvan van toepassing zijnde voorschriften en regelingen kunnen door het bedrijf worden gewijzigd. Wijzigingen van de voorwaarden worden tenminste tien kalenderdagen vóór inwerkingtreding bekend gemaakt. Tariefswijzigingen worden uiterlijk op de dag van inwerkingtreding bekend gemaakt. Wijzigingen treden in werking op de in de bekendmaking vermelde datum.
Artikel 23 lid Pro 4
Wijzigingen gelden ook ten aanzien van reeds bestaande overeenkomsten. Indien een verbruiker een wijziging niet wenst te accepteren, kan hij de overeenkomst opzeggen overeenkomstig het bepaalde in artikel 6 lid 6 van Pro deze algemene voorwaarden.
2.4
Op 29 december 2022 heeft [geïntimeerde] een e-mail aan MeppelEnergie verzonden waarin hij meedeelt de overeenkomst te willen ontbinden. Op 18 januari 2023 heeft MeppelEnergie hem laten weten geen gevolg te kunnen geven aan de opzegging. In een brief van 7 april 2023 is dat als volgt toegelicht:
“Wij betwisten dat van een rechtsgeldige opzegging sprake is. Wij verwijzen in dit kader naar artikel 3c lid 2 van de Warmtewet, waarin is geregeld dat de leverancier aan de opzegging geen gevolg hoeft te worden gegeven indien beëindiging technisch niet mogelijk is (sub a) of indien beëindiging van de levering leidt tot aanzienlijk blijvend nadeel voor een andere verbruiker (sub b).
Van een aanzienlijk blijvend nadeel voor andere verbruikers is in dit geval sprake. Wij (MeppelEnergie) hebben uw cliënt al eerder laten weten dat wij een klein warmtenet met een beperkt aantal aansluitingen exploiteren. Ook hebben wij daarbij aangegeven dat de opzegging van (een) leveringsovereenkomst(en) leidt tot een zodanig verslechtering van de financiële situatie van de leverancier dat de warmtelevering aan de overige aangeslotenen in gevaar komt.
In de toelichting bij de totstandkoming van artikel 3c van de Warmtewet (Kamerstukken II 2016/1 7, 34 723, nr. 3 (MvT)) heeft de wetgever gekozen voor een vrij open norm omdat er zich bij warmtenetten veel verschillende situaties kunnen voordoen. Het voorgaande standpunt wordt als voorbeeld in de toelichting benoemd. Wij (MeppelEnergie) dienen als warmteleverancier te zorgen voor een betrouwbare en betaalbare warmtevoorziening voor haar afnemers. Dit kunnen wij alleen doen met een gezonde bedrijfsvoering. Voor MeppelEnergie is het daarbij cruciaal dat er geen leegloop plaatsvindt en dat de bestaande leveringsovereenkomsten intact blijven. Wij verwachten dat wij bij leegloop de warmtelevering op enig moment niet zullen kunnen blijven voortzetten. Op een relatief klein netwerk telt elke opzegging, aangezien deze opzegging immers rechtstreeks invloed heeft op de levensvatbaarheid van onze bedrijfsvoering. Wij menen om die reden dan ook dat wij met een beroep op artikel 3c lid 2 van de Warmtewet geen gevolg hoeven te geven aan de opzegging van de leveringsovereenkomst van uw cliënt.”
2.5
Omdat partijen hun geschil onderling niet konden oplossen, heeft [geïntimeerde] gevorderd dat de kantonrechter uitspreekt (voor recht verklaart) dat de overeenkomst wel op rechtsgeldige wijze is opgezegd en uiterlijk in het derde kwartaal van 2025 eindigt op een nader door [geïntimeerde] aan MeppelEnergie aan te geven datum, onder veroordeling van MeppelEnergie tot betaling van kosten.
2.6
De kantonrechter heeft deze vorderingen toegewezen. De bedoeling van het hoger beroep van MeppelEnergie is dat alsnog afwijzing volgt en [geïntimeerde] wordt veroordeeld tot terugbetaling van wat zij ter uitvoering van het bestreden vonnis aan [geïntimeerde] heeft voldaan.
2.7
[geïntimeerde] heeft zijn vordering in het hoger beroep gewijzigd. Hij vraagt het hof te bepalen dat de overeenkomst eindigt op een nader door [geïntimeerde] te bepalen datum (na het derde kwartaal van 2025, dat inmiddels is verstreken), waarbij hij een termijn van ten minste vier weken in acht zal nemen. Ook vraagt hij een verklaring voor recht dat de overeenkomst gedeeltelijk is vernietigd, met veroordeling van MeppelEnergie tot betaling van € 3.391,31 en van kosten. Tegen de wijziging is op zichzelf geen bezwaar gemaakt en het hof ziet ook geen reden om deze te weigeren.
