Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2026:1075

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
24 februari 2026
Zaaknummer
200.356.686
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:385 lid 1 onder d BWArt. 1:379 lid 2 BWArt. 279 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging ontslag curator en afwijzing machtigingsverzoek in curatelezaak

In deze zaak staat het hoger beroep centraal tegen twee beschikkingen van de kantonrechter: het ontslag van de curator en de afwijzing van een machtigingsverzoek voor advocaatkosten. De voormalig curator en de zus van curanda zijn in hoger beroep gekomen tegen beide beschikkingen. Stichting 's Heeren Loo, de zorginstelling van curanda, heeft verweer gevoerd tegen het ontslag van de curator.

De feiten betreffen een ondercuratelestelling van curanda sinds 1981, met opvolgende curatoren. In 2024 is de toenmalige curator op eigen verzoek ontslagen en is de voormalig curator benoemd. 's Heeren Loo heeft vervolgens verzocht om ontslag van deze curator en benoeming van een onafhankelijke opvolger, vanwege een onwerkbare situatie door gebrek aan vertrouwen.

Het hof weegt de belangen en oordeelt dat het ontslag van de curator terecht is, gezien de langdurige communicatieproblemen en de noodzaak voor rust en goede zorg voor curanda. Het verzoek tot machtiging voor advocaatkosten wordt afgewezen omdat deze kosten niet direct ten goede komen aan curanda, maar aan de curator zelf. De bestreden beschikkingen worden bekrachtigd.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het ontslag van de curator en wijst het verzoek tot machtiging voor advocaatkosten af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.356.686
(zaaknummers rechtbank Gelderland 11322651 en CB33653)
beschikking van 24 februari 2026
inzake
[appellante1] ,
wonende in [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de voormalig curator,
advocaat: mr. I.P. van Rossen,
en
[appellante2] ,
wonende in [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de zus van curanda,
advocaat: mr. I.P. van Rossen,
en
Stichting 's Heeren Loo Zorggroep,
gevestigd in Amersfoort,
verder te noemen: ’s Heeren Loo,
en
[belanghebbende1] ,
wonende in [woonplaats2] ,
verder te noemen: curanda,
en
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jurida B.V.,
gevestigd in Arnhem,
verder te noemen: de curator,
en
[belanghebbende2] ,
wonende in [woonplaats3] ,
verder te noemen: M.J.C. Janssen.

1.De procedure bij de rechtbank

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, locatie Zutphen) van 11 april 2025 (zaaknummer 11322651 over het ontslag van de voormalig bewindvoerder) en 22 april 2025, (zaaknummer CB33653 over het afwijzen van de machtiging), uitgesproken onder voormelde zaaknummers.

2.De procedure bij het hof

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 4 juli 2025;
- een bericht van ’s Heeren Loo van 5 september 2025 met verhinderdata [1] en de mededeling:
Hierbij informeer ik u in de zaak 200.356.686/01 dat stichting 's Heeren Loo zorggroep
mondeling verweer voert ter zitting en geen verweerschrift indient. Zij laat zich niet
bijstaan door een advocaat”;
- een journaalbericht van mr. van Rossen 8 december 2025 met een akte verzoek horen deskundige;
- een bericht van ‘s Heeren Loo van 11 december 2025 met een reactie op het verzoek akte horen deskundige;
- een bericht van het hof van 12 december 2025 aan belanghebbenden waarbij het verzoek om een deskundige te horen op de zitting van 27 januari 2026 is afgewezen;
- een journaalbericht van mr. Van Rossen van 16 januari 2026 met producties 40 en 41.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 27 januari 2026 plaatsgevonden. Verschenen zijn:
- de voormalig curator en de zus van curanda, bijgestaan door mr. Van Rossen;
- [naam1] , [naam2] en [naam3] namens ‘s Heeren Loo.
2.3
Tijdens de mondelinge behandeling hebben mr. Van Rossen en [naam3] spreekaantekeningen voorgedragen en overgelegd, hetgeen is toegestaan op grond van het Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven. Daarbij is ook de spreektijd voor de advocaat en zijn cliënten en ’s Heeren Loo in acht genomen. [2]

