ECLI:NL:GHARL:2025:8613

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
P25/240
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van terbeschikkingstelling van een terbeschikkinggestelde met ernstige somatische aandoeningen en hoog recidiverisico

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 oktober 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) van een terbeschikkinggestelde die lijdt aan darmkanker en andere ernstige gezondheidsproblemen. De terbeschikkinggestelde, geboren in 1947, verblijft in een kliniek en heeft geen behandeling voor zijn kanker ondergaan. Het hof heeft de beslissing van de rechtbank Overijssel van 2 juni 2025 vernietigd, waarin de tbs met twee jaar werd verlengd, en heeft deze verlenging beperkt tot één jaar. Dit besluit is genomen omdat het hof rekening houdt met de mogelijkheid van een verdere verslechtering van de gezondheid van de terbeschikkinggestelde, wat kan leiden tot een afname van het recidiverisico. Het hof heeft de relevante stukken en het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg in overweging genomen, evenals de adviezen van deskundigen. De verdediging had verzocht om een onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, maar dit verzoek is afgewezen. Het hof oordeelt dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen vereist dat de tbs wordt verlengd, maar dat een termijn van één jaar passend is gezien de somatische toestand van de terbeschikkinggestelde. De zaak benadrukt de afweging tussen de somatische gezondheid van de terbeschikkinggestelde en het recidiverisico dat hij met zich meebrengt.

Uitspraak

TBS P25/240
Beslissing van 23 oktober 2025
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1947,
verblijvende in [kliniek] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 2 juni 2025. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
‒ het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
‒ de beslissing van de rechtbank Overijssel van 2 juni 2025;
‒ de akte van 13 juni 2025 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
‒ de appelschriftuur van de raadsvrouw van 27 juni 2025;
‒ de aanvullende informatie van de kliniek van 15 september 2025;
‒ de wettelijke aantekeningen over de periode van 17 april 2025 tot en met 14 juli 2025.
Het hof heeft ter zitting van 9 oktober 2025 gehoord:
‒ de advocaat-generaal, mr. I.M. Muller, en
‒ en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.C.E.A. Kloosterman, advocaat in Laren (Noord-Holland).