2.8
Het hof zal beslissen dat de overeenkomst gedeeltelijk moet worden vernietigd. Ook zal het hof bepalen dat de overeenkomst eindigt op een nader door [geïntimeerde] te bepalen datum, waarbij hij een termijn van ten minste vier weken in acht zal nemen. De vordering van [geïntimeerde] tot betaling van € 3.391,31 met bijkomende bedragen zal worden afgewezen. Dat wordt hierna toegelicht.

3.De toelichting op de beslissing van het hof

Inleiding
3.1
Het hof zal hierna het hoger beroep van MeppelEnergie en [geïntimeerde] in samenhang en thematisch behandelen.
3.2
Eerst nog een processuele overweging: MeppelEnergie heeft de gelegenheid gehad om op de bezwaren (grieven) van [geïntimeerde] te reageren. In haar reactie gaat zij echter vooral uitgebreid in op het antwoord dat [geïntimeerde] heeft gegeven op de eigen bezwaren van MeppelEnergie (het principaal appel). Dat stond haar niet vrij. Het hof zal daarom aan dat deel van de laatste memorie van MeppelEnergie voorbijgaan.
De vraag of de kantonrechter buiten de rechtsstrijd is getreden
3.3
MeppelEnergie maakt er een punt van dat de kantonrechter buiten de grenzen van de rechtsstrijd is getreden (de door partijen zelf getrokken grenzen van het geschil) en daarbij het beginsel van hoor en wederhoor heeft geschonden. De beslissing is namelijk grotendeels opgehangen aan de toepasselijkheid van
artikel 6:230m BW. Deze bepaling en de gevolgen ervan hadden partijen echter helemaal niet aan de orde is gesteld en MeppelEnergie zegt niet de gelegenheid te hebben gekregen daar het hare over te zeggen.
3.4
Het genoemde artikel beschermt de consument die met een handelaar een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte heeft gesloten. Wanneer de overeenkomst voor onbepaalde duur is aangegaan, is de handelaar op grond van deze wettelijke regeling verplicht zijn contractspartijen op duidelijke en begrijpelijke wijze informatie te verschaffen over voorwaarden voor het opzeggen van de overeenkomst. Als die verplichting is geschonden, kan de handelaar (lees: MeppelEnergie) geen beroep op die voorwaarde doen.
3.5
In dit geval heeft MeppelEnergie zich er in de ogen van de kantonrechter op beroepen dat aan de opzegging geen gevolg hoeft te worden gegeven, omdat beëindiging van de levering zou leiden tot aanzienlijk blijvend nadeel voor MeppelEnergie. Deze formulering is ontleend aan een bevoegdheid die de wetgever partijen als MeppelEnergie in
artikel 3c lid 2 aanhef en onder b Warmtewetheeft gegeven. Volgens de kantonrechter doet MeppelEnergie hiermee een beroep op een bestaan van een voorwaarde voor het opzeggen van de overeenkomst, terwijl [geïntimeerde] daarover vooraf niet op duidelijke en begrijpelijke wijze was geïnformeerd.
3.6
Voor het hof staat voorop dat op basis van
artikel 6:230i lid 1 BWniet ten nadele van de consument mag worden afgeweken van wat in de artikelen
6:230m BWis bepaald. De rechter moet ook buiten het debat van partijen om (‘ambtshalve’) onderzoeken of is voldaan aan de in artikel
6:230m lid 1 BWneergelegde (essentiële) informatieplichten. Dat volgt uit de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 12 november 2021. Het gaat dan om informatie die volgens artikel
6:230m lid 1, aanhef, BWop duidelijke en begrijpelijke wijze aan de consument moet worden verstrekt, vóórdat de consument gebonden is aan de overeenkomst. Als niet aan één of meer van dergelijke essentiële precontractuele informatieverplichtingen is voldaan, moet de rechter volgens rechtsoverweging 3.1.12 van de prejudiciële beslissing een doeltreffende, evenredige en afschrikwekkende sanctie toepassen. Dat is verder uitgewerkt in rechtsoverweging 3.1.15 van die beslissing [1] .
