De gemeente Hengelo had over het vierde kwartaal van 2019 €749.492 aan omzetbelasting voldaan en verzocht om teruggaaf van €211.092. De Inspecteur wees dit verzoek af, waarna de gemeente in beroep ging bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en kende een teruggaaf van €66.210 toe, maar wees het verzoek om belastingrente af en veroordeelde de Inspecteur in proceskosten.
De Inspecteur stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting op 26 november 2025 en het daaropvolgende overleg bereikten partijen een compromis. Zij kwamen overeen dat de gemeente recht heeft op een teruggaaf van €33.105, plus belastingrente van circa €10.262, en dat de Inspecteur griffierecht en proceskosten van het hoger beroep vergoedt.
Het geschil betrof de toepassing van de verruimde sportvrijstelling bij de btw-aftrek op het stadskantoor, waarbij partijen overeenkwamen dat het stadskantoor geen sportaccommodatie is en dat de herziening plaatsvindt op basis van 6,71% btw-aftrek.
Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en kende de teruggaaf en rente toe conform het compromis. Tevens veroordeelde het de Inspecteur in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak werd op 17 februari 2026 openbaar uitgesproken.