In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 30 januari 2025. De rechtbank had de terbeschikkingstelling van de verdachte verlengd met één jaar en het verzoek tot het horen van een deskundige en het laten onderzoeken van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege afgewezen. De terbeschikkinggestelde, geboren in 1988, verblijft in een Forensisch Psychiatrisch Centrum en heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing.
Tijdens de zittingen op 4 december 2025 en 25 september 2025 heeft het hof de advocaat-generaal en de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.L. Louwerse. De reclassering heeft in haar rapport van 28 november 2025 geadviseerd om de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te starten, maar het hof concludeert dat er momenteel geen geschikte uitstroomlocatie beschikbaar is.
Het hof heeft vastgesteld dat eerdere resocialisatiepogingen zijn mislukt en dat er geen zicht is op een verantwoorde uitstroom. Het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is afgewezen, evenals het verzoek om verder onderzoek naar plaatsingsmogelijkheden. Het hof benadrukt dat zonder een concrete uitstroomlocatie de voorwaardelijke beëindiging niet kan worden uitgesproken, omdat dit zou leiden tot onduidelijkheid voor de terbeschikkinggestelde. De beslissing is openbaar uitgesproken en de raden zijn buiten staat deze mede te ondertekenen.