Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant1] ( [appellant1] ),
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
(…)
3.Het oordeel van het hof
[datum2] 2009, de akte waarin de afspraken over de geldlening zijn opgenomen door erflater is verscheurd. Erflater zou daarbij gezegd hebben dat de lening niet meer terugbetaald hoefde te worden. Ter onderbouwing van deze stelling heeft [appellant1] verklaringen overgelegd van familieleden die volgens hem bij dit moment aanwezig zijn geweest.
€ 50.075,-. Dit zijn giften die de strekking hebben dat zij pas na het overlijden van de gever worden uitgevoerd en aldus quasi-legaten als bedoeld in artikel 4:126 lid 1 BW. Het is nog de vraag of verrekening met deze quasi-legaten mogelijk is in verband met de mogelijkheid van vermindering van legaten in artikel 4:120 BW en de rangorde van schulden van de nalatenschap in artikel 4:7 BW. Het hof zal daarover zo nodig prejudiciële vragen stellen aan de Hoge Raad.
4.De beslissing
[datum2] 2009.
dinsdag 27 januari 2026(roldatum) laten weten welke getuigen hij wil laten horen met opgave van de verhinderdagen van die getuigen, van partijen en hun advocaten. Daarna stelt het hof de dag en het tijdstip van het verhoor vast. Dat gebeurt ook als de opgave onvolledig is.
16 december 2025.