In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 13 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van de terbeschikkingstelling van de terbeschikkinggestelde, geboren in 1979, die momenteel verblijft in een Penitentiaire Inrichting. Het hof heeft het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheden voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege afgewezen, evenals het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheid van afgifte van een zorgmachtiging. De terbeschikkingstelling is verlengd met een termijn van twee jaar, omdat het hof van mening is dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar. Het hof heeft de situatie van de terbeschikkinggestelde in overweging genomen, maar kan geen plaatsing in een kliniek afdwingen, ook niet door de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. De advocaat-generaal heeft verzocht de beslissing van de rechtbank te vernietigen en de terbeschikkingstelling te verlengen, waarbij het recidiverisico als matig tot hoog wordt ingeschat. Het hof heeft de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 17 juni 2025 vernietigd en de terbeschikkingstelling met twee jaar verlengd.