3.7
Volgens MeppelEnergie heeft de kantonrechter bij deze ambtshalve te verrichten toets het beginsel van hoor en wederhoor geschonden. Bij die klacht heeft zij echter geen belang omdat dit verweer in het hoger beroep door [geïntimeerde] in ieder geval wel is gevoerd. Hierna zal het hof er een inhoudelijk oordeel over geven. Uitgangspunt daarbij is dat de tussen partijen gesloten overeenkomst tot levering van warmte door [geïntimeerde] door middel van opzegging kan worden ontbonden (
artikel 3c lid 1 Warmtewet). Die bevoegdheid is [geïntimeerde] in de algemene voorwaarden gegeven in het specifieke geval hij een tariefswijziging niet wenst te accepteren (Artikel 23 lid Pro 4). De vraag is dan of in dit geval van dat uitgangspunt kan worden afgeweken.
De aard van de overeenkomst
3.8
MeppelEnergie betwist ‘voor zover nodig’ dat sprake is van een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte in de zin van artikel 6:230g BW. Het hof gaat daaraan voorbij, omdat uit de stukken blijkt dat [geïntimeerde] zich heeft aangemeld door retourzending van een aanmeldformulier. Dat betekent dat het hof zal moeten beoordelen of MeppelEnergie de opzegging heeft mogen weigeren.
Mocht MeppelEnergie de opzegging van de overeenkomst weigeren?
3.9
[geïntimeerde] stelt zich op het standpunt dat MeppelEnergie een beroep heeft gedaan op een voorwaarde die hem bij het aangaan van de overeenkomst niet bekend was. Het hof begrijpt dat de overeenkomst naar zijn mening om die reden moet worden vernietigd voor zover daarin beperkingen worden gesteld aan de mogelijkheid om op te zeggen.
-
Moet MeppelEnergie voldoen aan de informatieplicht die de wetgever in artikel 6:230m BW aan de handelaar heeft opgelegd?
3.1
MeppelEnergie heeft verwezen naar
artikel 3 Warmtewet Pro. Daarin is bepaald dat een in Nederland gevestigde leverancier zoals zijzelf een verbruiker als [geïntimeerde] in aanvulling op de gegevens bedoeld in
artikel 6:230m lid 1 BWeen aantal nader omschreven gegevens verschaft. MeppelEnergie concludeert hieruit dat
artikel 6:230m BWin de Warmtewet niet integraal van toepassing is verklaard en haar om die reden geen informatieplicht oplegt.
3.11
Een dergelijk standpunt is niet alleen strijdig met de richtlijnen van de Europese Unie [2] , maar is ook onverenigbaar met de tekst van de Nederlandse wet zelf, de bedoelingen van de wetgever en het systeem van de wet. De Warmtewet voorziet immers in een informatieverplichting
in aanvulling opde in het BW al geregelde verplichtingen. Op geen enkele wijze heeft de wetgever afbreuk willen (of kunnen) doen aan die laatste regeling. Dat geldt ook voor de sancties die op schending ervan zijn gesteld.
3.12
De vraag is vervolgens of wel sprake is van een voorwaarde die onder deze verplichting valt.
-
Heeft MeppelEnergie een beroep gedaan op een voorwaarde voor opzegging (ontbinding) van de overeenkomst?
3.13
In de ogen van MeppelEnergie bevat
artikel 3c lid 2 Warmtewetgeen voorwaarde voor het opzeggen van de overeenkomst (zoals de voorwaarde dat bij opzegging een vergoeding moet worden betaald). Dit artikel staat namelijk aan die opzegging helemaal niet in de weg. Pas nadien heeft gebruiker (MeppelEnergie) de mogelijkheid om daar in bijzondere gevallen geen gevolg aan te geven. Dat is in haar ogen iets anders.
3.14
Dit verweer kan om de volgende twee redenen niet slagen.
3.15
Ten eerste gaat MeppelEnergie opnieuw uit van een nogal geforceerde, strikt semantische uitleg van de wet. De wetgever heeft namelijk niet bedoeld onderscheid te maken tussen enerzijds de bevoegdheid om een opzegging te weigeren op grond van de gevolgen die dat voor andere afnemers zou hebben, en anderzijds een verbod om op te zeggen om exact diezelfde reden. In beide gevallen kan MeppelEnergie zich erop beroepen dat de belangen van de andere deelnemers aan het warmtenet aan de opzegging in de weg staan. In beide gevallen is dus sprake van een voorwaarde voor het opzeggen van de overeenkomst.
3.16
Ten tweede: MeppelEnergie exploiteert slechts een klein warmtenet met een beperkt aantal aansluitingen. Zij heeft naar eigen zeggen niet de mogelijkheid die exploitatie uit te breiden, en is voor haar voortbestaan zelfs afhankelijk geweest van een kapitaalinjectie van de gemeente. Iedere opzegging van een leveringsovereenkomst leidt tot een zodanige verslechtering van de financiële situatie van MeppelEnergie dat de warmtelevering aan de overige aangeslotenen direct in gevaar komt. Als dat juist is – wat het hof aanneemt – dan komt de redenering van MeppelEnergie er de facto op neer dat niemand ooit kan opzeggen, nu ‘elke opzegging telt´ en het verbod dus voor alle aangesloten consumenten op zou gaan. Die consequentie is in strijd met het hiervoor al genoemde artikel 3c Warmtewet.
