Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:8400

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
21-001315-25
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs en rijden onder invloed

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor vier feiten: drie keer rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en eenmaal rijden onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 420 microgram per liter uitgeademde lucht. In hoger beroep ontkende de verdachte de feiten met betrekking tot het rijden met een ongeldig rijbewijs, stellende niet op de hoogte te zijn geweest van de ongeldigverklaring en te hebben gebeld met het CBR dat hij mocht rijden.

Het gerechtshof oordeelde dat de verklaringen van de verdachte en zijn raadsvrouw niet aannemelijk waren en hechtte meer waarde aan de politieverklaringen en schriftelijke stukken, waaronder brieven van het CBR waarin de ongeldigverklaring werd bevestigd. De politie had de verdachte op meerdere momenten geïnformeerd over de ongeldigverklaring.

Het hof verklaarde de feiten wettig en overtuigend bewezen en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van negen weken, waarvan vijf weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof motiveerde de straf mede vanwege de recidive van de verdachte en het gevaar dat hij en anderen in het verkeer brachten door zijn gedrag.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot negen weken gevangenisstraf, waarvan vijf weken voorwaardelijk, voor rijden met ongeldig verklaard rijbewijs en rijden onder invloed.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-001315-25
Uitspraakdatum: 17 december 2025
Tegenspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland van 6 maart 2025 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 96-289911-24, 96-141608-24 en
96-290805-24, van de verdachte

[Verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1960 in [Geboorteplaats ] ,
wonende te [Adres] .

Hoger beroep

De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het hierboven genoemde vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland.

Het onderzoek van de zaak

Het gerechtshof heeft bij de beslissing betrokken wat besproken is op de zitting van het gerechtshof van 3 december 2025 en op de zitting van de rechtbank van 6 maart 2025.
Het gerechtshof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, inhoudende dat het gerechtshof de verdachte ter zake van de vier aan hem ten laste gelegde feiten (die hieronder zijn weergegeven) zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.
Verder heeft het gerechtshof kennisgenomen van wat de verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. K. Zech, hebben aangevoerd op de zitting van het gerechtshof.

Het vonnis waartegen het hoger beroep is gericht

Het hoger beroep is gericht tegen het hierboven genoemde vonnis. In dat vonnis heeft de politierechter de verdachte ter zake van de vier aan hem ten laste gelegde feiten (die hieronder zijn weergegeven) veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen weken, waarvan vijf weken voorwaardelijk.
Het gerechtshof vernietigt dat vonnis van de politierechter om redenen van doelmatigheid en doet daarom opnieuw recht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 96-289911-24 ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 18 augustus 2023 te [Locatie 1] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [Locatie 1] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
2.
hij op of omstreeks 18 augustus 2023 te [Locatie 1] , als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 420 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;
Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 96-290805-24 ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 3 november 2023 te [Locatie 2] , gemeente [Locatie 2] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [Locatie 2] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
Aan de verdachte is in de zaak met het parketnummer 96-141608-24 ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 8 april 2024 te [Locatie 3] , gemeente [Locatie 3] terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [Locatie 3] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De bewijsvoering

