ECLI:NL:GHARL:2025:8165

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
200.360.935/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake verhaalsbijdrage voor bijstandsverlening ten behoeve van minderjarige

In deze zaak gaat het om een hoger beroep van een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, waarin de man werd verplicht om een verhaalsbijdrage te betalen voor de bijstandsverlening aan zijn minderjarige kind. De man en de vrouw zijn de ouders van het kind, dat in 2021 is geboren. De gemeente Utrecht verstrekt sinds augustus 2021 bijstandsuitkeringen aan de vrouw, en heeft besloten om deze bijstand op de man te verhalen. De rechtbank had in een eerdere beschikking bepaald dat de man € 654,- per maand moest betalen, maar de man is in hoger beroep gegaan tegen deze beslissing. Tijdens de procedure in hoger beroep hebben partijen overeenstemming bereikt over de verhaalsbijdrage. Het hof heeft de bestreden beschikking vernietigd en bepaald dat de man vanaf 1 december 2024 € 150,- per maand moet betalen aan de gemeente, als bijdrage in de kosten van de bijstandsverlening. Daarnaast moet de man de achterstand in betalingen voldoen in termijnen van € 75,- per maand. Het hof heeft het meer of anders verzochte afgewezen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.360.935
(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 585447)
beschikking van 18 december 2025
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de man,
advocaat: mr. K.R.E. Blanken,
en
College van Burgermeester en Wethouders van de gemeente Utrecht,
zetelend te Utrecht,
verweerder in hoger beroep,
verder te noemen: de gemeente.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 1 augustus 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer. Deze beschikking wordt hierna ook de bestreden beschikking genoemd.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het beroepschrift, tevens verzoek tot schorsing van de werking van de bestreden beschikking met producties, ingekomen op 31 oktober 2025;
  • het verweerschrift in het verzoek tot schorsing en de hoofdzaak;
  • een journaalbericht namens de man van 10 december 2025 met een begeleidend schrijven van dezelfde datum;
  • een e-mailbericht namens de man van 10 december 2025 met als bijlage een e-mailbericht namens de gemeente van 4 december 2025.

3.De feiten

3.1
De man en [vrouw] (verder: de vrouw) zijn de ouders van [minderjarige] , geboren [in] 2021.
3.2
De gemeente verstrekt sinds 23 augustus 2021 een bijstandsuitkering aan de vrouw mede ten behoeve van [minderjarige] .
3.3
De gemeente wenst de verstrekte bijstand op de man te verhalen tot de grens van zijn onderhoudsplicht jegens [minderjarige] , welke grens de gemeente bij beschikking van 5 augustus 2024 heeft vastgesteld op € 654,- per maand met ingang van 1 augustus 2024.
3.4
Omdat de man niet tot betaling is overgegaan, heeft de gemeente besloten tot verhaal in rechte en heeft zij op 3 december 2024 een verzoek bij de rechtbank ingediend, strekkende tot vaststelling van het verhaalsbedrag met ingang van 1 augustus 2024.

4.De omvang van het geschil

4.1
In de bestreden beschikking heeft de rechtbank:
  • de door de man verschuldigde verhaalsbijdrage, ten behoeve van [minderjarige] met ingang van 16 augustus 2024 vastgesteld op € 654,- per maand;
  • bepaald dat de man het verschuldigde verhaalsbedrag met ingang van de eerste van de maand volgend op de datum van de beschikking maandelijks aan de gemeente moet betalen zolang de bijstandsverlening mede ten behoeve van [minderjarige] voortduurt;
  • bepaald dat de man de sinds 16 augustus 2024 ontstane achterstand in de betaling van de verschuldigde verhaalsbedragen moet aflossen aan de gemeente in bedragen van € 327,- per maand totdat die achterstand volledig zal zijn voldaan; en
  • bepaald dat de man, in het geval van niet tijdige betaling van de genoemde verhaalsbedragen, de op dat moment totaal resterende achterstand direct volledig moet betalen aan de gemeente.
De rechtbank heeft deze beslissingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
4.2
De man is in de procedure bij de rechtbank niet verschenen. Hij is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. De man verzoekt het hof om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de bestreden beschikking te vernietigen en:
  • de werking van de bestreden beschikking te schorsen; en
  • te bepalen dat de man met ingang van primair de datum van de beschikking van het hof subsidiair met ingang van de datum van de bestreden beschikking (1 augustus 2025) een bijdrage dient te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] van € 25,- per maand, althans met ingang van een zodanige datum en een zodanig bedrag als het hof juist oordeelt, telkens bij vooruitbetaling aan de gemeente te voldoen.
4.3
De gemeente voert verweer. De gemeente vraagt het hof de werking van de bestreden beschikking te schorsen tot de beslissing van het hof. Verder vraagt de gemeente het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen dan wel een verhaalsbijdrage vast te stellen van € 181,- dan wel een bijdrage vast te stellen als het hof juist oordeelt.

5.De motivering van de beslissing

Blijkens de hiervoor onder 2. genoemde correspondentie hebben partijen overeenstemming bereikt over de door de man aan de gemeente te betalen verhaalsbijdrage ten behoeve van [minderjarige] . Partijen verzoeken het hof deze afspraken vast te leggen in een beschikking. Hieruit leidt het hof af dat partijen hun verzoek in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd. Het hof zal de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als volgt.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 1 augustus 2025 en, opnieuw beschikkende:
bepaalt dat de man met ingang van 1 december 2024 en voor de toekomst telkens bij vooruitbetaling aan de gemeente € 150,- per maand zal voldoen als bijdrage in de kosten die de gemeente heeft in verband met mede ten behoeve van [minderjarige] verstrekte bijstandsuitkering;
bepaalt dat de man de ontstane achterstand aan de gemeente zal voldoen in termijnen van
€ 75,- per maand;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. P.B. Kamminga, E. de Boer en E.H. Schijven-Bours, bijgestaan door mr. M. van Esveld als griffier, en is op 18 december 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.