Op 10 december 2021 werd verdachte aangehouden voor het rijden onder invloed van cannabis in [plaats 1]. Bij controle bleek verdachte twijfelend te rijden en een speekseltest gaf een indicatie van cannabisgebruik. Vervolgens werd bloed afgenomen door een verpleegkundige middels venapunctie, waarbij het bloed werd verpakt, verzegeld en verzonden volgens het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.
Het laboratoriumrapport van 4 januari 2022 toonde aan dat het THC-gehalte in het bloed van verdachte 5,7 microgram per liter bedroeg, wat hoger is dan de wettelijke grenswaarde. Verdachte werd veroordeeld door het hof, dat het vonnis van de politierechter vernietigde en opnieuw recht deed.
De verdediging voerde aan dat niet aan de strikte waarborgen was voldaan, onder meer omdat niet was vastgesteld dat minimaal 3 ml bloed was afgenomen en het laboratorium niet bevestigde dat de bloedmonsters verzegeld waren ontvangen. Het hof verwierp deze verweren, stellende dat de verbalisanten op ambtseed verklaarden conform het Besluit te hebben gehandeld en dat er geen aanwijzingen waren voor onzorgvuldigheden.
Het hof hield rekening met de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder het feit dat hij een eigen bedrijf heeft en een kind van twee jaar oud. Gezien de nieuwe oriëntatiepunten achtte het hof een lagere geldboete passend dan de politierechter oplegde en de advocaat-generaal vorderde.
Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van 450 euro, met negen dagen hechtenis als vervangende sanctie bij niet-betaling. Het hof sprak verdachte vrij van hetgeen meer of anders ten laste was gelegd en vernietigde de eerdere strafbeschikking.