ECLI:NL:GHARL:2025:8595
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- G. Dam
- J. Steenbrink
- D. Stikkelbroeck
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak aanranding en bedreiging met verkrachting wegens onvoldoende bewijs
Verdachte werd door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld voor aanranding en bedreiging met verkrachting, met een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf, en een schadevergoeding aan de benadeelde partij toegekend. Het hof Arnhem-Leeuwarden vernietigt dit vonnis en doet opnieuw recht.
Het hof oordeelt dat het opsporingsonderzoek onvolledig is, onder meer doordat geen vergelijkend DNA-onderzoek is verricht met de jongere broer van verdachte, die als alternatieve donor van het DNA-mengprofiel in de broek van de benadeelde partij in aanmerking komt. Ook is geen volledig onderzoek gedaan naar telefoongegevens en Snapchatberichten, waardoor het bewijs onvoldoende overtuigend is.
De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het recht op een eerlijk proces door een lange termijn tussen aangifte en eerste verhoor. Het hof verwierp dit verweer, maar hield rekening met de termijnoverschrijding bij de bewijswaardering.
Gezien de onvolledigheid van het onderzoek en het ontbreken van overtuigend bewijs spreekt het hof verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.