ECLI:NL:GHARL:2025:8663
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vervangende toestemming erkenning en omgangsregeling minderjarige dochter
De man, biologisch vader van een in 2009 geboren dochter, verzocht de rechtbank om vervangende toestemming voor erkenning van zijn dochter en om een omgangsregeling vast te stellen. De dochter woont bij de moeder en heeft sinds 2020 geen contact meer met de man. De rechtbank wees de verzoeken af, waarna de man in hoger beroep ging.
Tijdens de procedure werd duidelijk dat de dochter inmiddels 16 jaar is en expliciet heeft aangegeven geen erkenning of omgang met de man te willen vanwege teleurstelling en trauma's uit het verleden, waaronder een incident waarbij de man een vaas door een raam gooide. De bijzondere curator en de raad voor de kinderbescherming adviseerden eveneens afwijzing van de verzoeken, vanwege het risico op schade aan de emotionele en sociaalpsychologische ontwikkeling van de dochter.
Het hof oordeelde dat het belang van de dochter bij een evenwichtige ontwikkeling zwaarder weegt dan het belang van de man bij erkenning en omgang. Ook praktisch gezien is omgang lastig vanwege het verblijf van de man in het buitenland en een inreisverbod. Het hof bekrachtigde daarom de bestreden beschikking en wees de verzoeken van de man af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man tot vervangende toestemming voor erkenning en het vaststellen van een omgangsregeling af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.