Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
RechtOp B.V.,
verzoekster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden staat de vraag centraal of de bewindvoerder recht heeft op een aanvullende beloning in verband met de verhuizing van de rechthebbende. Volgens artikel 3 lid 5 onder Pro b van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren zijn twee vereisten van toepassing: er mag geen mentor zijn en het moet aannemelijk zijn dat de rechthebbende zelf niet in staat is de werkzaamheden die een mentor bij verhuizing zou verrichten, uit te voeren.
De bewindvoerder heeft gesteld dat de rechthebbende de verhuizing niet zelf kon regelen en heeft een toelichting gegeven over de verrichte taken en contact met het wijkteam. Het hof oordeelt echter dat deze toelichting onvoldoende is om aannemelijk te maken dat de rechthebbende niet zelf in staat is de werkzaamheden te verrichten die een mentor zou doen. Tevens is niet vermeld dat er geen mentor is.
Het hof verwijst naar zijn eerdere tussenbeschikking en benadrukt dat het aan de bewindvoerder is om voldoende feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken waarom de rechthebbende de verhuizing niet zelf kan regelen. Nu dit niet is gelukt, wordt de bestreden beschikking van de kantonrechter bekrachtigd, waarmee de toekenning van de aanvullende beloning wordt afgewezen.
Uitkomst: De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd en de aanvullende beloning aan de bewindvoerder wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.