ECLI:NL:GHARL:2025:8158

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
200.356.304/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot opheffing van curatele afgewezen wegens aanhoudende noodzaak tot ondercuratelestelling

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over een verzoek tot opheffing van de curatele van de betrokkene. De betrokkene, geboren in 1981, verblijft sinds medio juli 2024 in een gedwongen kader op een zorglocatie. Op 10 juli 2025 is er opnieuw een rechterlijke machtiging verleend. De kantonrechter in Assen had eerder de goederen en gelden van de betrokkene onder bewind gesteld en dit bewind omgezet in een ondercuratelestelling op verzoek van de bewindvoerder. De betrokkene verzocht in januari 2025 om opheffing van de curatele, maar dit verzoek werd door de kantonrechter afgewezen. In hoger beroep heeft de betrokkene de beslissing van de kantonrechter bestreden, met het verzoek om de ondercuratelestelling op te heffen of een andere curator te benoemen.

Tijdens de mondelinge behandeling op 27 november 2025 zijn de betrokkene, zijn advocaat, vertegenwoordigers van de curator en familieleden verschenen. Het hof heeft vastgesteld dat de betrokkene kampt met complexe problematiek, waaronder een verstandelijke beperking en schizofrenie van het paranoïde type. De betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en er is een risico op afglijden als hij met medicatie stopt. Het hof oordeelt dat de noodzaak voor curatele nog steeds aanwezig is, gezien de psychische kwetsbaarheid van de betrokkene en de onrust die zijn gedrag bij hem en zijn omgeving veroorzaakt. Het hof heeft de beslissing van de kantonrechter bekrachtigd en het verzoek tot opheffing van de curatele afgewezen, evenals het verzoek om een andere curator te benoemen, omdat er geen gewichtige redenen voor ontslag van de huidige curator zijn aangetoond.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.356.304/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 11514702)
beschikking van 18 december 2025
in de zaak van
[verzoeker](de betrokkene),
die woont in [woonplaats1] ,
verzoeker in hoger beroep,
advocaat: mr. T.W. Delhaye te Leeuwarden,
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
Kompas Zuidlaren B.V.(de curator),
die is gevestigd in Zuidlaren,
[naam1](de vader),
die woont in [woonplaats2] ,
[naam2](de moeder),
die woont in [woonplaats2] ,
[naam3](de zus),
die woont in [woonplaats2] ,
[naam4](de broer),
die woont in [woonplaats2] .

1.De procedure in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 28 maart 2025, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.De procedure in hoger beroep

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met bijlage(n), ingekomen op 23 juni 2025;
- een journaalbericht namens de betrokkene van 8 juli 2025 met bijlage(n).
2.2.
De mondelinge behandeling heeft op 27 november 2025 plaatsgevonden. Verschenen zijn: de betrokkene en zijn advocaat, twee vertegenwoordigers van de curator en de vader, de broer en de zus van de betrokkene. Het hof heeft bijzondere toegang verleend aan twee begeleiders van de instelling waar de betrokkene verblijft.

3.De feiten

3.1.
De betrokkene is geboren [in] 1981. De betrokkene verblijft sinds medio juli 2024 in een gedwongen kader (rechterlijke machtiging) op een zorglocatie in [woonplaats1] . Op 10 juli 2025 is hiervoor opnieuw een rechterlijke machtiging verleend.
3.2.
Bij beschikking van de kantonrechter in Assen van 28 november 2011 zijn de goederen en gelden van de betrokkene onder bewind gesteld. Bij beschikking van 23 augustus 2023 heeft de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, op verzoek van de toenmalige bewindvoerder het bewind omgezet in een ondercuratelestelling. De bewindvoerder is daarbij benoemd tot curator.
3.3.
Bij verzoekschrift, ingekomen bij de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, op 23 januari 2025, heeft de betrokkene verzocht om opheffing van de curatele.

4.De omvang van het geschil

4.1.
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van de betrokkene afgewezen.
4.2.
De betrokkene is in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Hij verzoekt primair de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de ondercuratelestelling alsnog op te heffen en subsidiair een andere curator te benoemen, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist acht.

