ECLI:NL:GHARL:2025:8532

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
23 december 2025
Zaaknummer
Wahv 200.354.307/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake onnodig geluid veroorzaken door voertuig met Audi RS3

In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, die op 25 maart 2025 een sanctie had opgelegd aan de betrokkene voor het veroorzaken van onnodig geluid met een motorvoertuig. De betrokkene, eigenaar van een Audi RS3, had een boete van € 280,- gekregen, welke door de kantonrechter was gematigd tot € 210,- vanwege een schending van de hoorplicht door de officier van justitie. De betrokkene ontkende de gedraging en voerde aan dat het geluid van zijn voertuig, dat een 2,5 liter turbomotor heeft, inherent is aan het type motor en niet als onnodig geluid kan worden aangemerkt. Het hof heeft de zaak beoordeeld aan de hand van de verklaringen van de ambtenaar die de overtreding had vastgesteld. Deze ambtenaar had geconstateerd dat het voertuig bij het optrekken een enorm hard geluid maakte en dat er een knal uit de uitlaat kwam. Het hof oordeelde dat de verklaring van de ambtenaar voldoende was om de gedraging vast te stellen en dat de betrokkene geen overtuigende argumenten had aangedragen die de juistheid van de gegevens in twijfel trokken. Het hof bevestigde de beslissing van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.354.307/01
CJIB-nummer
: 257144408
Uitspraak d.d.
: 23 december 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 25 maart 2025, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is M.J.M. Bergers, kantoorhoudende te Maastricht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 210,-. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 777,-.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 280,- voor: “als bestuurder met een motorvoertuig of als brom- of snorfietser onnodig geluid veroorzaken”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 april 2023 om 13:48 uur op de Beethovenstraat in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De kantonrechter heeft het sanctiebedrag gematigd tot € 210,- wegens de (structurele) schending van de hoorplicht door de officier van justitie.
3. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat de betrokkene de gedraging ontkent. Het betreffende voertuig heeft dusdanig veel vermogen dat bij het loslaten van het gas naverbranding kan plaatsvinden in de uitlaat. Dit resulteert in een knal en is een eigenschap van het voertuig. Het betreft een Audi RS3 met een 2,5 liter turbomotor met vijf cilinders. Deze maakt vergeleken met een vier of zes cilinder een ander geluid, omdat er sprake is van een oneven aantal cilinders. Een driecilinder of vijfcilinder maakt meer en ander geluid dan reguliere voertuigen en sportieve voertuigen.
4. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft.
5. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik, verbalisant, bevond mij samen met mijn collega in uniform gekleed en met preventiesurveillance belast in een opvallend dienstvoertuig op de Beethovenstraat te Amsterdam. Daar zag ik het genoemde voertuig rijden en hoorde bij het optrekken en gasgeven dat de motor enorm veel lawaai maakte. Ik ben het voertuig op afstand gaan volgen en zag dat het voertuig op een afstand van ongeveer 25 à 30 meter voor mij reed. Ik zag dat het voertuig optrok en daarbij maakte de motor van het voertuig een enorm lawaai en hoorde ik een knal uit de uitlaat komen van het voertuig. Ik zag dat dit gebeurde nadat de bestuurder een voetganger op een voetgangersoversteekplaats had voor laten gaan. Bij het optrekken maakte de motor van het voertuig een enorm hard geluid. Dit is afkomstig van het accelereren van de motor. Ik ben vervolgens met mijn opvallende politiebus op de trambaan naast het genoemde voertuig gaan rijden. Ik zag dat de bestuurder naar ons keek. Bij de volgende oversteekplaats die naderde liet de betrokkene de fietsers voorgaan en trok daarna weer op. Het viel mij op dat het voertuig nu ineens geen lawaai meer maakte en er geen knal te horen was en dat terwijl het voertuig net zo snel optrok als vlak daarvoor bij de voetgangersoversteekplaats. Nadat ik de bestuurder had staande gehouden verklaarde deze vrijwillig en dat er in het voertuig een standaard knopje zit om het geluid en de knal aan en uit te kunnen zetten. (…)
Overtreden artikel: 57 RVV 1990. (…)
Merk van voertuig: Audi
Type van voertuig: TT RS Coupé. (…)
Verklaring betrokkene: ik heb geen commentaar.”
6. De gedraging betreft een overtreding van artikel 57 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Dit artikel is bedoeld om op te kunnen treden juist in die gevallen waarin een voertuig aan alle daaraan te stellen eisen voldoet, maar daarmee onnodig geluid gemaakt wordt.
7. De verklaring van de ambtenaar is voldoende voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Uit de verklaring van de ambtenaar blijkt dat het voertuig met het optrekken een enorm hard geluid maakte. Daarnaast kwam er een knal uit de uitlaat. Nadat de betrokkene zich ervan bewust was dat de ambtenaar hem in de gaten hield, maakte het voertuig bij het op vergelijkbare wijze optrekken geen lawaai meer en was er geen knal te horen. Het door de ambtenaar geconstateerde harde geluid en de knal bij het optrekken van het voertuig moeten worden aangemerkt als onnodig geluid.
8. De aangevoerde grond treft geen doel. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter bevestigen. Er is geen aanleiding om een proceskostenvergoeding toe te kennen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Postma als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.