Feit 2 van het parketnummer 96-289911-24.
De verdachte heeft op de zitting van het gerechtshof bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het besturen van een auto onder invloed van alcohol, zoals ten laste is gelegd in feit 2 van het parketnummer 96-289911-24.
Het gerechtshof acht dat feit bewezen op grond van die bekennende verklaring van de verdachte, alsmede het proces-verbaal van rijden onder invloed [1] en het ademanalyseresultaat. [2]
De overige feiten
De verdachte heeft ook op de zitting in hoger beroep ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de overige drie aan hem ten laste gelegde feiten. Die feiten betreffen telkens het besturen van een personenauto terwijl het rijbewijs ongeldig is verklaard.
Meer in het bijzonder heeft de verdachte verklaard dat hij geen berichten heeft ontvangen over ongeldigverklaring van zijn rijbewijs, dat verwarring bij hem is ontstaan over de vraag op welke periode de ongeldigverklaring waarover de politie het met hem heeft gehad betrekking heeft en dat hij (steeds) met het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) heeft gebeld en (steeds) te horen heeft gekregen dat hij mag rijden.
De raadsvrouw van de verdachte heeft hierover op de zitting van het gerechtshof het volgende aangevoerd:
De verdediging verzoekt Uw Hof cliënt vrij te spreken van deze feiten.
Cliënt ontkent dat hij op de hoogte was van de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs. Ook volgt niet uit de stukken dat hij hiervan op de hoogte was of had moeten zijn. Immers, de brief van het CBR is niet aan cliënt uitgereikt. Ook is niet duidelijk om welke brief het precies gaat. In het dossier van de tweede zaak zitten brieven van het CBR van 2012, 2017 en 2021. Dit is dus nog zijn oude rijbewijs. Cliënt heeft in 2022 zijn rijbewijs opnieuw gehaald. Uit een brief van 2022 volgt dan dat cliënt zijn rijbewijs op 24 november 2022 ongeldig is verklaard, maar deze brief is dus nooit aan cliënt betekend.
In het dossier van de derde zaak zit een akte van uitreiking. Cliënt heeft op
26 september 2022 een brief afgehaald. Kenmerk van die brief is[Kenmerk 1] .Het is niet duidelijk welke brief dit precies is, want dit is het kenmerk van het algehele rijgeschiktheidsonderzoek. Het kan dus ook een brief zijn over het onderzoek zelf of over de opleggingskosten. Lijkt in ieder geval niet de brief te zijn waarin de ongeldverklaring van het rijbewijs staat, want die brief is aangemaakt op 17 november 2022, dus het kan niet zo zijn dat cliënt die brief op 26 september 2022 al heeft afgehaald.
Cliënt stelt dus dat hij het al die tijd niet wist. Hij is in januari van 2025 hierachter gekomen. Hij heeft toen direct contact opgenomen met het CBR en de opleggingskosten alsnog betaald. Nog geen maand later was zijn rijbewijs dan ook weer geldig verklaard.
Beoordeling van het bewijs voor de overige feiten door het gerechtshof
Het gerechtshof acht niet aannemelijk geworden hetgeen de verdachte op de zitting van het gerechtshof heeft verklaard over zijn telefonische contacten met het CBR en over de bij hem ontstane verwarring over de status van zijn rijbewijs. Voor het bestaan van dergelijke telefonische contacten en van dergelijke verwarring is geen enkele concrete aanwijzing gepresenteerd. Het gerechtshof hecht daarom geen geloof aan hetgeen de verdachte daarover heeft verklaard.
Vast staat dat de politie al op 5 juli 2023 aan de verdachte heeft meegedeeld dat diens rijbewijs ongeldig is verklaard. [3] Vast staat bovendien dat de verdachte sinds die datum geen ander rijbewijs is uitgereikt. Onder meer die omstandigheden acht het gerechtshof er redengevend voor dat de verdachte op 18 augustus 2023, op 3 november 2023 en op 8 april 2024 redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Ook op
18 augustus 2023 en op 3 november 2023 heeft de politie verdachte meegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.
Op grond van het bovenstaande en op grond van de hieronder opgenomen bewijsmiddelen verwerpt het gerechtshof hetgeen de verdachte heeft verklaard op de zitting van het gerechtshof en hetgeen zijn raadsvrouw heeft aangevoerd op die zitting.
Het gerechtshof hanteert de volgende bewijsmiddelen:
Feit 1 van het parketnummer 96-289911-24 -
1.
Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet Pro 1994, op 18 augustus 2023 op ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 1] bij de politie eenheid Noord-Nederland, en
[Verbalisant 2] , agent bij de politie eenheid Noord-Nederland, opgenomen in proces-verbaalnummer PL0100-2023218892-1 van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023218952, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisanten:
Locatie: op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [Locatie 1]
Op 18 augustus 2023 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie.

Verdachte

Achternaam: [Verdachte]
Voornaam: [Verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1960

Motorrijtuig

Personenauto

Rijbewijscategorie

Voor het besturen van bovenstaand motorrijtuig is een rijbewijs vereist van de
categorie(ën): B
Ongeldig verklaard rijbewijs (Artikel 9, lid 2 Wegenverkeerswet 1994)
Na onderzoek bleek dat deze bestuurder een op zijn naam gesteld rijbewijs voor één of
meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur
ongeldig is verklaard. Zie de als bijlage bijgevoegde uitdraai [Kenmerk 2] .
2.
De integrale inhoud van een schriftelijk stuk, houdende de in bewijsmiddel 1 genoemde bijlage: een uitdraai [Kenmerk 2] , opgenomen direct achter het in bewijsmiddel 1 genoemde proces-verbaal, in het hierboven onder 1 genoemde dossier.
3.
Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet Pro 1994, op 5 juli 2023 op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 3] bij de politie eenheid Noord-Nederland, en [Verbalisant 4] bij de politie eenheid Noord-Nederland, opgenomen onder het proces-verbaalnummer PL0100-2023175369-1 van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023175369, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisanten:
Op 5 juli 2023 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie.