5.De motivering van de beslissing

5.1.
Wanneer een verzoek tot ondercuratelestelling wordt gedaan onderzoekt de rechter of de betrokkene hulp nodig heeft bij het behartigen van zijn belangen, en welke voorziening (mentorschap, bewind, een combinatie daarvan of ondercuratelestelling) in die situatie het meest geschikt is. [1] Als de noodzaak voor de curatele niet meer bestaat, of voortzetting van de curatele niet zinvol is, kan de rechter de curatele opheffen. [2]
5.2.
Uit de stukken blijkt dat de zomer van 2023 een onrustige periode was in het leven van de betrokkene. Door een combinatie van het stoppen met medicatie, toenemend gebruik van drugs en drank en een terugval in de psychische gezondheid van de betrokkene is hij gedwongen opgenomen op een crisisafdeling. In die periode heeft de toenmalige bewindvoerder mede daarom ook het verzoek gedaan om de bewindvoering om te zetten in een ondercuratelestelling, wat de kantonrechter heeft toegewezen.
5.3.
De kantonrechter heeft het verzoek van de betrokkene om de curatele op te heffen afgewezen, omdat het volgens de kantonrechter niet aannemelijk is geworden dat de noodzaak tot de curatele niet meer bestaat.
Het hof oordeelt dat dat een juiste beslissing is geweest. De redenen daarvoor zijn de volgende.
5.4.
Het is aan degene die opheffing van de ondercuratelestelling verzoekt om te onderbouwen dat de noodzaak tot curatele niet meer bestaat, bijvoorbeeld door inzicht te geven in gewijzigde (medische) omstandigheden, of in maatregelen die zijn getroffen om met succes een situatie te verbeteren. De onderbouwing van de betrokkene in deze zaak is, kort gezegd, dat hij vindt dat hij geen hulp nodig heeft, hij zelf wil kunnen kiezen waar hij woont en hij zijn eigen geldzaken wil regelen. De betrokkene heeft ook op de zitting verteld dat de ondercuratelestelling wat hem betreft nooit nodig is geweest.
5.5.
Het hof begrijpt dat het voor de betrokkene ingrijpend is dat hij op dit moment niet vrij is zijn eigen keuzes te maken. Vanwege de psychische kwetsbaarheid van de betrokkene en de grote zorg dat de betrokkene psychisch weer zal ontregelen, is een beschermingsmaatregel als curatele naar het oordeel van het hof nog steeds noodzakelijk.
De betrokkene kampt met complexe problematiek. Hij heeft een verstandelijke beperking en schizofrenie van het paranoïde type. Hij is verslavingsgevoelig, heeft waanideeën en een verstoorde emotieregulatie. Als de betrokkene met medicatie stopt is het gevaar voor afglijden groot. Er is een terugkerend patroon te zien waarbij de betrokkene, vooral wanneer het gaat om geld, dingen doet die voor hemzelf of anderen - zoals zijn ouders - schadelijk zijn. Situaties waarover de betrokkene zich druk maakt en die meerdere keren met hem zijn uitgezocht en besproken, zoals een kwestie rondom een schadevergoeding, een bankrekening en de huur van een tweede woning, blijven terugkeren en voeden onrust en wantrouwen bij de betrokkene. Volgens de curator heeft de betrokkene geen ziekte-inzicht en is een beschermde woonplek nodig waar de betrokkene intensief wordt begeleid. De huidige woonlocatie van de betrokkene heeft een positief effect op hem. Met de combinatie van medicatie, begeleiding en dagprogramma worden langzaam stappen vooruit gezet.
De enkele stelling van de betrokkene dat hij geen hulp nodig heeft en zijn zaken zelf kan regelen, is in het licht van de hierboven geschetste complexe situatie onvoldoende om het verzoek tot opheffing van de curatele toe te wijzen.
5.6.
Het verzoek van de betrokkene om als de curatele niet wordt opgeheven een andere curator te benoemen, zal het hof ook afwijzen. Voor het ontslag van een curator moeten gewichtige redenen aanwezig zijn of moet blijken dat de curator niet langer voldoet aan de eisen om curator te zijn. [3] Van zulke redenen is niet gebleken. De betrokkene heeft wel aangevoerd dat er in zijn optiek sprake is van fraude en diefstal, maar heeft dit niet onderbouwd. De beschuldigingen lijken eerder te passen bij zijn ziektebeeld. Ook heeft de betrokkene op de zitting bij het hof laten weten dat een andere curator hem niet gerust zou kunnen stellen
,en dat hij ook tegen de benoeming van een nieuwe curator zou opkomen. Het hof concludeert dat er geen enkele aanleiding is om de huidige curator te ontslaan, en een ander curator te benoemen.
5.7.
Op grond van bovenstaande zal het hof de beslissing van de rechtbank, waarin het verzoek tot opheffing van de curatele is afgewezen, in stand laten (bekrachtigen).

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 28 maart 2025;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.G. Knot, mr. E.B.E.M. Rikaart-Gerard en mr. P.B. Kamminga, bijgestaan door mr. M.C. Eisses als griffier, en is op 18 december 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Artikel 1:378 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
2.Artikel 1:389 lid 2 BW.
3.Artikel 1:385 lid 1, sub d, BW.