ECLI:NL:GHARL:2025:8715

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
27 oktober 2025
Publicatiedatum
8 januari 2026
Zaaknummer
P24-347
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omzetting van terbeschikkingstelling met voorwaarden naar terbeschikkingstelling met verpleging en wijziging van voorwaarden

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 27 oktober 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een beslissing van de rechtbank Den Haag van 27 augustus 2024. De zaak betreft de terbeschikkingstelling (tbs) van een terbeschikkinggestelde, geboren in 1981, die verblijft in een penitentiaire inrichting. Het hof heeft de vordering van het Openbaar Ministerie (OM) tot verpleging van de terbeschikkinggestelde van overheidswege afgewezen. In plaats daarvan heeft het hof de voorwaarden van de tbs gewijzigd, waarbij is bepaald dat de terbeschikkinggestelde moet meewerken aan een klinische behandeling. Het hof heeft geconstateerd dat de terbeschikkinggestelde bereid is tot een langdurige klinische behandeling en dat er een passende plek beschikbaar is in een forensische verslavingskliniek. Het hof heeft de eerdere voorwaarden aangepast en de terbeschikkingstelling met voorwaarden voortgezet, waarbij de veiligheid van anderen en de kans op recidive in overweging zijn genomen. De beslissing van de rechtbank is vernietigd, en de voorwaarden zijn uitgebreid met de verplichting tot klinische opname en reclasseringstoezicht.

Uitspraak

TBS P24/347
Beslissing van 27 oktober 2025
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981,
verblijvende in Penitentiaire Inrichting [locatie] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag, van 27 augustus 2024. Deze beslissing houdt in het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd en de impliciete afwijzing van het verzoek om te zoeken naar alternatieve behandelmogelijkheden.
Het hof heeft gelet op de stukken genoemd in de tussenbeslissing van 24 juli 2025 en daarnaast op:
  • het proces-verbaal van het onderzoek ter zitting op 10 juli 2025;
  • de tussenbeslissing van 24 juli 2025;
  • het aanvullend advies van Verslavingsreclassering GGZ Fivoor van 17 september 2025.
Het hof heeft ter zitting van 16 oktober 2025 gehoord de [advocaat-generaal] , en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.A.W. Knoester, advocaat te ‘s-Gravenhage. Het hof heeft ter zitting als deskundige gehoord de heer [reclasseringswerker] , reclasseringswerker bij Verslavingsreclassering GGZ Fivoor.

