Parketnummer: 21-001274-24
Uitspraakdatum: 24 december 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel van 15 maart 2024 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken met parketnummers 08-245243-23 en 96-127705-23 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissingen op de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummers 08-066685-21 en 08-296660-21 tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2004 in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .
Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis van de politierechter.
Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 12 december 2025 en wat op de zitting bij de politierechter van 15 maart 2024 is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot
- veroordeling van verdachte ten aanzien van wat hem ten laste is gelegd in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair, 2 primair en 3 tot en met 5 en in de zaak met parketnummer 96-127705-23 (gevoegd) tot een taakstraf van 200 uren in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 24 maanden met een proeftijd van 3 jaren;
- toewijzing van de vorderingen tot tenuitvoerlegging.
Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman, mr. K. Kok, en [naam] , namens de benadeelde partij, hebben aangevoerd.
De politierechter heeft verdachte veroordeeld ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair, 2 primair en 3 tot en met 5 en het in de zaak met parketnummer 96-127705-23 (gevoegd) ten laste gelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 24 maanden. Verder heeft de politierechter de vordering van de benadeelde partij (€ 1.057,26) geheel toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 08-066685-21 heeft de politierechter afgewezen. De vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 08-296660-21 heeft de politierechter toegewezen.
Het hof komt in dit arrest tot een (deels) andere beslissing dan de politierechter ten aanzien van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging, de strafoplegging en de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 08-066685-21. Het hof zal het vonnis van de politierechter daarom vernietigen en opnieuw rechtdoen.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging
Op basis van het strafblad van verdachte van 6 november 2025 stelt het hof vast dat op 22 november 2023 een strafbeschikking aan verdachte is uitgevaardigd. Dit betrof een geldboete ter waarde van € 390,00 voor het rijden zonder rijbewijs op 6 augustus 2023 te [plaats 1] . Verder blijkt uit het strafblad dat verdachte deze geldboete inmiddels heeft betaald.
Het hof stelt verder vast dat verdachte in onderhavige strafzaak hetzelfde verwijt wordt gemaakt in het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 5 ten laste gelegde. Gelet op dat wat is bepaald in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht (ook wel het ne bis in idem-beginsel genoemd) is het hof van oordeel dat deze vaststelling ertoe dient te leiden dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 5 ten laste gelegde.
Aan verdachte is – voor zover in hoger beroep nog aan de orde – ten laste gelegd dat:
Zaak met parketnummer 08-245243-23:
hij op of omstreeks 6 augustus 2023 te [plaats 1] , [gemeente] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ambtenaar, [benadeelde partij] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn beroep opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - als bestuurder van een voertuig (motorscooter), - accelererend, althans met aanzienlijke/hoge/verhoogde snelheid, - op [benadeelde partij] is afgereden en/of in de richting van [benadeelde partij] is gereden en/of - (daarbij) met die verhoogde/aanzienlijke snelheid [benadeelde partij] heeft aangereden, althans tegen [benadeelde partij] is gebotst, waardoor [benadeelde partij] (vervolgens) ten val is gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 6 augustus 2023 te [plaats 1] , [gemeente] , een ambtenaar, [benadeelde partij] , gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door - als bestuurder van een voertuig (motorscooter),- accelererend, althans met aanzienlijke/hoge/verhoogde snelheid,- op [benadeelde partij] af te rijden en/of in de richting van [benadeelde partij] te rijden en/of- (daarbij) met die verhoogde/aanzienlijke snelheid [benadeelde partij] aan te rijden, althans tegen [benadeelde partij] te botsen, waardoor [benadeelde partij] (vervolgens) ten val is gekomen;
