Het huwelijk van partijen is ontbonden in 2015 en de man betaalde sindsdien partneralimentatie aan de vrouw. In 2020 is de alimentatie verhoogd, maar de man verzocht in 2025 om wijziging vanwege gewijzigde omstandigheden, waaronder de meerderjarigheid van hun dochter en zijn ziekte met inkomensverlies.
De rechtbank wees het verzoek af, waarna de man hoger beroep instelde. Het hof beoordeelde de ingangsdatum van de wijziging, de behoeftigheid van de vrouw en de draagkracht van de man. De vrouw is behoeftig omdat zij niet volledig in haar levensonderhoud kan voorzien, ondanks een mogelijke verdiencapaciteit.
De man is ziek en ontvangt 70% van zijn inkomen, met onzekerheid over zijn toekomstige werk. Het hof berekende de draagkracht forfaitair, rekening houdend met woonlasten, kinderalimentatie en een aflossingsverplichting die per juni 2026 vervalt.
Het hof besloot de partneralimentatie te verlagen met ingang van 1 januari 2026 naar €1.169 bruto per maand en vanaf 1 juni 2026 naar €1.482 bruto per maand, inclusief indexering. Het verzoek tot afbouw van de alimentatie werd afgewezen omdat niet aannemelijk is dat de vrouw binnen afzienbare tijd in eigen levensonderhoud kan voorzien.
De bestreden beschikking van de rechtbank werd vernietigd en de gewijzigde alimentatieverplichting vastgesteld. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.