In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de wijziging van partneralimentatie. De man, verzoeker in hoger beroep, heeft het hof verzocht om de partneralimentatie te verlagen, terwijl de vrouw, verweerster, verzocht om de bestreden beschikking van de rechtbank Gelderland te bekrachtigen. De rechtbank had eerder, op 24 februari 2025, het verzoek van de man om de partneralimentatie te wijzigen afgewezen. De man heeft aangevoerd dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden, onder andere door de meerderjarigheid van hun dochter en zijn terugval in inkomen door ziekte. Het hof heeft vastgesteld dat de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw niet in geschil is en dat de man, ondanks zijn terugval in inkomen, in staat is om een aangepaste partneralimentatie te betalen. Het hof heeft besloten dat de man met ingang van 1 januari 2026 een partneralimentatie van € 1.169,- bruto per maand moet betalen, en met ingang van 1 juni 2026 een bedrag van € 1.482,- bruto per maand. De beslissing van het hof houdt rekening met de behoeftigheid van de vrouw en de draagkracht van de man, waarbij het hof ook de gevolgen van de alimentatieverplichting voor beide partijen in overweging heeft genomen. De proceskosten zijn gecompenseerd, wat betekent dat elke partij zijn eigen kosten draagt.