hij op of omstreeks 6 augustus 2023 te [plaats 1] in de [gemeente] , als bestuurder van een voertuig (motorscooter), rijdende over de [straat 1] en/of de [straat 2] en/of het [straat 3] en/of [straat 4] , zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorvoertuigen, waartoe dat motorvoertuig behoorde en/of terwijl een of meerdere (politie/dienst)voertuigen optische- en/of geluidssignalen voerden en/of hem, verdachte, achtervolgde(n), (over een fietspad) tegen de verkeersrichting in heeft gereden en/of heeft gereden met een snelheid van ongeveer 60 kilometer per uur, althans met een grotere snelheid dan de aldaar voor hem geldende maximumsnelheid van 30 kilometer per uur te rijden, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of niet is gestopt voor een aldaar, door de politie en/of middels hun (politie/dienst)voertuigen, opgeworpen (weg)blokkade/(weg)versperring, maar deze (met hoge snelheid) heeft proberen te passeren/gepasseerd en/of in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde voertuig (motorscooter) niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de motorscooter tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een persoon, en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
hij op of omstreeks 6 augustus 2023 te [plaats 1] in de [gemeente] , als bestuurder van een voertuig (motorscooter), rijdende over de [straat 1] en/of de [straat 2] en/of het [straat 3] en/of [straat 4] , zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit, als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorvoertuigen, waartoe dat motorvoertuig behoorde en/of terwijl een of meerdere (politie/dienst)voertuigen optische- en/of geluidssignalen voerden en/of hem, verdachte, achtervolgde(n), (over een fietspad) tegen de verkeersrichting in heeft gereden en/of heeft gereden met een snelheid van ongeveer 60 kilometer per uur, althans met een grotere snelheid dan de aldaar voor hem geldende maximumsnelheid van 30 kilometer per uur te rijden, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of niet is gestopt voor een aldaar, door de politie en/of middels hun (politie/dienst)voertuigen, opgeworpen (weg)blokkade/(weg)versperring, maar deze (met hoge snelheid) heeft proberen te passeren/gepasseerd en/of in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde voertuig (motorscooter) niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de motorscooter tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een persoon, en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
3.hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in [plaats 1] op/aan het [straat 3] en/of [straat 4] , op of omstreeks 6 augustus 2023 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [benadeelde partij] ) letsel was toegebracht;
4.hij op of omstreeks 6 augustus 2023 te [plaats 1] , [gemeente] , op de [straat 1] en/of de [straat 2] en/of het [straat 3] en/of [straat 4] , als eigenaar en/of houder en/of bestuurder met een motorrijtuig, motorfiets, heeft gereden, terwijl hij wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat op dat motorrijtuig een teken, te weten een kentekenplaat met [kenteken] was aangebracht dat, niet zijnde het/een ingevolge artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken, door kon gaan voor een zodanig kenteken, of dat teken te doen doorgaan voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands kenteken, of voor een met toepassing van artikel 37, derde lid, opgegeven (handelaars)kenteken;
Zaak met parketnummer 96-127705-23 (gevoegd):
hij op of omstreeks 23 mei 2023 te [plaats 2] als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in verdachtes adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 470 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl nog geen zeven jaren waren verstreken sinds de eerste afgifte aan verdachte van een rijbewijs en verdachte op het ogenblik van die afgifte nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 en het in de zaak met parketnummer 96-127705-23 (gevoegd) ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Standpunt van de verdediging
Verdachte heeft het hem in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair, 2 primair en 3 en het in de zaak met parketnummer 96-127705-23 (gevoegd) ten laste gelegde op de zitting in hoger beroep bekend. Door de raadsman is ten aanzien van deze feiten ook geen verweer gevoerd.
Ten aanzien van het in de strafzaak met parketnummer 08-245243-23 onder 4 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte van dit feit vrijgesproken dient te worden nu niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het kenteken vals was.
Het hof is van oordeel dat het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 en het in de zaak met parketnummer 96-127705-23 (gevoegd) ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden op grond van de bewijsmiddelen in het dossier. Hieronder is mede begrepen de bekennende verklaring van verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair, 2 primair en 3 en het in de zaak met parketnummer 96-127705-23 (gevoegd) ten laste gelegde. Het hof twijfelt niet aan de juistheid en betrouwbaarheid van de betreffende bewijsmiddelen. Als cassatie wordt ingesteld, zal het hof deze bewijsmiddelen opnemen in een aanvulling op dit arrest.
Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 4 ten laste gelegde overweegt het hof meer in het bijzonder als volgt.