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
Primair verzoekt de verdediging het hof opdracht te geven tot een onderzoek door de reclassering naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, waarbij tevens onderzoek wordt gedaan naar de somatische situatie en de gevolgen daarvan. De terbeschikkinggestelde lijdt aan darmkanker, waarvoor hij geen behandeling ondergaat. Daarnaast heeft hij meerdere malen zowel een cerebrovasculair accident (CVA) als een transient ischaemic attack (TIA) gehad. Zijn gezondheid gaat met stappen achteruit. De verslechtering is van dien aard dat de uitgebrachte adviezen niet meer actueel zijn en er voldoende reden is voor een nieuwe taxatie van het recidiverisico, alsmede van onderzoek dat gericht is op het inschatten van de levensverwachting van de terbeschikkinggestelde.
Subsidiair bepleit de verdediging dat het hof de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling zal beperken tot een jaar. Gelet op de somatische toestand van de terbeschikkinggestelde zou een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar te lang zijn. In een jaar kan zijn gezondheid zodanig verder verslechteren dat het recidiverisico daardoor verdwijnt.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De rechtbank heeft terecht beslist tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. Het verzoek van de terbeschikkinggestelde tot een onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege veronderstelt dat de terbeschikkinggestelde een toekomst voor zich ziet, terwijl hij zegt een doodswens te hebben. De terbeschikkinggestelde heeft geen medewerking verleend aan het onderzoek door psychiater Maksimovic en heeft maar gedeeltelijk meegewerkt aan het onderzoek door psycholoog Gaertner, die tot de conclusie is gekomen dat bij beëindiging van de terbeschikkingstelling een recidiverisico aanwezig is dat kan oplopen tot hoog. Daarbij geldt dat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor brandstichting, waar niet veel fysieke kracht voor nodig is. Verder blijkt uit de stukken dat de terbeschikkinggestelde het meest op zijn plek is in de kliniek, die de terbeschikkinggestelde zal overbrengen naar een hospice als zijn somatische toestand verder verslechtert en daartoe aanleiding is. Concluderend strekt het standpunt van het openbaar ministerie tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.
Het oordeel van het hof
Vernietiging van de beslissing van de rechtbank
Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank, omdat het hof tot een ander oordeel komt over de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling.
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 3 mei 2018. De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde toen een terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd. Op 16 april 2020 heeft het hof beslist dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. De terbeschikkingstelling is opgelegd voor (kort gezegd): (1) brandstichting met gevaar voor goederen, (2) brandstichting met gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander persoon, en (3) bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. De terbeschikkingstelling is dus opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, waardoor de terbeschikkingstelling niet in duur is beperkt.
Stoornis en recidivegevaar
Het verlengingsadvies van de kliniek van 14 maart 2025 houdt in dat de terbeschikkinggestelde intellectueel functioneert op een laagbegaafd niveau en dat bij hem persoonlijkheidsproblematiek aanwezig is, in het bijzonder cluster C, waarbij de afhankelijkheid op de voorgrond staat. Daarnaast is sprake van een stoornis in alcoholgebruik, matig en in langdurige remissie in een gereguleerde omgeving.
De kliniek heeft het recidiverisico ingeschat als hoog, zowel voor een situatie waarin de terbeschikkingstelling is beëindigd als voor de situatie waarin de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd. De aanvullende informatie van 15 september 2025 houdt in dat die inschatting van het recidiverisico onveranderd is.
In het kader van deze verlengingsprocedure is de terbeschikkinggestelde onderzocht door psycholoog W.J.P. Gaertner, die daarover heeft gerapporteerd op 14 maart 2025. Dat rapport houdt in dat de terbeschikkinggestelde maar beperkt heeft meegewerkt aan het onderzoek, waardoor maar een beperkt beeld van de terbeschikkinggestelde is verkregen, maar dat de diagnose die de kliniek hanteert passend lijkt te zijn.
De inschatting van de psycholoog is dat, als de terbeschikkingstelling eindigt, het recidiverisico zal oplopen tot hoog, waarbij dit geldt voor zowel brandstichting als bedreiging.
Verlenging van de terbeschikkingstelling
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Duur van de verlenging
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaren wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
In dit geval is het hof van oordeel dat er voldoende reden is om de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling te beperken tot een jaar. De terbeschikkinggestelde lijdt aan darmkanker, waarvoor hij geen behandeling wil. Daarnaast is zijn fysieke gesteldheid verzwakt door een CVA en een TIA. Uit het voorgaande blijkt dat ondanks die somatische aandoeningen op dit moment nog een hoog recidiverisico van de terbeschikkinggestelde uitgaat. Het hof houdt echter rekening met een scenario waarin een verdere verslechtering van de somatische toestand van de terbeschikkinggestelde gepaard gaat met een substantiële afname van het recidiverisico. Om die reden is het hof van oordeel dat al na een termijn van een jaar opnieuw dient te worden beoordeeld of nog wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de terbeschikkingstelling.
Afwijzing van het verzoek tot een onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege
Het hof beslist tot afwijzing van het verzoek van de raadsvrouw tot een onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. De noodzakelijkheid van het verzochte onderzoek is niet gebleken. Op grond van de aanwezige informatie acht het hof een voorwaardelijke beëindiging op dit moment niet aan de orde, onder meer omdat de kliniek het recidiverisico voor de situatie van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege inschat als hoog.

BESLISSING

Het hof:
Wijst af het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, van 2 juni 2025 met betrekking tot de [terbeschikkinggestelde] .
Verlengt de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar.
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. W.A. Holland, raadsheren,
drs. A.W.T.M. Vissers en drs. C.J.J.C.M. van Gestel, raden,
in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,
en op 23 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.