3.17
Bij het aangaan van de overeenkomst was dit al voorzienbaar, omdat MeppelEnergie een kleinschalig warmtenet exploiteert en voor kostendekkende exploitatie in haar eigen ogen is vereist dat alle ruim 400 aansluitingen intact en actief blijven. MeppelEnergie heeft niets aangevoerd dat de conclusie zou kunnen dragen dat deze belemmering pas later is opgekomen (in die zin dat [geïntimeerde] er bij het aangaan voor de overeenkomst nog niet voor had kunnen worden gewaarschuwd). MeppelEnergie heeft daarmee niet voldaan aan de verplichting om [geïntimeerde] hierop bij het aangaan van de overeenkomst te wijzen. Integendeel, die overeenkomst biedt [geïntimeerde] ingeval van een tariefswijziging juist uitdrukkelijk een opzeggingsbevoegdheid. Daarmee heeft MeppelEnergie niet voldaan aan de in artikel 6:230m, aanhef en onder o BW neergelegde verplichting om de consument te informeren over (onder meer) de voorwaarden voor het opzeggen van de overeenkomst.
-
Wat zijn de gevolgen van de opzegging van de leveringsovereenkomst?
3.18
Anders dan de kantonrechter heeft overwogen, waren aan de opzegging volgens MeppelEnergie ook andere voorwaarden verbonden. Die hadden betrekking op de aansluiting. Voor die verplichting bepaalt artikel 2.3 van haar algemene voorwaarden dat zij bevoegd is om ‘niet over te gaan tot het tot stand brengen, uitbreiden of wijzigen van een aansluiting (…) om aldus te voorkomen dat de belangen van het bedrijf of die van één of meerdere aanvragers of verbruikers worden geschaad’. Daar doet MeppelEnergie een beroep op: zij heeft na opzegging van de leveringsovereenkomst de bevoegdheid om ofwel (i) het wegnemen van de aansluiting van de woning op het warmtenet te weigeren ofwel (ii) aan het wegnemen van deze aansluiting nadere voorwaarden te stellen. Artikel 2.3 van de voorwaarden strekt zich in deze redenering namelijk ook uit tot het beëindigen van de aansluiting. Omdat [geïntimeerde] een warmtepomp wil gaan installeren, beoogt hij kennelijk een definitieve afsluiting. Dat omvat onder meer het wegnemen van de volledige installatie vanaf de hoofdleiding. Daarvan zal hij dan de kosten moeten dragen. MeppelEnergie zou, aldus nog steeds deze partij, de afsluiting op grond van artikel 2.3 van de algemene voorwaarden ook kunnen weigeren.
3.19
Het is het hof niet duidelijk wat MeppelEnergie hiermee wil zeggen. De bevoegdheid om een vergoeding voor de afsluiting te vragen (of zelfs de bevoegdheid om te weigeren daartoe over te gaan) doet immers niets af aan de schending van de gestelde informatieplicht ten aanzien van de opzegging van de leveringsovereenkomst. De discussie ziet in de kern ook niet op de (fysieke) aansluiting, maar op de levering van warmte en koude. De noodzaak van een aansluiting is daar onlosmakelijk mee verbonden, zowel feitelijk als verbintenisrechtelijk. In het verweer valt niet te lezen dat ten aanzien van de aansluiting in de algemene voorwaarden een voorwaarde is opgenomen. Overigens blijkt ook nergens uit
- mocht dat zijn bedoeld - dat MeppelEnergie de opzegging wel heeft geaccepteerd, maar daaraan de voorwaarde heeft verbonden dat voor de afsluiting zou worden betaald (laat staan dat [geïntimeerde] dat zou hebben geweigerd).
3.2
Anderzijds begrijpt het hof het standpunt van
[geïntimeerde]in dit opzicht zo dat artikel 2.3 van de algemene voorwaarden moet worden vernietigd als MeppelEnergie wordt gevolgd in het standpunt dat die bepaling aan afsluiting in de weg kan staan.
