ECLI:NL:GHARL:2025:8168

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
200.355.370/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoofdverblijfplaats en zorgregeling voor minderjarige in hoger beroep

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van de minderjarige [naam1], geboren in 2017, van wie de ouders, de moeder en de vader, een affectieve relatie hebben gehad die op 23 januari 2023 is beëindigd. De moeder, vertegenwoordigd door advocaat mr. R.D.Z. Asmus, verzocht het hof om de hoofdverblijfplaats van [naam1] bij haar te bepalen, terwijl de vader, vertegenwoordigd door advocaat mr. L.M. Bongers, in incidenteel hoger beroep kwam en vroeg om de hoofdverblijfplaats bij hem te handhaven. Het hof heeft de procedure in hoger beroep op 14 november 2025 behandeld, waarbij beide ouders en een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming aanwezig waren.

De rechtbank Gelderland had eerder op 7 februari 2025 bepaald dat de hoofdverblijfplaats van [naam1] bij de vader zou zijn, en had een zorgregeling vastgesteld. De moeder was het niet eens met deze beslissing en heeft drie grieven ingediend. Het hof heeft de argumenten van de moeder overwogen, maar concludeerde dat de beslissing van de rechtbank in stand moest blijven. Het hof oordeelde dat de vader in staat is om een stabiele en veilige opvoedomgeving te bieden, en dat een wijziging van de hoofdverblijfplaats niet in het belang van [naam1] zou zijn. De raad had eerder geadviseerd om de hoofdverblijfplaats bij de vader te handhaven, en het hof volgde dit advies.

Daarnaast heeft het hof de zorgregeling voor de zomervakantie vastgesteld, waarbij [naam1] in de even jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder verblijft, en in de oneven jaren andersom. Het hof heeft ook de wisselmomenten in de vakanties langer dan één week vastgesteld. De proceskosten zijn gecompenseerd, waarbij iedere partij de eigen kosten betaalt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.355.370
(zaaknummers rechtbank Gelderland 417460 en 417504)
beschikking van 18 december 2025
inzake
[verzoekster],
wonende in [woonplaats1] , gemeente [gemeente1] ,
verzoekster in het principaal hoger beroep,
verweerster in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. R.D.Z. Asmus,
en
[verweerder],
wonende in [woonplaats2] ,
verweerder in het principaal hoger beroep,
verzoeker in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. L.M. Bongers.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikkingen van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 29 juni 2023, 5 juli 2024 en 7 februari 2025, uitgesproken onder de hiervoor genoemde zaaknummer. De beschikking van 7 februari 2025 wordt hierna ook aangeduid als: de bestreden beschikking.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het beroepschrift met producties, ingekomen op 7 mei 2025;
  • het verweerschrift, tevens houdende incidenteel hoger beroep, met producties;
  • het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep;
  • een journaalbericht namens de moeder van 4 november 2025 met een begeleidende brief en producties.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 14 november 2025 plaatsgevonden. Aanwezig waren:
  • de moeder en haar advocaat;
  • de vader en zijn advocaat;
  • een vertegenwoordiger van de raad voor de kinderbescherming (verder te noemen: de raad).

3.De feiten

3.1
De moeder en de vader hebben een affectieve relatie gehad. Deze is op 23 januari 2023 beëindigd.
3.2
De moeder en de vader zijn de ouders van [naam1] , geboren [in] 2017. De ouders hebben samen het gezag over [naam1] .
3.3
Bij tussenbeschikking van 29 juni 2023 heeft de rechtbank een voorlopige zorgregeling vastgesteld die is gewijzigd bij tussenbeschikking van 5 juli 2024 en in die beschikking heeft de rechtbank de raad verzocht te onderzoeken welke hoofdverblijfplaats het meest in het belang van [naam1] is en welke mogelijkheden er zijn voor een zorgregeling van [naam1] met de andere ouder.
3.4
De raad heeft bij rapport van 12 november 2024 geadviseerd om de hoofdverblijfplaats van [naam1] bij de vader te bepalen en een zorgregeling met de moeder voorgesteld.

