ECLI:NL:GHARL:2025:8071

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
21-002331-24
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rijden onder invloed van cannabis en de geldigheid van bloedonderzoek conform de Wegenverkeerswet 1994

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 28 oktober 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van rijden onder invloed van cannabis, in strijd met artikel 8, lid 5 van de Wegenverkeerswet 1994. De verdachte was niet aanwezig tijdens de zitting, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman, mr. J.H.L. Antonides. De advocaat-generaal, mr. T. Tanghe, heeft de zaak voorgedragen en een geldboete van 650 euro geëist. De verdediging voerde aan dat de verdachte ten onrechte was veroordeeld en dat er twijfels bestonden over de naleving van de strikte waarborgen bij het bloedonderzoek. De raadsman betoogde dat het proces-verbaal slordigheden bevatte en dat het laboratorium niet had bevestigd dat de bloedmonsters verzegeld waren ontvangen.

Het hof heeft de argumenten van de verdediging overwogen en geconcludeerd dat de strikte waarborgen zijn nageleefd. De bloedmonsters waren volgens de geldende regelgeving afgenomen, verpakt en verzonden. Het hof oordeelde dat er geen reden was om aan de betrouwbaarheid van het bloedonderzoek te twijfelen. De verdachte werd uiteindelijk veroordeeld tot een geldboete van 450 euro en 9 dagen hechtenis, met de mogelijkheid van vervangende hechtenis bij gebreke van betaling. Het hof vernietigde de eerdere uitspraak van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij het de verdachte vrijsprak van andere tenlasteleggingen die niet bewezen waren verklaard.

