Appellant, handelend onder een eenmanszaak in de bouw en levering van kozijnen, werd door de rechtbank failliet verklaard op verzoek van Capilex vanwege niet-betaling van een lening. In hoger beroep betwist appellant deze faillietverklaring en voert aan dat hij inmiddels betalingsregelingen heeft getroffen en binnenkort over voldoende inkomen zal beschikken.
Het hof stelt vast dat Capilex een vordering heeft en dat er meerdere schuldeisers zijn, waaronder de Belastingdienst en Achmea Bank. Echter, appellant heeft een regeling getroffen waarbij € 25.000,- op een derdengeldenrekening is gestort en derden de curator kosten hebben voldaan. Tevens heeft appellant een hypothecaire lening afgesloten die binnenkort vrijkomt om schulden af te lossen.
Het hof oordeelt dat appellant niet langer in de toestand verkeert van opgehouden te betalen, mede omdat hij betalingsregelingen met schuldeisers heeft en vanaf januari 2026 een inkomen van € 1.500,- per week verwacht. De curator kosten worden verminderd van € 7.648,63 naar € 5.000,- wegens onvoldoende specificatie en onnodige aanwezigheid van een kantoorgenoot.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot faillietverklaring af. De curator kosten worden vastgesteld op € 5.000,- en komen voor rekening van appellant.