Uit het dossier blijkt dat verbalisanten, na onderzoek aan de motorscooter waarop verdachte op 6 augustus 2023 te [plaats 1] heeft gereden, constateren dat het kenteken met [kenteken] dat op de motorscooter bevestigd was, een vals kenteken betrof. Met betrekking tot dit kenteken heeft verdachte op de zitting in hoger beroep verklaard dat hij niet wist dat het een vals kenteken was en dat hij ook niet weet hoe dit precies op de motorscooter terecht is gekomen. Hij heeft de motorscooter samen met vrienden in het buitenland gekocht. Toen zat er nog geen kenteken op omdat de motorscooter nog gekeurd moest worden voordat ermee in Nederland mocht worden gereden. Verdachte heeft verder verklaard dat de motorscooter na de aankoop werd gestald in een garage die hij samen met zijn vrienden huurde. Toen hij daar na enige tijd weer kwam, zat er opeens een kenteken op de motorscooter. Verdachte dacht toen dat één van zijn vrienden het kenteken had geregeld en dat hij op de motorscooter kon rijden. Verdachte heeft hierbij zijn vriend(en) niet gevraagd hoe het kenteken op de motorscooter terecht is gekomen.
Bij de politie heeft verdachte verklaard dat hij de motorscooter niet bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (hierna: RDW) heeft aangemeld omdat hij nog samen met zijn vrienden aan het sparen was om de motorscooter op te knappen.
Onder voornoemde omstandigheden is het hof van oordeel dat verdachte, die wist dat de uit het buitenland geïmporteerde motorscooter nog gekeurd moest worden voordat hij ermee mocht rijden en dat de motorscooter nog niet was aangemeld bij de RDW, in ieder geval nader had moeten onderzoeken wat de herkomst van de kentekenplaat was voordat hij op de motorscooter ging rijden. Dit klemt te meer nu verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij en zijn vrienden aan het sparen waren om de motorscooter op te knappen. Nu hij dit onderzoek achterwege heeft gelaten is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte redelijkerwijs kon vermoeden dat het kenteken vals was.
Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 96-127705-23 tenlastegelegde heeft begaan, te weten:
Zaak met parketnummer 08-245243-23:
1.primairhij op 6 augustus 2023 te [plaats 1] , [gemeente] , ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ambtenaar, [benadeelde partij] , gedurende en terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn beroep, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- als bestuurder van een voertuig (motorscooter),
- accelererend, althans met aanzienlijke/hoge/verhoogde snelheid,
- op [benadeelde partij] is afgereden en in de richting van [benadeelde partij] is gereden en
- ( daarbij) met die verhoogde/aanzienlijke snelheid [benadeelde partij] heeft aangereden, tegen [benadeelde partij] is gebotst, waardoor [benadeelde partij] (vervolgens) ten val is gekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2.primairhij op 6 augustus 2023 te [plaats 1] in de [gemeente] , als bestuurder van een voertuig (motorscooter), rijdende over de [straat 1] en de [straat 2] en het [straat 3] en [straat 4] , zonder dat aan hem door de daartoe bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 116 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994 een rijbewijs was afgegeven voor de categorie van motorvoertuigen waartoe dat motorvoertuig behoorde en terwijl een of meerdere (politie/dienst)voertuigen optische- en geluidssignalen voerden en hem, verdachte, achtervolgde(n), (over een fietspad) tegen de verkeersrichting in heeft gereden en heeft gereden met een snelheid van ongeveer 60 kilometer per uur, althans met een grotere snelheid dan de aldaar voor hem geldende maximumsnelheid van 30 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en niet is gestopt voor een aldaar, door de politie en middels hun (politie/dienst)voertuigen, opgeworpen (weg)blokkade/(weg)versperring, maar deze (met hoge snelheid) heeft proberen te passeren en in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 de snelheid van de door hem bestuurde voertuig (motorscooter) niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was de motorscooter tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, een persoon, en aldus in strijd met het in artikel 5a van de WVW94 gestelde verbod, zich opzettelijk zodanig in het verkeer heeft gedragen dat voormelde verkeersregels in ernstige mate werden geschonden, waardoor daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) te duchten was;
3.hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in [plaats 1] aan het [straat 3] en [straat 4] , op 6 augustus 2023 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [benadeelde partij] ) letsel was toegebracht;
4.hij op 6 augustus 2023 te [plaats 1] , [gemeente] , op de [straat 1] en de [straat 2] en het [straat 3] en [straat 4] , als eigenaar en/of houder en/of bestuurder met een motorrijtuig, motorfiets, heeft gereden, terwijl hij redelijkerwijs kon vermoeden dat op dat motorrijtuig een teken, te weten een kentekenplaat met [kenteken] was aangebracht dat, niet zijnde het/een ingevolge artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken, door kon gaan voor een zodanig kenteken, of dat teken te doen doorgaan voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands kenteken, of voor een met toepassing van artikel 37, derde lid, opgegeven (handelaars)kenteken;
Zaak met parketnummer 96-127705-23 (gevoegd):
1.hij op 23 mei 2023 te [plaats 2] als bestuurder van een motorrijtuig (tweewielige bromfiets) voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in verdachtes adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 470 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl nog geen zeven jaren waren verstreken sinds de eerste afgifte aan verdachte van een rijbewijs en verdachte op het ogenblik van die afgifte nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden.
