ECLI:NL:GHARL:2025:8610

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
P24/369
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verpleging van terbeschikkinggestelde met wijziging van voorwaarden

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 oktober 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep betreffende de terbeschikkingstelling (tbs) van een terbeschikkinggestelde, geboren in 1976. De terbeschikkingstelling was eerder opgelegd door de rechtbank Rotterdam op 10 maart 2022. De terbeschikkinggestelde had een verzoek ingediend tegen een eerdere beslissing van de rechtbank Rotterdam van 10 oktober 2024, waarin het verzoek tot voortzetting van de tbs met voorwaarden werd afgewezen en de terbeschikkinggestelde van overheidswege zou worden verpleegd. Het hof heeft de vordering van het openbaar ministerie tot verpleging afgewezen, maar heeft de voorwaarden van de tbs wel gewijzigd. Het hof heeft gelet op verschillende rapporten, waaronder dat van psychiater T.W.D.P. van Os, en de adviezen van de reclassering. De psychiater concludeerde dat de terbeschikkinggestelde lijdt aan een lichte verstandelijke ontwikkelingsstoornis en een antisociale persoonlijkheidsstoornis, en dat er risico's zijn op gewelddadig gedrag zonder ondersteuning. Het hof oordeelde dat, ondanks de risico's, het verantwoord was om de terbeschikkinggestelde nog een kans te geven binnen het juridische kader van tbs met voorwaarden. De gewijzigde voorwaarden omvatten onder andere opname in een zorginstelling, meewerken aan reclasseringstoezicht, en het verbod op het gebruik van verdovende middelen en alcohol. De beslissing van het hof vernietigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en wijst de vordering van het openbaar ministerie af.

Uitspraak

TBS P24/369
Beslissing van 23 oktober 2025
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren op [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
verblijvende in penitentiaire inrichting (PI) [plaats] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 10 oktober 2024. Deze beslissing houdt in:
‒ afwijzing van het verzoek tot een onderzoek naar de mogelijkheid van voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden en
‒ het bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Het hof heeft gelet op de stukken die worden genoemd in de tussenbeslissing van het hof van 3 april 2025. Daarnaast heeft het hof gelet op:
‒ het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 20 maart 2025;
‒ de tussenbeslissing van het hof van 3 april 2025;
‒ het rapport van psychiater T.W.D.P. van Os van 12 juni 2025;
‒ de e-mail van de raadsvrouw van 18 juni 2025, de reactie daarop van het hof van 20 juni 2025 en de reactie daarop van de raadsvrouw van 23 juni 2025;
‒ het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 26 juni 2025;
‒ het reclasseringsadvies van 11 september 2025;
‒ het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof van 18 september 2025.
Het hof heeft ter zitting van 9 oktober 2025 gehoord:
‒ de advocaat-generaal, mr. I.M. Muller, en
‒ de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.C. van Bunnik, advocaat in Amsterdam, en
‒ als deskundige: reclasseringswerker [deskundige 2] .

