ECLI:NL:GHARL:2025:8421

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
21-001228-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor belediging van een ambtenaar in functie zonder oplegging van straf

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland. De verdachte was eerder veroordeeld voor belediging van een ambtenaar in functie, waarbij hij beledigende woorden had gebruikt. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte op 14 januari 2025 een ambtenaar, werkzaam bij de Eenheid Midden-Nederland, had beledigd door hem de woorden 'kankerleijer' en 'kankerneger' toe te voegen. De politierechter had de verdachte eerder veroordeeld tot een geldboete, maar het hof heeft dit vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het hof oordeelde dat de verdachte geen straf zou krijgen, omdat hij al onherroepelijk was veroordeeld voor een andere zaak die nauw verbonden was met deze. Het hof concludeerde dat een gelijktijdige behandeling van beide zaken niet zou hebben geleid tot een hogere straf. De beslissing om geen straf op te leggen was gebaseerd op de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze waren begaan, evenals de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het hof heeft de artikelen 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht toegepast en verklaarde het bewezenverklaarde strafbaar, maar legde geen straf of maatregel op.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001228-25
Uitspraakdatum: 18 december 2025
TEGENSPRAAK
Verkort arrestvan de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 12 maart 2025 met parketnummer 16-016006-25 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2005 in [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] .

Hoger beroep

Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland.

Onderzoek van de zaak

Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 5 december 2025 is besproken.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze houdt in bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde, zonder oplegging van straf. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd.
Verder heeft het hof kennisgenomen van wat de verdachte door zijn raadsman, mr. N. Hannaart, heeft aangevoerd.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft bij vonnis van 12 maart 2025, waartegen het hoger beroep is gericht, de strafbeschikking vernietigd en verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 400,00, te vervangen door acht dagen hechtenis, te betalen in acht termijnen van elk € 50,00 per maand.
De politierechter heeft volstaan met een aantekening van het mondelinge vonnis. Deze aantekening bevat niet alle wettelijke vereisten van een vonnis. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 14 januari 2025 te [plaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever] (werkzaam als [functie] bij de Eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kankerleijer" en/of "kankerneger",
althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft partiële vrijspraak bepleit ten aanzien van het woord ‘kankerneger’. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 14 januari 2025 zou niet ondubbelzinnig blijken dat verdachte dit woord heeft gericht aan aangever. Voor het overige heeft de raadsman geen bewijsverweer gevoerd.
Oordeel van het hof
Het hof acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen op basis van de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Ten aanzien van het tegen aangever zeggen van het woord ‘kankerneger’ overweegt het hof als volgt. Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat [verbalisant] verdachte waarschuwde door te zeggen dat hij aan aangever zou vertellen dat verdachte hem zojuist een kankerneger noemde. Verdachte reageerde daarop met: “Je doet maar, die kankerneger moet niet zo provoceren.” Het hof leidt hieruit een bevestiging af dat verdachte wel degelijk zijn beledigende bewoordingen aan aangever heeft gericht en acht daarom ook dit deel van de tenlastelegging wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten:
hij op 14 januari 2025 te [plaats] opzettelijk een ambtenaar, te weten [aangever] (werkzaam als [functie] bij de Eenheid Midden-Nederland), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in zijn tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem de woorden toe te voegen: "kankerleijer" en “kankerneger".
Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar en levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat verdachte niet strafbaar is.

Toepassing van artikel 9a Wetboek van Strafrecht

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Het hof heeft daarbij gelet op de persoon van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging van een ambtenaar in functie. Met zijn gedrag heeft hij gevoelens van discriminatie en vernedering veroorzaakt bij de aangever. Ook getuigt het handelen van verdachte van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag.
In beginsel rechtvaardigt de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit de oplegging van een geldboete of korte taakstraf. Het hof zal in de onderhavige zaak echter geen straf opleggen en overweegt daartoe als volgt.
Bij inmiddels onherroepelijk geworden beslissing van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 7 november 2025 is verdachte veroordeeld voor openlijke geweldpleging, welke – net als onderhavig feit – plaatsvond op 14 januari 2025 te [plaats] . Uit het dossier in onderhavige strafzaak blijkt dat het bewezenverklaarde plaatsvond tijdens de aanhouding van verdachte voor voornoemde openlijke geweldpleging. De rechtbank heeft op 7 november 2025 aan verdachte voor de openlijke geweldpleging een taakstraf opgelegd van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis, waarvan 70 uren, te vervangen door 35 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Nu deze en onderhavige strafzaak van verdachte nauw met elkaar verbonden zijn, zal het hof – gelet op artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht – in onderhavige zaak geen straf opleggen. Wanneer onderhavige zaak tegelijkertijd zou zijn aangebracht met de zojuist genoemde openlijke geweldplegingszaak zou dit namelijk naar het oordeel van het hof niet hebben geleid tot een hogere taakstraf dan opgelegd door de rechtbank.
Wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 63, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt dat ter zake van het bewezenverklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.
Dit arrest is gewezen door
mr. L.T. Wemes, voorzitter,
mr. R. Godthelp en mr. E. Pennink, raadsheren,
in aanwezigheid van de griffier mr. G. Krist
en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 18 december 2025.