4.De omvang van het geschil

4.1
Tussen partijen zijn in geschil de hoofdverblijfplaats van [naam1] , de zorgregeling en de vervangende toestemming inschrijving basisschool.
De rechtbank heeft in de bestreden beschikking bepaald dat de hoofdverblijfplaats van [naam1] bij de vader zal zijn en heeft de volgende zorgregeling vastgesteld:
- [naam1] verblijft bij de moeder één keer in de twee weken van vrijdag uit school (de moeder haalt [naam1] op) tot zondag 16.30 uur, waarbij de vader [naam1] om 16.30 uur ophaalt bij de moeder en [naam1] ’s avonds bij de vader eet;
ten aanzien van de vakanties en feestdagen:
  • herfstvakantie: [naam1] verblijft in de even jaren bij de moeder en de oneven jaren bij de vader.
  • kerstvakantie: [naam1] verblijft in de even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder en in de oneven jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader. Deze regeling is inclusief Kerst en Oud en Nieuw;
  • voorjaarsvakantie: [naam1] verblijft in de even jaren bij de vader en de oneven jaren bij de moeder;
  • meivakantie: [naam1] verblijft in de even jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader en in de oneven jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder;
  • zomervakantie: [naam1] verblijft drie weken aansluitend bij de vader en drie weken aansluitend bij de moeder;
  • Pasen en Pinksteren: [naam1] is Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag aansluitend bij de ouder bij wie hij het weekend daaraan voorafgaand volgens de reguliere zorgregeling verblijft;
  • het halen en brengen wordt bij helfte verdeeld.
De rechtbank heeft de verzoeken van de moeder om het hoofdverblijf van [naam1] bij haar te bepalen en aan haar vervangende toestemming te verlenen [naam1] in te schrijven op basisschool [school1] in [woonplaats1] , afgewezen.
4.2
De moeder is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De moeder verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen waar het de beslissing betreft onder rechtsoverwegingen 4.4 tot en met 4.17 en, opnieuw beschikkende, te bepalen dat:
I. het hoofdverblijf van [naam1] bij haar zal zijn.
II. er een zorgregeling tussen de vader en [naam1] zal bestaan van één keer in de twee weken van vrijdag uit school (de man haalt [naam1] ) tot zondag 16.30 uur (zij haalt [naam1] ), waarbij [naam1] 's avonds bij haar eet;
III. ten aanzien van de vakanties en feestdagen aanvullend te bepalen dat [naam1] in de zomervakantie altijd in de oneven jaren de eerste drie weken bij haar is en de laatste drie weken bij de vader en in de even jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij haar, en te bepalen dat de wissel in de vakanties langer dan één week zal zijn op de middelste vrijdag om 14:15 uur.
Verder verzoekt de moeder als de hoofdverblijfplaats van [naam1] bij haar wordt bepaald vervangende toestemming te verlenen [naam1] in te schrijven op basisschool [school1] in [woonplaats1] . Dit verzoek van de moeder staat niet in het petitum van het beroepschrift, maar blijkt uit het lichaam van het beroepschrift en tijdens de zitting is door de advocaat van de moeder bevestigd dat de moeder dit eveneens verzoekt.
4.3
De vader voert verweer en is op zijn beurt in incidenteel hoger beroep gekomen. De vader vraagt het hof de grieven van de moeder ongegrond te verklaren en haar verzoeken af te wijzen en hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te wijzigen door alsnog te bepalen dat er een zomervakantieregeling geldt, waarbij [naam1] altijd de eerste drie weken van de zomervakantie bij hem is en de laatste drie weken bij de moeder dan wel geheel subsidiair te bepalen dat [naam1] in de even jaren de eerste drie weken bij hem is en de laatste drie weken bij de moeder en in de oneven jaren andersom.
4.4
De moeder vraagt het hof de verzoeken van de vader af te wijzen, dan wel niet-ontvankelijk te verklaren.

