Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een verzoek tot wijziging van de partneralimentatie na echtscheiding. De man, verzoeker in hoger beroep, is het niet eens met de beslissing van de rechtbank Overijssel, die op 21 maart 2025 zijn verzoek om wijziging van de partneralimentatie heeft afgewezen. De man verzoekt het hof om de partneralimentatie, die oorspronkelijk was vastgesteld op € 387,- per maand en in 2025 was geïndexeerd naar € 453,-, met ingang van 11 oktober 2024 op nihil te stellen. De vrouw, verweerster in hoger beroep, vraagt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen en stelt dat zij onvoldoende verdiencapaciteit heeft om in haar eigen levensonderhoud te voorzien. Het hof oordeelt dat er sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden, aangezien de inkomens van beide partijen zijn gewijzigd sinds de eerdere beschikking. Het hof overweegt dat de vrouw, die lijdt aan chronische lymfeklierkanker, niet in staat is om meer uren te werken dan de huidige 24 uur per week. Daarnaast oordeelt het hof dat de inwonende meerderjarige zoon van de vrouw, die fulltime werkt en een inkomen heeft van minimaal € 2.000,- netto per maand, een bijdrage aan de kosten van de huishouding zou moeten leveren. Het hof komt tot de conclusie dat de vrouw, rekening houdend met deze bijdrage, geen aanvullende behoefte heeft aan partneralimentatie. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt de partneralimentatie met ingang van 1 januari 2026 op nihil. De proceskosten worden gecompenseerd.