Verdachte

Achternaam: [Verdachte]
Voornaam: [Verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1960
Verdachte werd door ons aangehouden.

Mededelingen aan de verdachte

De verdachte is meegedeeld dat het rijbewijs ongeldig is verklaard.
4.
Een schriftelijk stuk, houdende een brief namens de directeur van het CBR van
17 november 2022, gericht aan de verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Onderwerp: besluit
Geachte heer [Verdachte] ,
Op 9 september 2022 hebben wij u een brief gestuurd. In de brief staat dat u moet meewerken aan een onderzoek naar uw alcoholgebruik. Ook staat in deze brief dat u eerst de
opleggingskosten moet betalen. Helaas heeft u deze kosten niet, of niet op tijd betaald. Daarom verklaren we uw rijbewijs ongeldig vanaf 24 november 2022. En mag u niet meer rijden.
96-290805-24
5.
Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet Pro 1994, op 12 november 2023 op ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 5] bij de politie eenheid Noord-Nederland, opgenomen in het proces-verbaalnummer PL0100-2023295632-1, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisant:
Weg/Locatie: [Locatie 2]
Voor het openbaar verkeer openstaande weg
Op 3 november 2023 zag ik dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie.

Verdachte

Achternaam: [Verdachte]
Voornaam: [Verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1960

Motorrijtuig

Personenauto

Rijbewijscategorie

Voor het besturen van bovenstaand motorrijtuig is een rijbewijs vereist van de
categorie(ën): B

Ongeldig verklaard rijbewijs (Artikel 9, lid 2 Wegenverkeerswet 1994)

Na onderzoek bleek dat deze bestuurder een op zijn naam gesteld rijbewijs voor één of
meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur
ongeldig is verklaard. Zie de als bijlage bijgevoegde uitdraai [Kenmerk 2] .
6.
De integrale inhoud van een schriftelijk stuk, houdende de hieronder (in bewijsmiddel 10) genoemde bijlage: een uitdraai [Kenmerk 2] , opgenomen in de pagina’s 19 tot en met 25 van het hieronder (onder 10) genoemde dossier.
7.
Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet Pro 1994, op 5 juli 2023 op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 3] voornoemd, en [Verbalisant 4] voornoemd, opgenomen onder het proces-verbaalnummer PL0100-2023175369-1 van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023175369, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisanten:
Op 5 juli 2023 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie.

Verdachte

Achternaam: [Verdachte]
Voornaam: [Verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1960
Verdachte werd door ons aangehouden.

Mededelingen aan de verdachte

De verdachte is meegedeeld dat het rijbewijs ongeldig is verklaard.
8.
Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet Pro 1994, op 18 augustus 2023 op ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 1] voornoemd en [Verbalisant 2] voornoemd, opgenomen in proces-verbaalnummer PL0100-2023218892-1 van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023218952, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisanten:
Op 18 augustus 2023 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie.

Verdachte

Achternaam: [Verdachte]
Voornaam: [Verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1960
Verdachte werd door ons aangehouden.

Mededelingen aan de verdachte

De verdachte is meegedeeld, dat de volgende rijbewijsmaatregel(en) van kracht
is/zijn:
Rijbewijs A, Al, A2, B, BE ongeldig vanaf 24 november 2022.
9.
Een schriftelijk stuk, houdende een brief namens de directeur van het CBR van
17 november 2022, gericht aan de verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Onderwerp: besluit
Geachte heer [Verdachte] ,
Op 9 september 2022 hebben wij u een brief gestuurd. In de brief staat dat u moet meewerken aan een onderzoek naar uw alcoholgebruik. Ook staat in deze brief dat u eerst de
opleggingskosten moet betalen. Helaas heeft u deze kosten niet, of niet op tijd betaald. Daarom verklaren we uw rijbewijs ongeldig vanaf 24 november 2022. En mag u niet meer rijden.
96-141608-24
10.
Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet Pro 1994, op 12 april 2024 opgemaakt op ambtsbelofte door [Verbalisant 6] bij de politie eenheid Noord-Nederland, en
[Verbalisant 7] bij de politie eenheid Noord-Nederland, opgenomen in de pagina’s 2 en 3 (proces-verbaalnummer PL0100-2024090939-1) van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisanten:
Locatie: : [Locatie 3] , binnen de gemeente
[Locatie 3]
Voor het openbaar verkeer openstaande weg
Op 8 april 2024 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie.

