ECLI:NL:GHARL:2025:8717

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
P25-227
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling na eerdere hervatting van de verpleging van overheidswege

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 13 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van de terbeschikkingstelling van de terbeschikkinggestelde, geboren in 1979, die momenteel verblijft in een Penitentiaire Inrichting. Het hof heeft het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheden voor een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege afgewezen, evenals het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheid van afgifte van een zorgmachtiging. De terbeschikkingstelling is verlengd met een termijn van twee jaar, omdat het hof van mening is dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar. Het hof heeft de situatie van de terbeschikkinggestelde in overweging genomen, maar kan geen plaatsing in een kliniek afdwingen, ook niet door de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. De advocaat-generaal heeft verzocht de beslissing van de rechtbank te vernietigen en de terbeschikkingstelling te verlengen, waarbij het recidiverisico als matig tot hoog wordt ingeschat. Het hof heeft de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 17 juni 2025 vernietigd en de terbeschikkingstelling met twee jaar verlengd.

Uitspraak

TBS P25/227
Beslissing van 13 november 2025
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
verblijvende in Penitentiaire Inrichting (P.I.) [locatie],
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 17 juni 2025. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van één jaar en afwijzing van het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een zorgmachtiging en afwijzing van het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
  • het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
  • de beslissing waarvan beroep;
  • de akte van 18 juni 2025 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
  • de aanvullende informatie van Verslavingsreclassering GGZ Limburg van
24 oktober 2025.
Het hof heeft ter zitting van 30 oktober 2025 gehoord de advocaat-generaal, mr. A. Kooij, en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde is het niet eens met de kwalificatie dat hij een gevaar is voor de samenleving. Hij heeft zeven jaar buiten gewoond in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, zonder dat sprake is geweest van nieuwe delicten. Hij is niet in beroep gegaan tegen de recente beslissing tot hervatting van de verpleging van overheidswege, omdat hij dacht dat dat niet mogelijk was.
De terbeschikkinggestelde denkt goed te kunnen inschatten wanneer hij ontregelt en denkt goed tegenwicht te kunnen bieden aan de risico’s. Hij is in staat zelf hulp te vragen als hij ontregelt. Er is geen aanleiding om te denken dat er een risico is op seksuele delicten.
De raadsman heeft verzocht onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege of een uitstroom van de terbeschikkinggestelde in de reguliere geestelijke gezondheidszorg met een zorgmachtiging. De terbeschikkinggestelde zit nu in de P.I. in afwachting van een plaatsing in een kliniek, wat nog lang kan duren gelet op de huidige wachttijden.. Zijn behandelplafond in een kliniek is echter al bereikt. Ook de diagnose is duidelijk. Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een chronische ziekte die af en toe, misschien wel vrij regelmatig, de kop op steekt. Deze ziekte vraagt om hulpverlening met zo nodig een time-out. Een klinische behandeling is niet nodig en detentie al helemaal niet. Met de juiste hulp kan de terbeschikkinggestelde goed functioneren in de samenleving.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft verzocht de beslissing van de rechtbank te vernietigen en de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar. Er is sprake van een complexe combinatie van stoornissen. Vooral het verloop van de bipolaire stoornis is van belang voor het recidiverisico. De kans op geweld loopt op van matig tot hoog. Ook het risico op seksueel geweld moet niet worden uitgevlakt. Ter zitting is gebleken dat de terbeschikkinggestelde zijn eigen mogelijkheden overschat en de risico’s onderschat. Hij ziet niet in dat aan het innemen van middelen risico’s zijn verbonden. