De Stichting Pensioenfonds Vervoer (SPV) en Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Beroepsgoederenvervoer over de Weg en de Verhuur van Mobiele Kranen (SOOB) vorderden faillietverklaring van een eenmanszaak die werkzaamheden verricht in het vervoer van pakketten en stukgoederen. De rechtbank had het verzoek afgewezen omdat onvoldoende was gebleken dat de onderneming was opgehouden te betalen.
In hoger beroep stelde het hof vast dat er sprake was van opeisbare vorderingen van beide pensioenfondsen en dat er pluraliteit van schuldeisers bestond. Na de beschikking van de rechtbank had de onderneming geen betalingen meer verricht en structureel nieuwe facturen onbetaald gelaten, waardoor de faillissementstoestand was ingetreden.
Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en verklaarde de onderneming in staat van faillissement. Tevens werd een curator benoemd en werd de onderneming veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de pensioenfondsen in beide instanties.