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar.
Het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair bewezenverklaarde levert op:
poging tot zware mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
Het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 2 primair bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994
Het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 3 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 4 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 41, eerste lid, onderdeel d van de Wegenverkeerswet 1994
Het in de zaak met parketnummer 96-127705-23 bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.
Bij het bepalen van de straf houdt het hof rekening met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft in het bijzonder het navolgende meegewogen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een vijftal strafbare feiten. Verdachte heeft een motorrijtuig met een vals kenteken bestuurd onder invloed van alcohol. Verdachte heeft volgtekens van politieagenten genegeerd en is doorgereden. Hierdoor hebben de agenten een achtervolging ingezet. Verdachte heeft vervolgens gevaarlijk gereden door onder meer met een snelheid van 60 km per uur tegen de verkeersrichting in te gaan rijden, daarbij wegversperringen heeft genegeerd en (daardoor) zijn motorrijtuig niet tijdig tot stilstand heeft kunnen brengen. Dit heeft er toe geleid dat verdachte een politieagent heeft aangereden die zijn gevaarlijke weggedrag probeerde te stoppen. Door op deze volstrekt onverantwoordelijke wijze aan het verkeer deel te nemen, heeft verdachte zich onverschillig getoond tegenover de geldende verkeersregels en de veiligheid van zichzelf en andere verkeersdeelnemers in gevaar gebracht, een gevaar dat zich ten aanzien van de aangereden politieagent ook daadwerkelijk heeft verwezenlijkt. Bovendien heeft verdachte door zijn handelen laten zien dat hij geen respect heeft gehad voor het openbaar gezag van de politieagenten, die hun werk deden en de verkeerveiligheid, ook die van verdachte, wilden bewaken.
Het hof heeft verder gelet op het strafblad van verdachte van 6 november 2025. Daaruit volgt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor (soortgelijke) strafbare feiten. Het hof weegt dat in strafverzwarende zin mee.
Het hof heeft tevens meegewogen het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 8 maart 2024 en het evaluatieverslag ten aanzien van het plan van aanpak van de Jeugdreclassering van 3 juni 2024 die met betrekking tot verdachte zijn opgemaakt.
Het hof heeft ook acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze op de zitting in hoger beroep zijn besproken. Verdachte heeft verklaard dat hij zijn leven op de rit heeft weten te brengen. Hij is gestopt met het gebruiken van drugs en heeft een eigen appartement via Perspectief. Dit betreft een vorm van begeleid wonen. Zijn begeleider ziet hij één keer in de week. Door hem wordt hij onder andere geholpen bij zijn financiën. Verdachte heeft schulden bij de gemeente, maar hiervoor is een betalingsregeling getroffen waar hij aan voldoet. Sinds kort heeft verdachte een nieuwe baan als pakketjesbezorger. Dit gaat goed en hij hoopt een vast contract te krijgen. Voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden heeft hij een rijbewijs nodig. De oplegging van een (langdurige) onvoorwaardelijke gevangenisstraf en rijontzegging zal voor verdachte betekenen dat hij zijn woning en baan kwijtraakt.
Bij de aard en de ernst van het bewezenverklaarde handelen zoals hierboven uiteengezet is in beginsel een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een (langdurige) ontzegging van de rijbevoegdheid passend. Gelet op het hiervoor overwogene, waaronder met name verdachtes persoonlijke omstandigheden en zijn jeugdige leeftijd, is het hof echter, in lijn met de vordering van de advocaat-generaal, van oordeel dat passend en noodzakelijk is de oplegging van een taakstraf van 200 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 100 dagen hechtenis, in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 24 maanden met een proeftijd van 3 jaren. Nu verdachte een positieve wending heeft gegeven aan zijn leven acht het hof het van belang dat verdachte zijn woning en nieuwe baan kan behouden en de voortgang die hij in de afgelopen periode heeft geboekt, voort kan zetten. Het voorwaardelijke gedeelte van de straf is enerzijds opgelegd om de ernst van de feiten te onderstrepen en anderzijds om verdachte maximaal te bewegen zich in de toekomst niet opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten.
Vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij]
De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend van € 1.057,26, bestaande uit € 57,26 materiële en € 1.000,00 immateriële schade. De politierechter heeft de gehele vordering, vermeerderd met de wettelijke rente, toegewezen.
Naar het oordeel van het hof is op basis van het dossier en de door de benadeelde overgelegde stukken voldoende aannemelijk geworden dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair bewezenverklaarde handelen van verdachte. De vordering, waarvan de hoogte (€ 1.057,26) in hoger beroep niet door de verdediging is betwist, zal daarom, vermeerderd met de wettelijke rente, worden toegewezen.
Om te bevorderen dat de toegewezen schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de schadevergoedingsmaatregel opleggen.
Vorderingen tot tenuitvoerlegging
In de zaak met parketnummer 08-296660-21
In de zaken met parketnummer 08-296660-21 en 08-066685-21 is verdachte op 3 maart 2022 respectievelijk 15 juli 2021 door de kinderrechter in de rechtbank Overijssel veroordeeld. Aan verdachte is toen opgelegd een voorwaardelijke taakstraf van 20 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 10 dagen jeugddetentie, respectievelijk een voorwaardelijke taakstraf van 50 uren, bij niet naar behoren uitvoeren te vervangen door 25 dagen jeugddetentie, beide keren met een proeftijd van 2 jaren. Het openbaar ministerie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van deze voorwaardelijke taakstraffen. Deze vorderingen zijn in hoger beroep ook aan de orde.
Verdachte heeft de hierboven bewezenverklaarde strafbare feiten gepleegd voor het einde van de voornoemde proeftijden. Daarom zal het hof de tenuitvoerlegging van de twee voorwaardelijk opgelegde taakstraffen bevelen.
Wetsartikelen
De straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 45, 57, 63, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a, 7, 8, 41, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.
BESLISSING
vernietigthet vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaarthet openbaar ministerie ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 5 tenlastegelegde niet-ontvankelijk in de vervolging.
Verklaartzoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 96-127705-23 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaartniet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaarthet in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair, 2 primair, 3 en 4 en in de zaak met parketnummer 96-127705-23 bewezenverklaarde strafbaar,
kwalificeertdit als hiervoor vermeld en
verklaartde verdachte strafbaar.
Veroordeeltde verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Bepaaltdat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Veroordeeltde verdachte tot een
taakstrafvoor de duur van
200 (tweehonderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
100 (honderd) dagen hechtenis.
Beveeltdat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Ontzegtde verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair, 2 primair en in de zaak met parketnummer 96-127705-23 bewezenverklaarde de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
Bepaaltdat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij]
Wijst toede vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde partij] ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 1.057,26 (duizend zevenenvijftig euro en zesentwintig cent) bestaande uit € 57,26 (zevenenvijftig euro en zesentwintig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeeltde verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legtaan de verdachte de verplichting
opom aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde partij] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 08-245243-23 onder 1 primair bewezenverklaarde een bedrag te betalen
van € 1.057,26 (duizend zevenenvijftig euro en zesentwintig cent) bestaande uit € 57,26 (zevenenvijftig euro en zesentwintig cent) materiële schade en € 1.000,00 (duizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaaltde duur van de
gijzelingop ten hoogste
20 (twintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaaltdat indien en voor zover de verdachte aan een van beide betalingsverplichtingen heeft voldaan, de andere vervalt.
Bepaaltde aanvangsdatum van de
wettelijke rentevoor de materiële en de immateriële schade op
6 augustus 2023.
Beveeltde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel van 3 maart 2022, parketnummer 08-296660-21, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:
-
taakstrafbestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
20 (twintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
10 (tien) dagenjeugddetentie.
Beveeltde tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel van 15 juli 2021, parketnummer 08-066685-21, voorwaardelijk opgelegde straf, te weten:
-
taakstrafbestaande uit een
werkstrafvoor de duur van
50 (vijftig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door
25 (vijfentwintig) dagenjeugddetentie.
Dit arrest is gewezen door mr. R. Godthelp, mr. G.A. Versteeg en mr. F.E.J. Goffin, in aanwezigheid van de griffier mr. I.C. Bita en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 24 december 2025.