3.De feiten

3.1
Bij beschikking van de rechtbank Arnhem van 12 augustus 1981 is een
ondercuratelestelling uitgesproken ten behoeve van curanda wegens een geestelijke
stoornis met benoeming van [naam4] als curator.
3.2
Bij beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Arnhem van 23 februari 2009 is [naam4] op eigen verzoek ontslagen als curator en [appellante2] benoemd als curator.
3.3
Bij beschikking van de kantonrechter van 19 februari 2024, hersteld bij beschikking van 22 februari 2024 is, op eigen verzoek, [appellante2] ontslagen als curator en [appellante1] benoemd als curator.
3.4
Bij verzoekschrift van 24 september 2024 heeft ‘s Heeren Loo de kantonrechter verzocht om de curator te ontslaan en een nieuwe onafhankelijke curator te benoemen.
3.5
Bij de bestreden beschikking van 11 april 2025, zaaknummer 11322651 heeft de kantonrechter [appellante1] , met ingang van 1 mei 2025 ontslagen als curator. De kantonrechter heeft met ingang van diezelfde datum tot opvolgend curator ten behoeve van curanda Jurida B.V. benoemd.
3.6
Bij de bestreden beschikking van 22 april 2025, zaaknummer CB33653 heeft de kantonrechter het verzoek van voormalig curator om machtiging te verlenen voor het in rekening brengen van de kosten voor juridisch advies in haar ontslag uit het vermogen van betrokkene afgewezen.

4.De omvang van het geschil

4.1
De voormalig curator en de zus van curanda
zijn in deze zaken met vijf grieven in hoger beroep gekomen van de beschikking van 11 april 2025. Zij verzoeken vernietiging van de beschikking van 11 april 2025. In dat zelfde beroepschrift zijn de voormalig curator en de zus van curanda ook in hoger beroep gekomen van de beschikking van 22 april 2025. Zij verzoeken die beschikking te vernietigen en het verzoek in eerste aanleg alsnog toe te wijzen.
4.2 ‘
s Heeren Loo heeft tijdens de mondelinge behandeling verweer gevoerd [3] tegen de zaak met betrekking tot de benoeming van de opvolgend curator en verzocht het verzoek af te wijzen.