3.21
Dat is terecht: de rechter kan gehouden zijn om ambtshalve een op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten overeenkomst geheel of gedeeltelijk te vernietigen op grond van
art. 3:40 lid 2 BW Proals sprake is van een voldoende ernstige schending van een of meer essentiële informatieplichten. Omdat (i) het hier in de ogen van MeppelEnergie zelf gaat om een opzeggingsvoorwaarde, (ii) de afsluiting volgens haar onlosmakelijk is verbonden met de levering, (iii), MeppelEnergie kosten zegt te verbinden aan de afsluiting en (iv) [geïntimeerde] daarover niet is geïnformeerd, is vernietiging van deze bepaling een doeltreffende, evenredige en afschrikkende sanctie op deze schending.
3.22
Ten aanzien van de schending van de hiervoor besproken informatieverplichting van MeppelEnergie is naar het oordeel van het hof de sanctie op zijn plaats dat MeppelEnergie geen beroep toekomt op artikel 3c lid 2 Warmtewet. Dat betekent dat de leveringsovereenkomst tussen [geïntimeerde] en MeppelEnergie op rechtsgeldige wijze is opgezegd.
De betalingsverplichting en het beroep van [geïntimeerde] op gedeeltelijke nietigheid van de overeenkomst
3.23
Zoals gezegd, kan de rechter gehouden zijn om ambtshalve een op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten overeenkomst geheel of gedeeltelijk te vernietigen op grond van
art. 3:40 lid 2 BW Proals sprake is van een voldoende ernstige schending van een of meer essentiële informatieplichten. Uiteraard kan dat ook naar aanleiding van een daarop toegespitste vordering. [geïntimeerde] doet hier een beroep op, en vordert nu dat de overeenkomst partieel wordt vernietigd, onder de verplichting van MeppelEnergie om 50% van de geïncasseerde bedragen (aan kosten van levering en vastrecht) terug te betalen (€ 6.782,62/2).
3.24
Het hof ziet in de geconstateerde schending van de informatieverplichting onvoldoende aanleiding tot gehele vernietiging van de overeenkomst. Het is het hof verder niet duidelijk welk deel van die overeenkomst in de ogen van [geïntimeerde] op grond van deze redenering zou moeten worden vernietigd. Voor een verdergaande vernietiging dan hiervoor is aangekondigd, ziet het hof ook ambtshalve geen aanleiding. De door [geïntimeerde] gevorderde terugbetaling acht het hof dan ook niet toewijsbaar.
De buitengerechtelijke incassokosten
3.25
De gevorderde incassokosten houden verband met de gevorderde terugbetaling van het bedrag dat volgens [geïntimeerde] onterecht was betaald. Met de afwijzing van deze vordering ligt volgens MeppelEnergie ook de vordering van de buitengerechtelijke incassokosten voor afwijzing gereed.
3.26
Het hof zal niet ingaan op de vraag of dit uitgangspunt juist is, nu [geïntimeerde] erkent dat hij deze vordering niet heeft onderbouwd.
De conclusie
3.27
Het hoger beroep van MeppelEnergie slaagt niet, dat van [geïntimeerde] deels wel. Omdat MeppelEnergie in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof haar veroordelen tot betaling van de proceskosten in haar hoger beroep. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening. [3] De kosten van het hoger beroep van [geïntimeerde] zullen worden gecompenseerd, in de zin dat partijen van dat beroep de eigen kosten moeten dragen, omdat partijen in dat beroep over en weer in het gelijk en in het ongelijk zijn gesteld.

4.De beslissing

Het hof:
4.1
vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 10 september 2024, behalve de beslissingen en 5.3 en 5.4, die hierbij worden bekrachtigd, en beslist
verklaart voor recht dat de leveringsovereenkomst tussen [geïntimeerde] en MeppelEnergie op rechtsgeldige wijze is opgezegd en uiterlijk eindigt op een nader door [geïntimeerde] te bepalen datum, met inachtneming van een termijn van tenminste vier weken;
vernietigt artikel 2 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden levering warmte en koude voor verbruikers met een aansluiting van maximaal 100 kW;
4.2
veroordeelt MeppelEnergie tot betaling van de volgende kosten van haar hoger beroep van [geïntimeerde] :
€ 362 aan procedurele kosten
€ 1.290 aan salaris van de advocaat van [geïntimeerde] (1 procespunt x het toepasselijke tarief II)
4.3
bepaalt dat al deze kosten moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag. Als niet op tijd wordt betaald, dan worden die kosten verhoogd met de wettelijke rente;
4.4
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt van het hoger beroep van [geïntimeerde] ;
4.5
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door M.W. Zandbergen, H. de Hek en W.F. Boele, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op
24 februari 2026.

Voetnoten

2.Zoals de Richtlijn consumentenrechten en de Richtlijn modernisering consumentenbescherming.
3.HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.