Het hogerberoepschrift van belanghebbende tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland is op 1 december 2023 ontvangen. De griffier heeft meerdere malen gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van 548 euro, met de waarschuwing dat niet-betaling tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. Ondanks ontvangst van deze brieven is het griffierecht niet betaald.
Belanghebbende heeft een gestandaardiseerd beroep op betalingsonmacht ingediend, maar zonder het vereiste ingevulde formulier of de benodigde informatie. Het Hof heeft dit beroep daarom niet in behandeling genomen. Tijdens een regiezitting zijn procesafspraken gemaakt voor clustergewijze behandeling van soortgelijke zaken.
Op de zitting van 30 oktober 2025 verschenen partijen, waarna het Hof oordeelde dat het griffierecht niet was voldaan en geen omstandigheden aannemelijk waren gemaakt die het verzuim konden rechtvaardigen. Het hoger beroep is daarom niet-ontvankelijk verklaard op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Tevens is het verzoek om vergoeding van immateriële schade afgewezen omdat de redelijke termijn niet was overschreden.