5.De motivering van de beslissing

Vooraf
5.1
In het beroepschrift dat is ingediend is hoger beroep ingesteld tegen de beschikkingen van 11 maart 2025 en van 22 april 2025. Hiermee is zowel de informatie over de beschikking ten aanzien van het ontslag van de curator als ook de machtigingszaak ter kennis gekomen van alle belanghebbenden. Door deze wijze van procederen is ook één zaaknummer aangemaakt bij het hof. Er is door ‘s Heeren Loo niet inhoudelijk ingegaan op de zaak tegen de beschikking van 22 april 2025, dus in die (machtigings)zaak houdt het hof alleen rekening met hetgeen namens de voormalig curator is aangevoerd in eerste aanleg, in stukken in hoger beroep en ter mondelinge behandeling. Aangezien de zus van curanda geen belanghebbende is in de machtigingszaak, leest het hof het beroepschrift aldus dat het hoger beroep tegen de beschikking van 22 april 2025 alleen is ingesteld door de voormalig curator.
5.2
Hoewel voor ‘s Heeren Loo zich geen advocaat heet gesteld, betekent dit niet, zoals door mr. Van Rossen betoogt, dat zij niet in deze procedure is verschenen. Uit artikel 279 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt dat een opgeroepene ter terechtzitting verschijnt in persoon of bij gemachtigde. Ook in zaken waarin een verzoekschrift of een verweerschrift door een advocaat moet worden ingediend, verschijnt de opgeroepene in persoon en/of bij advocaat. In dit geval is [naam3] met een nog steeds geldige machtiging [4] namens ‘s Heeren Loo in de procedure verschenen en heeft tijdens de mondelinge behandeling het standpunt van ’s Heeren Loo op een juiste wijze naar voren gebracht.
5.3
In eerste aanleg heeft de kantonrechter de producties 32, 33 en 34 van de zijde van ’s Heeren Loo buiten beschouwing gelaten omdat deze een dag voor de mondelinge behandeling zijn ingediend en daartegen door mr. Van Rossen bezwaar was gemaakt. Anders dan mr. Van Rossen aanvoert heeft de kantonrechter deze beslissing gemotiveerd, hetgeen valt terug te lezen in het proces-verbaal van de zitting van 28 februari 2025. Aangezien de producties 32, 33 en 34 in hoger beroep wel worden meegenomen, behoeft grief 4 geen verdere bespreking door het hof.
5.4
Het hof zal de bestreden beschikkingen bekrachtigen en legt hierna uit waarom.
Ontslag curator
5.5
Op grond van artikel 1:385 lid 1 onder Pro d van het Burgerlijk Wetboek (BW) wordt een curator ontslag verleend hetzij op eigen verzoek hetzij wegens gewichtige redenen of omdat de curator niet meer voldoet aan de eisen om curator te kunnen worden. In artikel 1:379 lid 2 BW Pro is bepaald dat dit verzoek kan worden gedaan door de instelling waar de curanda wordt verzorgd of die aan de curanda begeleiding biedt.
5.6
Gelet op de processtukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken verenigt het hof zich, na eigen weging daarvan, met het oordeel van de kantonrechter en de gronden waarop dat berust in de zaak met nummer 11322651. In hoger beroep zijn geen feiten of omstandigheden naar voren gekomen die leiden tot een andere beslissing. Hierop vult het hof het volgende nog aan.
Het hof stelt voorop dat uit de stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat de voormalig curator en de zus van curanda veel van curanda houden. Ze zijn zeer betrokken bij het leven van hun zus en willen dat zij goed verzorgd wordt. Uit het omvangrijke dossier blijkt dat er de afgelopen vijftien jaren, maar in ieder geval sinds 2019, veelvuldig door de zussen van curanda met ’s Heeren Loo is gecommuniceerd over de zorg rondom curanda. De voormalig curator voert aan dat haar kritische houding over de kwaliteit van de zorg terecht was en dit conflict met de zorginstelling geen gewichtige reden tot ontslag van haar als curator is. Door ’s Heeren Loo wordt hierop aangevoerd dat de geleverde kritiek voelt als een ernstig gebrek in het vertrouwen in haar als zorginstelling waardoor een onwerkbare situatie is ontstaan die niet in het belang van curanda is. Uit het dossier blijkt dat is geprobeerd door meerdere gesprekken tot een werkbare situatie te komen. ’s Heeren Loo zag zich voor de keuze gesteld om de zorgovereenkomst met curanda te beëindigen danwel om een verzoek te doen tot benoeming van een onafhankelijke curator. De toen ontstane situatie zorgde voor veel spanning bij zowel de zussen als de begeleiders en de situatie werd ook steeds meer schadelijk voor het welbevinden van curanda. ’s Heeren Loo heeft gekozen een procedure te starten voor benoeming van een onafhankelijke curator om de zorg voor curanda weer op een acceptabel niveau te krijgen Anders dan de voormalig curator aanvoert acht het hof dit handelen van ’s Heeren Loo niet in strijd met het recht. Hoewel de voormalig curator en de zus van curanda kritisch zijn op de zorg die ’s Heeren Loo verleent, willen zij beiden dat curanda daar blijft. Dit is ter mondelinge behandeling ook nog bevestigd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft ‘s Heeren Loo onweersproken gesteld dat de huidige situatie rust geeft voor curanda. Om bovenstaande redenen zal het hof de beschikking van de kantonrechter dan ook bekrachtigen.
Machtiging (zaaknummer CB33653)
5.7
Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat het verzoek moet worden afgewezen omdat het kosten zijn die zijn gemaakt ten aanzien van de curator en niet ten aanzien van de curanda. Onder grief twee wordt aangevoerd dat het inschakelen van een advocaat en procederen in een zaak die de curatele zelf betreft, onderdeel van de taak van de curator is. Het hof is van oordeel dat de curator de financiën van de curanda beheert. De kosten die de curator maakt ten behoeve van de curanda, inclusief kosten van rechtsbijstand, komen in beginsel uit het vermogen van de curanda. Daarvoor is een machtiging van de kantonrechter nodig en de kosten moeten direct ten goede komen aan de curanda. In dit geval zijn de gemaakte advocaatkosten niet direct gemaakt ten behoeve van de curanda, maar ten behoeve van de curator die haar ontslag aanvecht. Het hof volgt de voormalig curator ook niet in de stelling dat de kosten op grond van het “
chilling effect” of Europese wetgeving ten laste van het vermogen van curanda moeten komen.

6.De slotsom

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen falen de grieven. Het hof zal de bestreden beschikkingen bekrachtigen.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikkingen van de kantonrechter (rechtbank Gelderland, sector kanton, locatie Zutphen) van 11 maart 2025 en 22 maart 2025.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, S. Kuijpers en E. Leentjes, bijgestaan door de griffier, en is op 24 februari 2026 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.1.4.2 Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven
2.1.4.11 Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven
3.Artikel 1.3.5 Procesreglement verzoekschriftprocedures familiezaken gerechtshoven
4.Bijlage 2 bij verzoekschrift eerste aanleg