Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift, tevens verzoek tot schorsing van de werking van de bestreden beschikking met producties, ingekomen op 31 oktober 2025;
- het verweerschrift in het verzoek tot schorsing en de hoofdzaak;
- een journaalbericht namens de man van 10 december 2025 met een begeleidend schrijven van dezelfde datum;
- een e-mailbericht namens de man van 10 december 2025 met als bijlage een e-mailbericht namens de gemeente van 4 december 2025.
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- de door de man verschuldigde verhaalsbijdrage, ten behoeve van [minderjarige] met ingang van 16 augustus 2024 vastgesteld op € 654,- per maand;
- bepaald dat de man het verschuldigde verhaalsbedrag met ingang van de eerste van de maand volgend op de datum van de beschikking maandelijks aan de gemeente moet betalen zolang de bijstandsverlening mede ten behoeve van [minderjarige] voortduurt;
- bepaald dat de man de sinds 16 augustus 2024 ontstane achterstand in de betaling van de verschuldigde verhaalsbedragen moet aflossen aan de gemeente in bedragen van € 327,- per maand totdat die achterstand volledig zal zijn voldaan; en
- bepaald dat de man, in het geval van niet tijdige betaling van de genoemde verhaalsbedragen, de op dat moment totaal resterende achterstand direct volledig moet betalen aan de gemeente.
- de werking van de bestreden beschikking te schorsen; en
- te bepalen dat de man met ingang van primair de datum van de beschikking van het hof subsidiair met ingang van de datum van de bestreden beschikking (1 augustus 2025) een bijdrage dient te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] van € 25,- per maand, althans met ingang van een zodanige datum en een zodanig bedrag als het hof juist oordeelt, telkens bij vooruitbetaling aan de gemeente te voldoen.
5.De motivering van de beslissing
6.De beslissing
€ 75,- per maand;