Uitspraak

Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van dit gerechtshof, enkelvoudige strafkamer, op 28 oktober 2025.
Tegenwoordig:
mr. G.A. Versteeg, raadsheer, lid enkelvoudige kamer,
mr. W. Landstra, griffier.
Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door mr. T. Tanghe, advocaat-generaal.
Het hof doet de zaak tegen de na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte genaamd:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
is niet verschenen.
Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. J.H.L. Antonides, advocaat te Roermond, die verklaart uitdrukkelijk door verdachte gemachtigd te zijn de verdediging te voeren.
De advocaat-generaal draagt de zaak voor.
De raadsman van de verdachte, die hoger beroep heeft ingesteld, wordt onmiddellijk na de voordracht van de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld mondeling de bezwaren tegen het vonnis op te geven.
De raadsman geeft op dat verdachte vindt ten onrechte te zijn veroordeeld.
De raadsheer deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van de zaak, waaronder:
A. een proces-verbaal van rijden onder invloed met proces-verbaal-nummer PL0900-2021388135-1, d.d. 10 december 2021 op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte opgemaakt door [hoofdagent 1] en [hoofdagent 2] , beiden hoofdagent van politie, Eenheid Midden-Nederland , opgenomen op pagina 4 e.v. van een dossier met nummer 2021388135, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als relaas van deze verbalisanten:
Op 10 december 2021 zagen wij dat de hierna genoemde persoon als bestuurder van een personenauto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [straat] in [plaats 1] , reed. Wij zagen dat de bestuurder van het voertuig twijfelend reed. Daarmee bedoelen we de plaats op de weg en de keuze voort de plaats op de weg.
Ter controle op de naleving van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde voorschriften hebben wij de bestuurder zijn voertuig doen stilhouden en een onderzoek ingesteld.
Ik heb de bestuurder gevorderd mee te werken aan een speekseltest. Als resultaat van deze test zag ik dat de speekseltest een indicatie aangaf voor de volgende stof: cannabis (tetrahydrocannabinol).
Waarneming drugs en/of andere stof
Ik nam de volgende kenmerken waar bij de bestuurder.
Geur : Cannabis
Ogen : Bloeddoorlopen
Pupilgrootte : Vergrote pupil
Motoriek : Trillen
Vervolgens werd de bestuurder als verdacht van overtreding van artikel 8 Wegenverkeerswet 1994 aangehouden.
De verdachte gaf mij op te zijn genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] .
De verpleegkundige heeft in aanwezigheid van ons de verdachte bloed afgenomen conform Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.
Ik heb de bloedmonsters overeenkomstig het bepaalde in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer, gewaarmerkt, direct verpakt, verzegeld en geplaatst in de daarvoor bestemde vriezer in het politiebureau. Tevens heb ik het bloedafnameformulier voorzien van een genummerde en op naam gestelde SIN-sticker "Analyse" met het nummer TABW9861NL en SIN-sticker "Tegen Onderzoek" met het nummer TABW9862NL.
De corresponderende Sporen Identificatie Nummers (SIN-stickers) zijn op dit
proces-verbaal aangebracht.
Ik heb mij ervan vergewist, dat de bloedmonsters overeenkomstig het bepaalde in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer verzonden zijn naar het Medisch Laboratorium [locatie] te [plaats 2] (Duitsland).
Uit het hierbij gevoegde rapport d.d. 4 januari 2022 blijkt dat het bloed van de
verdachte ten tijde van de bloedafname stoffen bevatte die de rijvaardigheid kunnen
verminderen en/of waarvan het gehalte hoger is dan de vastgestelde waarde(s), zoals
gesteld in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer en/of vermeld
in artikel 8 Wegenverkeerswet 1994.
B. een schriftelijk stuk, te weten een opdracht ten behoeve van Toxicologisch bloedonderzoek, opgenomen op pagina 15 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Onderzoek bloed betreft: drugs
SIN ANALYSE: TABW9861NL
Naam: [verdachte]
Ondertekening door verbalisant 10-12-2021
Ondergetekende, verpleegkundige, verklaart op 10-12-2021 op de voorgeschreven wijze van bloedgever bloed te hebben afgenomen.
Wijze van afname: venapunctie
C. een deskundigenrapport van het Labor [plaats 2] , d.d. 4 januari 2022 opgemaakt door [deskundige] , opgenomen op pagina 21 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:
Onderzoeksmateriaal
Wijze van ontvangst: koerier
In [plaats 2] d.d. 14-12-2021
Sin nummer TABW9861NL
Omschrijving: Bloed van [verdachte]
Aangewezen stof Cannabis
Meetbare stof THC
Grenswaarde indien enkelvoudig gebruikt 3
Grenswaarde indien in combinatie gebruikt 1
Eindresultaat in bloed 5,7
Rapportage eenheid microgram per liter
D. het de verdachte betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 22 september 2025.
De raadsman verklaart over de persoonlijke omstandigheden van de verdachte:
Mijn cliënt heeft een tijdje geen rijbewijs gehad, maar hij heeft hem nu wel weer terug. Hij is bezig met een eigen bedrijf in de metaalhandel. Hij heeft een kind van 2 jaar oud. Hij woont voor de helft van de tijd bij zijn partner.
De advocaat-generaal voert het woord, leest de vordering voor, strekkende tot veroordeling van de verdachte tot een geldboete van 650 euro, en legt die vordering aan het hof over.
De raadsman voert het woord tot verdediging overeenkomstig zijn pleitnota, welke aan het hof is overgelegd en aan dit proces-verbaal is gehecht.
In aanvulling daarop merkt de raadsman nog op:
Er staan meer slordigheden in het proces-verbaal, zoals de mededeling dat het proces-verbaal is opgemaakt op 10 december 2021, terwijl op 5 januari 2022 nog iets aan het proces-verbaal is toegevoegd. Ik verbind hier geen juridische conclusie aan, maar het is wel slordig.
Uiterst subsidiair verzoek ik u om toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De advocaat-generaal repliceert, onder meer aanvoerende:
Ik verzoek u de door de raadsman gevoerde verweren te passeren. In het proces-verbaal rijden onder invloed hebben de verbalisanten op ambtseed verklaard dat conform het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer is gehandeld bij het afnemen, verpakken en versturen van het bloed. Daar moeten we vanuit gaan. Dit wordt pas anders als de agenten iets noteren waardoor twijfel zou ontstaan, zoals bijvoorbeeld dat gebruik is gemaakt van een vingerprik, maar een dergelijke aanwijzing is er in deze zaak niet. Dat niet alle stappen expliciet zijn vermeld, betekent niet dat het niet is gebeurd. De agenten zeggen dat er conform het besluit is gehandeld.
Als het hof toch aanleiding ziet te twijfelen, dan verzoek ik het hof om de verdachte niet vrij te spreken maar om - vanwege het principiële karakter van de gevoerde verweren - opdracht te geven om nader onderzoek te verrichten en de verbalisanten te vragen naar de feitelijke gang van zaken.
Met betrekking tot de datum van 10 december 2021 op het proces-verbaal merk ik op dat het politiesysteem zo werkt dat de aanmaakdatum onder het proces-verbaal wordt gezet. Dat is de datum waarop het is gestart en dus niet de datum waarop het is afgerond. Deze datum kan bij afronden en ondertekenen van het proces-verbaal handmatig worden aangepast, maar dat is in dit geval niet gebeurd. Daarmee is echter niet onzorgvuldig gehandeld. Ik persisteer.
De raadsman dupliceert, onder meer aanvoerende:
Ik ben van mening dat het verzoek van de advocaat-generaal voor nader onderzoek dient te worden afgewezen. De arts of de verpleegkundige neemt bloed af. De verbalisanten maken vervolgens het proces-verbaal op en zeggen dat dit conform de regeling is gebeurd. De vraag is of de verbalisanten kunnen vaststellen dat de bloedafname door de verpleegkundige volgens de regeling is gebeurd. Dit moet wel te controleren zijn. Als dat niet te doen is, dan zijn de strikte waarborgen niet nageleefd en daar moeten consequenties aan zitten.
Het laboratorium moet bevestigen dat de bloedmonsters verzegeld zijn ontvangen. Dat is niet gebeurd, zodat vrijspraak dient te volgen.
Aan de raadsman wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
Na een korte onderbreking voor beraad, verklaart de raadsheer het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van het gerechtshof de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van heden.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------