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen vereist de verlenging van de terbeschikkingstelling. Op dit moment zijn er geen alternatieven voor de terbeschikkinggestelde om te functioneren zonder de kaders van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Er is geen aanleiding de behandeling van de zaak aan te houden teneinde de mogelijkheden van de afgifte van een zorgmachtiging dan wel een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te onderzoeken. Sinds de hervatting van de verpleging van overheidswege zit de terbeschikkinggestelde als passant in een P.I.. Het recidiverisico dat ten grondslag lag aan de hervatting is nog het zelfde. Een onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is prematuur. Een zorgmachtiging is niet gericht op beperking van het recidiverisico en ook niet aan de orde . Er is geen reden af te wijken van het uitgangspunt van het hof dat de terbeschikkingstelling dient te worden verlengd met twee jaar als het aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie nog langer dan een jaar zal duren. Het is schrijnend dat de terbeschikkinggestelde lange tijd als passant in een P.I. moet verblijven voordat hij in een kliniek geplaatst kan worden, maar dat maakt niet dat met een kortere periode verlengd dient te worden.
Het oordeel van het hof
Afwijzing verzoeken
Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep.
Het verzoek tot het door de reclassering doen onderzoeken van de mogelijkheden van een
voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen. De
noodzakelijkheid van dit onderzoek is niet gebleken. Het hof acht een voorwaardelijke
beëindiging op dit moment niet aan de orde omdat de terbeschikkinggestelde naar
aanleiding van de recente hervatting van de verpleging van overheidswege
als passant in de P.I. zit en nog in afwachting is van plaatsing in een kliniek. Een (hernieuwde) voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt daarom prematuur geacht.
Ook het verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van de afgifte van een zorgmachtiging wordt afgewezen. Gelet op de aard van de stoornis, het nog bestaande recidivegevaar en de omstandigheid dat de terbeschikkinggestelde op dit moment als passant in de P.I. verblijft in afwachting van plaatsing in een kliniek is de noodzakelijkheid van dit onderzoek niet gebleken. Bij deze beslissing heeft het hof in aanmerking genomen dat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een ernstig geweldsmisdrijf en het recidiverisico bij het wegvallen van de terbeschikkingstelling als matig tot hoog wordt ingeschat, terwijl een zorgmachtiging, anders dan een terbeschikkingstelling, niet primair gericht is op het beschermen van de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen.
Vernietiging
Het hof zal de beslissing waarvan beroep vernietigen, omdat het tot een andere beslissing komt.
Indexdelict
Het gerechtshof Leeuwarden heeft aan de terbeschikkinggestelde bij arrest van 1 mei 1997 de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege opgelegd voor doodslag, voorafgegaan van met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam en gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf straffeloosheid te verzekeren. Dit is een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet in duur beperkt.
Stoornis en recidivegevaar
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van meervoudige, complexe problematiek in de vorm van een bipolaire stoornis, een persoonlijkheidsstoornis met narcistische, antisociale en vermijdende kenmerken, een parafiele stoornis en een stoornis in het gebruik van middelen. Het risico op geweld wordt met name bepaald door het beloop van de bipolaire stoornis en wordt matig tot hoog ingeschat.
Verlenging
Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat bij de terbeschikkinggestelde sprake is van een complexe combinatie van stoornissen en dat vanwege het recidivegevaar de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel vereist.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Het hof heeft oog voor de situatie waarin de terbeschikkinggestelde zich thans bevindt. Vanwege de passantenproblematiek kan het wel twee jaar duren voordat hij een plek krijgt in een kliniek. Het hof acht deze gang van zaken zeer onwenselijk, maar hoe schrijnend het hof dit ook vindt, het kan plaatsing van de terbeschikkinggestelde in een kliniek niet afdwingen, ook niet door de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen.

BESLISSING

Het hof:
Wijst afhet verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Wijst afhet verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheid van de afgifte van een zorgmachtiging.
Vernietigtde beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 17 juni 2025 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde,
[terbeschikkinggestelde].
Verlengtde terbeschikkingstelling met een termijn van
twee jaar.
Aldus gedaan door
mr. W.A. Holland, voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. O.O. van der Lee, raadsheren,
en dr. W.J. Canton en dr. K.J. de Wijs-Heijlaerts, raden,
in tegenwoordigheid van mr. N.D. Mavus-ten Elshof, griffier,
en op 13 november 2025 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.