Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:8259

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
24/1283
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken geldige machtiging in belastingzaak

In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het hoger beroep van Bartels namens belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is het ontbreken van een rechtsgeldige machtiging die door belanghebbende zelf is ondertekend. Hoewel meerdere volmachten in het dossier aanwezig waren, ontbrak een geldige ondertekening door belanghebbende.

Het hof heeft Bartels meerdere malen de gelegenheid geboden om binnen gestelde termijnen een juiste machtiging te overleggen, onder meer met een laatste termijn op 23 september 2024 en een aanvullende deadline op 29 januari 2025. Bartels heeft hieraan niet voldaan en de ingediende machtigingen waren steeds ondertekend door anderen dan belanghebbende.

Tijdens de zitting van 19 maart 2025 is het onderzoek gesloten voor zaken waarin de machtiging ontbrak of niet toereikend was. Het hof oordeelt dat zonder geldige machtiging Bartels niet bevoegd was om het hoger beroep in te stellen. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt niet behandeld omdat de bevoegdheid ontbreekt. Het hoger beroep wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard zonder griffierechtvergoeding of proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldige machtiging.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN

locatie Arnhem
nummer BK-ARN 24/1283
uitspraakdatum: 16 december 2025
Uitspraak van de vijfde meervoudige belastingkamer
op het door mr. D.A.N. Bartels (hierna: Bartels) ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 10 mei 2024, nummer UTR 22/5981 in het geding tussen
[belanghebbende]te
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
en
de
heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht(hierna: de heffingsambtenaar)

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
Het hoger beroep is volgens het hogerberoepschrift ingesteld namens belanghebbende. In het hogerberoepschrift staat onder meer: “De volmacht maakt reeds deel uit van het Rechtbankdossier”. In het dossier van de Rechtbank bevinden zich meerdere volmachten, maar niet een die is ondertekend door belanghebbende. De Rechtbank heeft dat in haar uitspraak dienovereenkomstig vastgesteld.
1.2.
Het Hof heeft Bartels in de gelegenheid gesteld een nieuwe machtiging in brengen binnen een termijn van vier weken. Bartels heeft hieraan niet voldaan. De machtigingen die zijn ingebracht zijn ondertekend door iemand anders dan belanghebbende.
1.3.
Bij brief van 9 september 2024 heeft het Hof Bartels een laatste gelegenheid geboden om het verzuim uiterlijk 23 september 2024 te herstellen. Hierbij is medegedeeld dat het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien aan deze uitnodiging niet binnen de gestelde termijn gehoor wordt gegeven.
1.4.
Bartels heeft op hierop gereageerd, maar een nieuwe machtiging waar het Hof om heeft verzocht is daarbij niet verstrekt.
1.5.
De onderhavige zaak is gaan behoren tot een cluster van zaken waarin Bartels voor verschillende belanghebbenden optreedt, telkens met de heffingsambtenaar als wederpartij. Voor het verloop van de behandeling van dit cluster verwijst het Hof naar de uitspraak van 24 juni 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:3894.
1.6.
In het kader van die clustergewijze behandeling is aan Bartels bij bericht van 15 januari 2025 een lijst verstrekt met zaken waarin de machtiging ontbreekt of niet toereikend is. De onderhavige zaak staat op die lijst. Bartels is daarbij in de gelegenheid gesteld om deze lijst op juistheid te controleren en daarop schriftelijk te reageren. Verder is Bartels in voornoemd bericht (nogmaals) erop gewezen dat niet in alle gevallen de rechtbankdossiers aan het Hof zijn overgelegd, zodat de enkele verwijzing naar het rechtbankdossier niet volstaat. Ook heeft het Hof (nogmaals) erop gewezen dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard wanneer een toereikende machtiging niet uiterlijk 29 januari 2025 wordt ontvangen. Bartels heeft niet gereageerd.
1.7.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 maart 2025. Daarbij zijn verschenen en gehoord Bartels, alsmede mr. [naam1] , namens de heffingsambtenaar, bijgestaan door mr. [naam2] en [naam3] . Aan het eind van die zitting is het onderzoek gesloten in de zaken waarin de machtiging in hoger beroep ontbreekt of niet toereikend is. Het proces-verbaal van die zitting is aan partijen toegezonden.

2.Beoordeling door het Hof

2.1.
In een procedure voor de bestuursrechter kunnen partijen zich door een gemachtigde laten vertegenwoordigen (artikel 8:24, eerste lid, van de Awb). De bestuursrechter kan van een gemachtigde die geen advocaat is, een schriftelijke machtiging verlangen (artikel 8:24, tweede en derde lid, van de Awb).
2.2.
In beroep is geen rechtsgeldige machtiging overgelegd. Daarom heeft het Hof herhaaldelijk verzocht om een nieuwe, door belanghebbende ondertekende machtiging over te leggen. Daarbij is Bartels op de mogelijke gevolgen voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep gewezen. De daarvoor gestelde termijnen zijn onbenut gelaten. De machtigingen die Bartels heeft ingebracht zijn ondertekend door iemand anders dan belanghebbende. Ook op het bericht van 15 januari 2025 heeft Bartels niet gereageerd.
2.3.
Gelet op het vorenstaande kan het Hof niet vaststellen dat Bartels bevoegd was namens belanghebbende hoger beroep in te stellen. Het hoger beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Aan het namens belanghebbende gedane verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn komt het Hof niet toe, omdat niet is gebleken dat Bartels bevoegd was dat verzoek te doen.
SlotsomOp grond van het vorenstaande is het hoger beroep niet-ontvankelijk.

3.Griffierecht en proceskosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.W. van de Sande, voorzitter, mr. V.F.R. Woeltjes, mr. T. Tanghe, raadsheren, in tegenwoordigheid van A. Tax
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
De griffier, De voorzitter,
(A. Tax) (J.M.W. van de Sande)
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert wordt een
afschrift aangetekend per post verzonden.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.