Overwegingen

Tussenbeslissing van 3 april 2025 en daarop volgende ontwikkelingen
Bij tussenbeslissing van 3 april 2025 heeft het hof de stukken in handen gesteld van de raadsheer-commissaris, met de opdracht (kort gezegd) een door het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) aan te wijzen psychiater nader onderzoek te laten verrichten naar de terbeschikkinggestelde.
Daarnaast heeft het hof de stukken in handen gesteld van de advocaat-generaal, met de opdracht om, na de oplevering van het rapport van die psychiater, de reclassering met inachtneming van dat rapport onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid van voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden.
Op 12 juni 2025 heeft psychiater T.W.D.P. van Os een rapport uitgebracht op basis van een onderzoek naar de terbeschikkinggestelde dat was verricht in een ander kader, namelijk het kader van de verlenging van de terbeschikkingstelling.
Op de terechtzitting van 26 juni 2025 heeft het hof beslist tot intrekking van de op 3 april 2025 gegeven opdracht tot het verrichten van psychiatrisch onderzoek, omdat in het rapport van psychiater Van Os in voldoende mate wordt ingegaan op de punten waarover het hof door middel van dat onderzoek wenste te worden geïnformeerd.
Op 11 september 2025 heeft de reclassering gerapporteerd over de mogelijkheid van voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden.
Advies reclassering ( [deskundige 2] ) ter terechtzitting
Op de terechtzitting van 9 oktober 2025 heeft [deskundige 2] in aanvulling op het rapport van 11 september 2025 het volgende opgemerkt. De terbeschikkinggestelde staat bovenaan de wachtlijst van de [kliniek] van [zorginstelling] . Het is nog niet bekend op welke datum de terbeschikkinggestelde in die kliniek kan worden opgenomen. De reclassering handhaaft haar advies tot toewijzing van de vordering van het openbaar ministerie die ertoe strekt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Uit het advies van psychiater blijkt het belang van abstinentie van verdovende middelen en het belang van medicatiegebruik, terwijl de terbeschikkinggestelde tijdens het intakegesprek met [zorginstelling] gezegd heeft dat hij niet blijvend abstinent wil zijn van cannabis en niet openstaat voor medicatiegebruik.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De terbeschikkinggestelde is duidelijk gemaakt dat als hij nog een kans krijgt in het juridische kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden, dat hij dan niet meer zelf beslist of hij medicatie dient te gebruiken. Zijn weerstand tegen medicatiegebruik heeft ermee te maken dat hij een lange geschiedenis heeft van hulpverlening en dat daarin nooit over medicatiegebruik is gesproken. Daardoor vindt hij het moeilijk te begrijpen dat dit nu wel wordt geadviseerd. Psychiater Van Os ziet voldoende mogelijkheden voor voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden, waarbij de psychiater rekening heeft gehouden met het gebrek aan ziektebesef bij de terbeschikkinggestelde. [zorginstelling] heeft de terbeschikkinggestelde geaccepteerd voor een klinische behandeling. Daarmee is er voldoende reden voor voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. De verdediging verzet zich niet tegen het stellen van de voorwaarden zoals geadviseerd door psychiater Van Os, met uitzondering van de voorwaarde die betrekking heeft op bewindvoering. Hoewel hij wel met schulden kampt, heeft de terbeschikkinggestelde zijn financiën redelijk op orde. Door hem niet te verplichten tot bewindvoering kan tegemoet worden gekomen aan zijn behoefte om ondanks de strenge voorwaarden een bepaalde mate van autonomie te behouden. De verdediging verzet zich niet tegen het stellen van een voorwaarde die betrekking heeft op het verlenen van medewerking aan het treffen van betalingsregelingen of schuldsanering. Concluderend heeft de raadsvrouw bepleit dat het hof zal beslissen tot afwijzing van de vordering van het openbaar ministerie die ertoe strekt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, met wijziging van de voorwaarden conform het voorgaande.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De terbeschikkingstelling verloopt met vallen en opstaan. De terbeschikkinggestelde heeft een behoorlijk tijd goed zijn best gedaan, maar toen bleek hij psychosegevoelig en volgde er een terugval. De terbeschikkinggestelde functioneert goed met ondersteuning, maar de uitdaging voor hem is zich voor te bereiden op een scenario waarin dat kader is weggevallen. Psychiater Van Os heeft een advies uitgebracht waaruit volgt dat de nodig geachte interventies kunnen plaatsvinden in het huidige juridische kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden, maar dat dan wel strenge voorwaarden moeten worden gesteld met betrekking tot een opname in een verslavingskliniek, medicatiegebruik en bewindvoering. Wat betreft het openbaar ministerie wordt dit advies gevolgd en krijgt de terbeschikkinggestelde nog een kans in het huidige juridische kader. Concluderend strekt het standpunt van het openbaar ministerie tot afwijzing van de vordering en met wijziging van de voorwaarden waardoor deze in lijn worden gebracht met het advies van psychiater Van Os.
Het oordeel van het hof
Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank, omdat het hof – anders dan de rechtbank – beslist tot afwijzing van de vordering van het openbaar ministerie die ertoe strekt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Ter onderbouwing hiervan overweegt het hof het volgende.