Verdachte

Achternaam: [Verdachte]
Voornaam: [Verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1960

Motorrijtuig

Personenauto

Rijbewijscategorie

Voor het besturen van bovenstaand motorrijtuig is een rijbewijs vereist van de
categorie(ën): B

Ongeldig verklaard rijbewijs (Artikel 9, lid 2 Wegenverkeerswet 1994)

Na onderzoek bleek dat deze bestuurder een op zijn naam gesteld rijbewijs voor één of
meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur
ongeldig is verklaard. Zie de als bijlage bijgevoegde uitdraai [Kenmerk 2] .
11.
De integrale inhoud van een schriftelijk stuk, houdende de in bewijsmiddel 10 genoemde bijlage: een uitdraai [Kenmerk 2] , opgenomen in de pagina’s 19 tot en met 25 van het hierboven onder 10 genoemde dossier.
12.
Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet Pro 1994, op 5 juli 2023 op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 3] voornoemd, en [Verbalisant 4] voornoemd, opgenomen onder het proces-verbaalnummer PL0100-2023175369-1 van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023175369, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisanten:
Op 5 juli 2023 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie.

Verdachte

Achternaam: [Verdachte]
Voornaam: [Verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1960
Verdachte werd door ons aangehouden.

Mededelingen aan de verdachte

De verdachte is meegedeeld dat het rijbewijs ongeldig is verklaard.
13.
Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet Pro 1994, op 18 augustus 2023 op ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 1] voornoemd en [Verbalisant 2] voornoemd, opgenomen in proces-verbaalnummer PL0100-2023218892-1 van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023218952, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisanten:
Op 18 augustus 2023 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie.

Verdachte

Achternaam: [Verdachte]
Voornaam: [Verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1960
Verdachte werd door ons aangehouden.

Mededelingen aan de verdachte

De verdachte is meegedeeld, dat de volgende rijbewijsmaatregel(en) van kracht
is/zijn:
Rijbewijs A, Al, A2, B, BE ongeldig vanaf 24 november 2022.
14.
Een proces-verbaal artikel 9 Wegenverkeerswet Pro 1994, op 12 november 2023 op ambtsbelofte opgemaakt door [Verbalisant 5] voornoemd, opgenomen in het proces-verbaalnummer PL0100-2023295632-1, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
als relaas van de verbalisant:
Op 3 november 2023 zag ik dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een motorrijtuig reed op genoemde weg/locatie.

Verdachte

Achternaam: [Verdachte]
Voornaam: [Verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1960

Mededelingen aan de verdachte

De verdachte is meegedeeld dat het rijbewijs ongeldig is verklaard.
15.
Een schriftelijk stuk, houdende een brief namens de directeur van het CBR van
17 november 2022, gericht aan de verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Onderwerp: besluit
Geachte heer [Verdachte] ,
Op 9 september 2022 hebben wij u een brief gestuurd. In de brief staat dat u moet meewerken aan een onderzoek naar uw alcoholgebruik. Ook staat in deze brief dat u eerst de
opleggingskosten moet betalen. Helaas heeft u deze kosten niet, of niet op tijd betaald. Daarom verklaren we uw rijbewijs ongeldig vanaf 24 november 2022. En mag u niet meer rijden.

Bewezenverklaring

Het gerechtshof acht op grond van de inhoud van de hierboven weergegeven bewijsoverweging en bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in de zaak met het parketnummer 96-289911-24 onder 1 en 2 en in de zaak met het parketnummer 96-290805-24 en in de zaak met het parketnummer 96-141608-24 aan hem ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten:
96-289911-24:
1.
hij op 18 augustus 2023 te [Locatie 1] terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [Locatie 1] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd.
2.
hij op 18 augustus 2023 te [Locatie 1] , als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 420 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
96-290805-24:
hij op 3 november 2023 te [Locatie 2] , gemeente [Locatie 2] , terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de [Locatie 2] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd.
96-141608-24:
hij op 8 april 2024 te [Locatie 3] , gemeente [Locatie 3] , terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor een of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten categorie B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, [Locatie 3] , als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie heeft bestuurd.
Het gerechtshof spreekt de verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard.

Strafbaarheid van de bewezen verklaarde feiten

De bewezen verklaarde feiten zijn strafbaar.
De in de zaak met het parketnummer 96-289911-24 onder 1 en in de zaak met het parketnummer 96-290805-24 en in de zaak met het parketnummer
96-141608-24 bewezen verklaarde feiten leveren telkens op:
overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Het in de zaak met het parketnummer 96-289911-24 onder 2 bewezen verklaarde feit levert op:
overtreding van artikel 8, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (420 microgram).