Overwegingen

Procesverloop
Op 6 maart 2025 en op 24 juli 2025 heeft het hof tussenbeslissingen gewezen. In de tussenbeslissing van 24 juli 2025 heeft het hof vastgesteld dat op zichzelf is voldaan aan de eisen tot het alsnog verplegen van overheidswege. Echter, gelet op de adviezen van de deskundigen en nu de terbeschikkinggestelde heeft verklaard in te stemmen met een langdurige klinische behandeling en bereid te zijn tot het gebruik van medicatie, heeft het hof het noodzakelijk geacht nader te worden geïnformeerd over een (overbruggings-)plek in een forensisch psychiatrische kliniek (FPK) in het kader van de maatregel terbeschikkingstelling met voorwaarden, zo nodig onder aanscherping, aanvulling of wijziging van de voorwaarden. De advocaat-generaal is verzocht zorg te dragen voor deze informatie.
Het advies van Verslavingsreclassering GGZ Fivoor van 17 september 2025
De reclassering heeft een klinische indicatie aangevraagd bij het IFZ, die door hen is afgegeven. Vervolgens heeft het DIZ de best passende mogelijkheid voor een klinische behandeling voor de terbeschikkinggestelde onderzocht. Geconcludeerd is dat de [forensische verslavingskliniek] in [plaats] het meest passend is, omdat daar alle expertise in huis is die aansluit bij de problematiek van de terbeschikkinggestelde. De [forensische verslavingskliniek] heeft te kennen gegeven dat de terbeschikkinggestelde bovenaan de wachtlijst staat. De reclassering acht het niet noodzakelijk aanvullende voorwaarden te adviseren, omdat de huidige voorwaarden, na een (succesvolle) klinische opname en zolang de terbeschikkinggestelde zich eraan committeert, voldoende zouden moeten zijn om de risico’s in te perken.
Het standpunt van deskundige Roke
De deskundige heeft ter zitting verklaard dat de [forensische verslavingskliniek] te kennen heeft gegeven dat de terbeschikkinggestelde met ingang van 27 oktober 2025 terecht kan bij die kliniek voor een klinische behandeling.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven mee te willen werken aan een langdurige klinische behandeling. De raadsman heeft verzocht de vordering tot het alsnog verplegen van overheidswege af te wijzen en de terbeschikkingstelling met voorwaarden voort te zetten.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft verzocht de beslissing van de rechtbank te vernietigen, de vordering van de officier van justitie af te wijzen en de voorwaarden zoals verbonden aan de terbeschikkingstelling te wijzigen in die zin dat als voorwaarde wordt toegevoegd dat de terbeschikkinggestelde wordt opgenomen in de [forensische verslavingskliniek] .
Voorts heeft de advocaat-generaal verzocht bij vervroeging uitspraak te doen, en toegezegd bij een beslissing zoals gevorderd zorg te dragen voor passend justitieel vervoer.
Het oordeel van het hof
Vernietiging
Het hof zal de beslissing waarvan beroep vernietigen, omdat het om de hierna te melden redenen tot een andere beslissing komt.
Vordering alsnog verplegen van overheidswege
Volgens artikel 6:6:10, eerste lid, aanhef en onder 2, van het Wetboek van Strafvordering kan de rechter bevelen dat een terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Dat is mogelijk als een gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd of anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dat eist.
Vaststaat dat de terbeschikkinggestelde aan de terbeschikkingstelling verbonden voorwaarden heeft overtreden. De terbeschikkinggestelde heeft zich echter bereid verklaard in te stemmen met een langdurige klinische behandeling en de reclassering heeft aangegeven dat zij in dat geval nog mogelijkheden zien voor voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. De terbeschikkinggestelde is geaccepteerd door de [forensische verslavingskliniek] en kan daar op 27 oktober 2025 worden opgenomen.
Gelet hierop ziet het hof aanleiding om de terbeschikkingstelling met voorwaarden voort te zetten, onder aanpassing van de eerder opgelegde voorwaarden als na te melden. Voortzetting acht het hof toereikend in het licht van de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen waarbij het hof de kans op recidive van een soortgelijk delict als de indexdelicten en het belang van (verdere) behandeling in aanmerking heeft genomen.
Aanvulling van de voorwaarden
Gelet op het advies van de reclassering en overeenkomstig het verzoek van de
advocaat-generaal zal het hof de voorwaarden die zijn verbonden aan de terbeschikkingstelling met voorwaarden wijzigen in die zin dat als voorwaarde wordt opgenomen het meewerken aan een klinische opname bij de [forensische verslavingskliniek] , of andere soortgelijke zorginstelling.
De terbeschikkinggestelde heeft aangegeven met de wijziging van deze voorwaarden in te stemmen en deze te zullen naleven.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigtde beslissing van de rechtbank Den Haag, van 27 augustus 2024 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde,
[terbeschikkinggestelde].
Wijst afde vordering van het openbaar ministerie.
Wijzigtde aan de terbeschikkinggestelde opgelegde voorwaarden, verbonden aan de terbeschikkingstelling, zoals opgenomen in het vonnis van de rechtbank Den Haag van 20 oktober 2022, en zoals aangevuld in de beslissing van de rechtbank Den Haag van 9 april 2024, in die zin dat deze – na herrangschikking en aanvulling – komen te luiden:
de terbeschikkinggestelde pleegt geen strafbare feiten, en de terbeschikkinggestelde:
I. werkt mee aan een
langdurige klinische behandeling bij de [forensische verslavingskliniek]te [plaats] , dan wel een nog nader door IFZ/DIZ te indiceren instelling, en zal zich houden aan de daar geldende huis- en leefregels en voorwaarden die daar aan hem gesteld worden, stelt zich hierin begeleidbaar op, en conformeert zich aan de geboden behandeling, ook als dit inhoudt inname van voorgeschreven medicatie. Indien de plaatsing start met een overbrugging in een andere kliniek, zal de veroordeelde hieraan zijn medewerking verlenen;
II. werkt mee aan het reclasseringstoezicht, hetgeen inhoudt dat:
1. de terbeschikkinggestelde zich meldt op afspraken bij de reclassering, waarbij de reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is;
2. de terbeschikkinggestelde één of meer vingerafdrukken laat nemen en een geldig identiteitsbewijs laat zien (dit is nodig om de identiteit van betrokkene vast te stellen);
3. de terbeschikkinggestelde zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering; de reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden;
4. de terbeschikkinggestelde de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is (deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid);
5. de terbeschikkinggestelde ervoor zorgt dat hij te allen tijde bereikbaar is voor zijn begeleiders en behandelaren;
6. de terbeschikkinggestelde meewerkt aan huisbezoeken;
7. de terbeschikkinggestelde de reclassering inzicht geeft in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;
8. de terbeschikkinggestelde zich niet vestigt op een ander adres zonder toestemming van de reclassering;
9. de terbeschikkinggestelde meewerkt aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, als dat van belang is voor het toezicht;
III. zal, indien de reclassering dit gedurende het traject geïndiceerd acht, verblijven in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang zoals stichting Exodus of een soortgelijke instelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing; het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt, waarbij de terbeschikkinggestelde zich houdt aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
VI. laat zich behandelen door Ambulant Centrum van Fivoor en/of Forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener (ambulante behandeling), te bepalen door de reclassering; de behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt, waarbij de terbeschikkinggestelde zich houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling; het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling;
V. gebruikt geen drugs en alcohol en werkt mee aan controle op dit verbod (middelenverbod en meewerken aan middelencontrole); de reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd; mogelijke controlemiddelen zijn ademonderzoek (blaastest) en urineonderzoek;
VI. zet zich in voor het realiseren en behouden van een passende en door de reclassering goedgekeurde dagbesteding en houdt zich aan de voorwaarden c.q. regels die hem gesteld worden;
VII. geeft inzage in zijn financiën als daarom wordt verzocht en accepteert hiervoor begeleiding van de MJD van Fivoor of een soortgelijk instelling;
VIII. gaat niet naar het buitenland (reisverbod);
IX. als de reclassering dat nodig vindt en de terbeschikkinggestelde daarmee instemt, voor een time-out worden opgenomen in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of een andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de terbeschikkinggestelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. M.J. Vos en mr. O.G. Schuur, raadsheren,
en drs. P.K.J. Ronhaar en drs. K.M. ten Brinck, raden,
in tegenwoordigheid van mr. E. van der Zandt, griffier,
en op 30 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.