Het rapport van psychiater Van Os van 12 juni 2025 houdt kort gezegd het volgende in.
Bij de terbeschikkinggestelde is sprake van een lichte verstandelijke ontwikkelingsstoornis, een antisociale persoonlijkheidsstoornis, een lichte stoornis in het gebruik van cannabis en een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Tot nu toe is in de diagnostische conclusies te weinig nadruk gelegd op de psychosegevoeligheid van de terbeschikkinggestelde.
De psychosegevoeligheid kan leiden tot paranoïde waandenkbeelden waardoor de terbeschikkinggestelde zich gerechtvaardigd voelt om geweld toe te passen. De terbeschikkinggestelde heeft geen enkel ziektebesef ten aanzien van de mogelijkheid dat zijn psychotische ontregelingen verband houden met zijn middelengebruik. Door dit gebrek aan ziektebesef is er bij de terbeschikkinggestelde geen intrinsieke motivatie om abstinentie te handhaven of om structureel een antipsychoticum te gebruiken. Voor een situatie zonder ondersteuning schat de psychiater het risico op gewelddadig gedrag in de toekomst in als hoog. Voor een situatie met ondersteuning schat de psychiater dat risico in als laag tot matig.
De psychiater adviseert de terbeschikkinggestelde te laten opnemen in een verslavingskliniek. De terbeschikkinggestelde dient zich blijvend te onthouden van alcohol en drugs. Verder adviseert de psychiater dat de terbeschikkinggestelde blijvend wordt ingesteld op een antipsychoticum, om zijn psychosegevoeligheid in te dammen en bij een eventuele terugval in middelengebruik bescherming te bieden tegen paranoïde waandenkbeelden. De toepassing van deze adviezen is mogelijk binnen het juridische kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden, aldus de psychiater.
Het reclasseringsadvies van 11 september 2025 houdt onder meer in dat de Divisie Individuele Zaken (DIZ) van het ministerie van Justitie en Veiligheid de terbeschikkinggestelde heeft aangemeld bij [zorginstelling] , waar op 14 augustus 2025 een (digitaal) intakegesprek plaatsvond. In dat gesprek zei de terbeschikkinggestelde te zullen meewerken aan de klinische behandeling, maar ontkende hij dat sprake was van middelenproblematiek. Ook nam de terbeschikkinggestelde een afwijzende houding aan wat betreft medicatiegebruik. Een aantal dagen later werd duidelijk dat [zorginstelling] de terbeschikkinggestelde – ondanks de bedenkingen van de terbeschikkinggestelde – heeft geaccepteerd en op de wachtlijst heeft geplaatst. Op de terechtzitting van 9 oktober 2025 verklaarde [deskundige 2] dat de terbeschikkinggestelde bovenaan de wachtlijst staat van de betreffende kliniek van [zorginstelling] .
Ondanks dat de reclassering adviseert tot toewijzing van de vordering van het openbaar ministerie – wat zou meebrengen dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege wordt verpleegd – heeft de reclassering in het advies van 11 september 2025 ook voorwaarden geformuleerd waaronder de terbeschikkingstelling met voorwaarden kan worden voortgezet, voor het geval het hof de vordering afwijst. De reclassering heeft daarbij opgemerkt dat de terbeschikkinggestelde zich slechts in beperkte mate bereid heeft verklaard tot naleving van die voorwaarden, wat betrekking heeft op de voorwaarden die strekken tot abstinentie van verdovende middelen (in het bijzonder cannabis) en het gebruik van medicatie (indien dat een onderdeel is van de klinische of ambulante behandeling die de terbeschikkinggestelde zal ondergaan).
Op de terechtzitting van 9 oktober 2025 is met de terbeschikkinggestelde gesproken over het advies van psychiater Van Os en de essentiële rol van medicatiegebruik en abstinentie van middelengebruik in de mogelijkheden die de psychiater ziet voor voortzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden. Over drugsgebruik heeft de terbeschikkinggestelde toen verklaard dat hij daarmee wil stoppen. Wat betreft het gebruik van medicatie (een antipsychoticum) is door en namens de terbeschikkinggestelde uitgelegd wat de redenen zijn voor zijn weerstand daartegen. Hij is bang voor eventuele bijwerkingen en voor verslaving aan de medicatie. Daarnaast begrijpt de terbeschikkinggestelde niet dat op dit moment medicatiegebruik wordt geadviseerd, terwijl dat in zijn lange voorgeschiedenis van hulpverlening nooit aan de orde is geweest. Ondanks deze weerstand heeft de terbeschikkinggestelde verklaard dat als medicatiegebruik deel uitmaakt van de voorwaarden die het hof stelt, hij die voorwaarde zal naleven.
Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat het verantwoord is de terbeschikkinggestelde nog een (laatste) kans te bieden in het juridische kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden. In het verlengde hiervan is het hof van oordeel dat op dit moment niet is gebleken dat het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Dit brengt mee dat het hof de vordering van het openbaar ministerie afwijst.
Wijziging van de voorwaarden
Het hof wijzigt de voorwaarden om deze – met een aantal redactionele wijzigingen – in overeenstemming te brengen met de voorwaarden die de reclassering heeft geformuleerd in het advies van 11 september 2025.
Het hof stelt – conform het advies van de reclassering en anders dan voorgesteld door psychiater Van Os – niet de voorwaarde dat de terbeschikkinggestelde zal meewerken aan beschermingsbewind, maar wel dat hij de reclassering inzage verleent in zijn financiën en schulden en dat hij zal meewerken aan schuldhulpverlening, ook als het gaat om schuldsanering in de zin van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp).