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar omdat geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die maakt dat de verdachte niet strafbaar is.

Oplegging van straf

Bij het bepalen van de straf houdt het gerechtshof rekening met de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder die feiten zijn begaan en de persoon van de verdachte.
Met betrekking tot de aard en de ernst van de feiten heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:
  • de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;
  • de omstandigheid dat de verdachte zich door het plegen van de bewezen verklaarde feiten schuldig heeft gemaakt aan overtredingen van regels die gelden in het verkeer en die de verkeersveiligheid dienen. Hij heeft er daarbij blijk van gegeven zich weinig gelegen te laten liggen aan het besluit van een instantie die mede met het oog op de verkeersveiligheid belast is met onder meer de beoordeling van de geldigheid van rijbewijzen en de rijvaardigheid van personen;
  • de oriëntatiepunten voor straftoemeting die zijn opgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ter zake van het besturen van een auto onder invloed van alcohol en het besturen van een auto terwijl het rijbewijs ongeldig is verklaard. Alleen voor dit laatste feit op zich pleegt in de regel al - bij eerste overtreding - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken in beeld te zijn.
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het gerechtshof in het bijzonder acht geslagen op:
 de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van
30 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte in het verleden meermalen onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten. Deze eerdere veroordelingen hebben de verdachte er klaarblijkelijk niet van weerhouden weer soortgelijke misdrijven te plegen en daarmee zichzelf en zijn medeweggebruikers aan onnodig gevaar bloot te stellen;
 de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan uit het onderzoek op de zitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft het gerechtshof voorts aansluiting gezocht bij de straffen die in gevallen vergelijkbaar met deze zaak - inclusief de weging van de persoonlijke omstandigheden - worden opgelegd.
De raadsvrouw van de verdachte heeft in het kader van het door haar gevoerde strafmaatverweer geen zodanig bijzondere of relevante feiten of omstandigheden aangevoerd dat het gerechtshof de oplegging van de door de raadsvrouw bepleite strafmodaliteit, te weten de oplegging van een geheel voorwaardelijke straf, dan wel van een taakstraf, aangewezen acht. Ook overigens is het gerechtshof niet gebleken van dergelijke feiten of omstandigheden.
Een en ander leidt het gerechtshof tot de volgende conclusie over de strafoplegging.
Gelet op het bovenstaande en uit een oogpunt van normhandhaving en vergelding acht het gerechtshof de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf voor de duur van negen weken, waarvan vijf weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, passend en geboden. Het gerechtshof overweegt in aanvulling hierop dat, in het bijzondere geval van de verdachte, die een hardnekkige recidivist genoemd kan worden, het gerechtshof niet langer coulance kan tonen. Het gerechtshof voelt zich genoodzaakt door het opleggen van relatief zware straffen, te proberen de verdachte ertoe te brengen zich niet langer vrij te voelen zichzelf en anderen in gevaar te brengen in het verkeer door te rijden onder invloed en te rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs. Het gerechtshof zal die gevangenisstraf daarom opleggen.
Het gerechtshof legt hiermee een iets lager onvoorwaardelijk strafdeel op dan door de advocaat-generaal is gevorderd. Het gerechtshof legt echter tevens - anders dan door de advocaat-generaal is gevorderd - een voorwaardelijke strafdeel op. Het gerechtshof komt tot deze beslissing omdat het gerechtshof dat een passende straf acht die recht doet aan de ernst van de feiten, mede gelet op het de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie.

Wetsartikelen

De straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 9 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994. Deze wettelijke voorschriften zijn toegepast zoals deze golden op het moment van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 96-289911-24 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer
96-290805-24 en in de zaak met parketnummer 96-141608-24 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het in de zaak met parketnummer 96-289911-24 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 96-290805-24 en in de zaak met parketnummer
96-141608-24 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) weken.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
5 (vijf) weken, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door mr. L.J. Hofstra, mr. T.H. Bosma en mr. P.L.M van Gorkom, in aanwezigheid van de griffier D.D. Drost en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 17 december 2025.
Mr. P.L.M van Gorkom is niet in staat dit arrest te ondertekenen.

Voetnoten

1.Opgenomen onder het proces-verbaalnummer PL0100-2023218908-1 in een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023218952.
2.Opgenomen in het hierboven genoemde dossier.
3.Proces-verbaal artikel 9 WVW Pro, opgenomen in pagina 2 en verder van een dossier van de politie eenheid Noord-Nederland met het zaakregistratienummer PL0100-2023175369.