5.De motivering van de beslissing

Wat staat in de wet?
5.1
De ouders kunnen de rechter verzoeken om een beslissing te nemen over de hoofdverblijfplaats en/of de zorgregeling. [1] De rechter kijkt dan naar alle omstandigheden van het geval en neemt een beslissing die hij in het belang van het kind wenselijk vindt.
Hoofdverblijfplaats en basisschool
5.2
Het hof is van oordeel dat de beslissing van de rechtbank over de hoofdverblijfplaats in stand moet blijven. Het hof overweegt daartoe als volgt.
5.3
De moeder betoogt dat zij de aangewezen persoon is die [naam1] de rust, stabiliteit en emotionele afstemming kan geven die hij nodig heeft. Volgens de moeder gaat het op dit moment nog steeds niet goed met [naam1] , omdat in de thuissituatie bij de vader onvoldoende rust wordt geboden en de vader te weinig vaardigheden heeft om aan te sluiten bij de emotionele ontwikkeling van [naam1] . Naar het oordeel van het hof vindt deze stelling van de moeder in het geheel geen steun in het dossier. De raad heeft na uitvoerig onderzoek geconcludeerd dat het het meest in het belang van [naam1] is dat hij bij de vader zijn hoofdverblijfplaats heeft. Volgens de raad is [naam1] gehecht en geworteld in [woonplaats2] en zorgt de vader samen met zijn netwerk goed voor [naam1] . De raad ziet een betrokken vader die vraagt om advies en hulp. Bovendien is [naam1] goed gehecht aan de vader. Een wijziging van de hoofdverblijfplaats betekent voor [naam1] niet alleen een wijziging van zijn woonplaats, maar dit betekent dat hij onder meer moet wisselen van school en hij krijgt op dit moment psychomotorische therapie wat dan in de omgeving van [woonplaats1] zou moeten plaatsvinden. Nu er geen aanwijzingen zijn dat de vader [naam1] geen stabiele en veilige opvoedomgeving kan bieden, acht het hof een wijziging van de hoofdverblijfplaats niet in het belang van [naam1] vanwege zijn kind-kenmerken die vragen om duidelijkheid, structuur en voorspelbaarheid. De stelling van de moeder dat [naam1] verdrietig is tijdens de overdrachtsmomenten en dat hij te kennen geeft bij haar te willen blijven, betekent niet dat het niet in zijn belang is dat zijn hoofdverblijfplaats bij de vader is. Zoals de raad tijdens de zitting heeft uitgelegd is deze uitlating van [naam1] kind-eigen, omdat kinderen het liefste bij beide ouders wonen. Bovendien is uit het raadsonderzoek gebleken dat [naam1] klem zit tussen zijn strijdende ouders. Het is aan de ouders om de overdrachtsmomenten voor [naam1] zo soepel mogelijk te laten verlopen. Gelet op het vorenstaande zal het hof de beslissing van de rechtbank over de hoofdverblijfplaats in stand laten.
5.4
Aangezien [naam1] zijn hoofdverblijfplaats bij de vader in [woonplaats2] houdt, komt het hof niet toe aan een beoordeling van het voorwaardelijke verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verlenen om [naam1] in te schrijven op een basisschool in [woonplaats1] .
Zorgregeling
5.5
Nu de hoofdverblijfplaats van [naam1] bij de vader blijft, heeft de moeder geen belang meer bij een beoordeling van haar verzoek om een zorgregeling tussen de vader en [naam1] vast te stellen. Wel ligt nog ter beoordeling van het hof voor de verzoeken van de ouders over de zomervakantie en het verzoek van de moeder om te bepalen dat de wissel in de vakanties langer dan één week zal zijn op de middelste vrijdag om 14:15 uur.
5.6
De ouders verschillen van mening over de invulling van de zomervakantie. Uit het raadsonderzoek is gebleken dat de ouders het nodig hebben dat er gedetailleerde afspraken zijn. Het hof ziet daarom aanleiding om een regeling vast te stellen voor de zomervakantie en is van oordeel dat het in het belang van [naam1] is dat hij, naast de jaarlijkse vakantie met de vader ook jaarlijks vakantie heeft met de moeder in de gezinssamenstelling zoals hij dat gewend is met de moeder, haar nieuwe partner en zijn stiefbroer. Het door de vader gestelde leidt niet tot een ander oordeel van het hof. Het hof zal daarom als regeling voor de zomervakantie vaststellen dat [naam1] in de even jaren de eerste drie weken bij de vader verblijft en de laatste drie weken bij de moeder en in de oneven jaren andersom.
5.7
Verder verzoekt de moeder te bepalen dat de wissel in de vakanties langer dan één week zal zijn op de middelste vrijdag om 14:15 uur. De vader heeft daartegen geen verweer gevoerd. Het hof zal het verzoek van de moeder dan ook toewijzen, omdat de ouders en [naam1] behoefte hebben aan duidelijkheid en niet is gebleken dat het belang van [naam1] zich hiertegen verzet.

6.De slotsom

6.1
Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen voor zover het betreft de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [naam1] bij de vader, vernietigen voor zover het betreft de verdeling van de zorg voor [naam1] tijdens de zomervakantie en aanvullen voor zover het betreft het wisselmoment in de vakanties langer dan één week. Voor de duidelijkheid zal het hof de beschikking ten aanzien van de vakantie- en feestdagenregeling helemaal vernietigen en de regeling opnieuw vastleggen.
6.2
Gelet op het familierechtelijk karakter van de procedure, zal het hof de proceskosten compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten betaalt.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 7 februari 2025, ten aanzien van de beslissing over de vakantie- en feestdagenregeling, en in zoverre opnieuw beschikkende:
  • herfstvakantie: [naam1] verblijft in de even jaren bij de moeder en de oneven jaren bij de vader.
  • kerstvakantie: [naam1] verblijft in de even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder en in de oneven jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader. Deze regeling is inclusief Kerst en Oud en Nieuw;
  • voorjaarsvakantie: [naam1] verblijft in de even jaren bij de vader en de oneven jaren bij de moeder;
  • meivakantie: [naam1] verblijft in de even jaren de eerste week bij de moeder en de tweede week bij de vader en in de oneven jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder;
  • zomervakantie: [naam1] verblijft in de even jaren de eerste drie weken bij de vader en de laatste drie weken bij de moeder en in de oneven jaren andersom;
  • Pasen en Pinksteren: [naam1] is Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag aansluitend bij de ouder bij wie hij het weekend daaraan voorafgaand volgens de reguliere zorgregeling verblijft;
  • de wissel in de vakanties langer dan één week zal zijn op de middelste vrijdag om 14:15 uur;
  • het halen en brengen wordt bij helfte verdeeld;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 7 februari 2025, ten aanzien van de beslissing over de hoofdverblijfplaats van [naam1] ;
compenseert de kosten van het geding in hoger beroep;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. S. Kuijpers, P.B. Kamminga en M.E.L. Klein, en is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.

Voetnoten

1.artikel 1:253a BW