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt de beslissing van de rechtbank Rotterdam van 10 oktober 2024 met betrekking tot de [terbeschikkinggestelde] .
Wijst af de vordering van het openbaar ministerie die ertoe strekt dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.
Wijzigt de gestelde voorwaarden zodanig dat deze als volgt komen te luiden.
1.
Geen strafbare feiten plegen
De terbeschikkinggestelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit.
2.
Meewerken aan reclasseringstoezicht
De terbeschikkinggestelde werkt mee aan het reclasseringstoezicht. Deze medewerking houdt onder meer het volgende in.
‒ De terbeschikkinggestelde meldt zich op afspraken bij de reclassering. De reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is.
‒ De terbeschikkinggestelde laat één of meer vingerafdrukken nemen en laat een geldig identiteitsbewijs zien. Dit is nodig om de identiteit van de terbeschikkinggestelde vast te stellen.
‒ De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de aanwijzingen van de reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om de terbeschikkinggestelde te helpen bij het naleven van de voorwaarden.
‒ De terbeschikkinggestelde helpt de reclassering aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid.
‒ De terbeschikkinggestelde werkt mee aan huisbezoeken.
‒ De terbeschikkinggestelde geeft de reclassering inzicht in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners.
‒ De terbeschikkinggestelde vestigt zich niet op een ander adres zonder toestemming van de reclassering.
‒ De terbeschikkinggestelde werkt mee aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met hem, als dat van belang is voor het toezicht.
3.
Opname in een zorginstelling (en medicatiegebruik)
De terbeschikkinggestelde laat zich opnemen in de [kliniek] van [zorginstelling] of een andere forensische zorginstelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Als een opname in een forensische zorginstelling nodig wordt geacht ter overbrugging van de wachttijd voordat de terbeschikkinggestelde in de beoogde kliniek terechtkan, dan werkt de terbeschikkinggestelde daaraan mee.
De opname start direct aansluitend aan detentie. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt.
De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek van de terbeschikkinggestelde kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt de terbeschikkinggestelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.
4.
Begeleid wonen of maatschappelijke op vang
Aansluitend aan zijn opname in een zorginstelling verblijft de terbeschikkinggestelde in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. Het verblijf duurt zolang de reclassering en zorginstelling dat nodig vinden.
De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.
5.
Ambulante behandeling (en medicatiegebruik)
Aansluitend aan zijn opname in een zorginstelling laat de terbeschikkinggestelde zich ambulant behandelen door een forensische zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt.
De terbeschikkinggestelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek van de terbeschikkinggestelde kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen.
6.
Meewerken aan een time-out
Als de reclassering dat nodig vindt en de terbeschikkinggestelde daarmee instemt, kan de terbeschikkinggestelde voor een time-out worden opgenomen in een forensisch psychiatrisch centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out duurt totdat de reclassering of de terbeschikkinggestelde deze beëindigt, maar maximaal zeven weken, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal veertien weken per jaar.
7.
Drugsverbod en controles
De terbeschikkinggestelde gebruikt geen verdovend middel dat voorkomt op lijst I (harddrugs) of lijst II (softdrugs) van de Opiumwet, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan controles op de naleving van dit verbod. Mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek, ademonderzoek en een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
8.
Alcoholverbod en controles
De terbeschikkinggestelde gebruikt geen alcohol, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan controles op de naleving van dit verbod. Mogelijke controlemiddelen zijn urineonderzoek en ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
9.
Dagbesteding
De terbeschikkinggestelde zet zich in voor het vinden en behouden van een door de reclassering goedgekeurde vorm van dagbesteding (betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding), met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
10.
Financiën en schuldhulpverlening
De terbeschikkinggestelde geeft de reclassering inzage in zijn financiën en schulden. De terbeschikkinggestelde werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van betalingsregelingen, ook als dit inhoudt dat hij meewerkt aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp).
11.
Niet naar het buitenland (reisverbod)
De terbeschikkinggestelde gaat niet naar het buitenland of het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden, tenzij de reclassering daarvoor toestemming heeft gegeven.
12.
Locatieverbod (zonder elektronisch toezicht)
De terbeschikkinggestelde bevindt zich niet in [gebied] . Dit betreft het gebied dat valt binnen het gele vlak op [het in de beslissing opgenomen] kaartfragment. Dit locatieverbod geldt zolang het openbaar ministerie dit nodig vindt.
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. W.A. Holland, raadsheren,
drs. A.W.T.M. Vissers en drs. C.J.J.C.M. van Gestel, raden,
in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,
en op 23 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.