ECLI:NL:GHARL:2025:8738
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- E.W. van Weringh
- J.A.M. Kwakman
- J. Bijlsma
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid van de tardieve schriftuur van de officier van justitie in hoger beroep
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 24 december 2025 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van de officier van justitie. De officier van justitie had hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Overijssel, maar de schriftuur met grieven was zestien dagen te laat ingediend. Het hof moest beoordelen of het belang van het hoger beroep zwaarder weegt dan het verzuim van het openbaar ministerie om tijdig een schriftuur in te dienen. Het hof oordeelde dat de belangen van de behandeling van het hoger beroep in dit geval niet prevaleren boven het verzuim van de officier van justitie. Het hof verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, met toepassing van artikel 416, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De zaak betrof een incident dat had geleid tot blijvend letsel bij het slachtoffer, en het hof hield rekening met de maatschappelijke belangen en de lange duur van de procedure. De beslissing werd genomen na een zitting op 11 december 2025, waar de advocaat-generaal en de verdediging hun standpunten naar voren brachten.