A A N T E K E N I N G M O N D E L I N G A R R E S T

------------------------------------------------------------------------------------------------------------
a. beslissing omtrent de nietigheid van de dagvaarding in eerste aanleg/de onbevoegdheid van de enkelvoudige kamer tot kennisneming van het (de) telastegelegde feit(en)/de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep/schorsing van de vervolging:
niet van toepassing;
b. beslissing omtrent het vonnis waartegen hoger beroep is ingesteld:
het hof vernietigt het vonnis van de politierechter van de rechtbank Midden-Nederland , zitting houdende te Lelystad, parketnummer 96-254793-22, d.d. 28 mei 2024, waarvan beroep, en doet opnieuw recht;
c. inhoud van de tenlastelegging:
hij, op of omstreeks 10 december 2021 te [plaats 1] een voertuig, te
weten een personenauto, heeft bestuurd of als bestuurder heeft doen besturen
na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en
geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8,
eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl
ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het
gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 5,7
microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3
van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde;
d. inhoud van de bewijsmiddelen, voor zover deze tot het bewijs van het (de) ten laste gelegde feit(en) dient, alsmede vermelding van de redengevende feiten en omstandigheden, voor de beslissing dat het (de) feit(en) door de verdachte(n) is (zijn) begaan:
de inhoud van het hiervoor onder A genoemde proces-verbaal levert op de redengevende feiten en omstandigheden, op grond waarvan het hof bewezen acht en de overtuiging heeft verkregen dat verdachte het hierna bewezen verklaarde feit heeft begaan;
Overweging met betrekking tot het bewijs
De raadsman heeft aangevoerd dat op basis van het dossier niet kan worden gezegd dat alle waarborgen met betrekking tot het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer en de Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer zijn gevolgd. Uit het dossier blijkt niet welke hoeveelheid bloed is afgenomen, zodat niet blijkt dat ten minste 3 milliliter bloed is afgenomen. Bovendien heeft het laboratorium niet bevestigd dat de bloedmonsters verzegeld zijn ontvangen. De raadsman is gelet hierop van mening dat de strikte waarborgen niet zijn nageleefd, zodat geen sprake is van een onderzoek als bedoeld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet, zodat zijn cliënt dient te worden vrijgesproken.
Om tot een bewezenverklaring te komen van een feit waarin de tenlastelegging is toegesneden op artikel 8, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, moet kunnen worden vastgesteld dat er sprake is geweest van een ‘onderzoek’ als bedoeld in dat artikel. Van een dergelijk onderzoek is slechts sprake indien de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek met het oog op de betrouwbaarheid van de resultaten daarvan heeft omringd. Deze waarborgen worden ook wel aangeduid als de strikte waarborgen.
Het hof is gelet op het navolgende van oordeel dat is voldaan aan de strikte waarborgen in artikel 8, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994.
De verbalisanten hebben in het proces-verbaal rijden onder invloed op ambtseed respectievelijk ambtsbelofte verklaard dat conform het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer is gehandeld bij het afnemen, verpakken en versturen van het bloed. De verpleegkundige heeft verklaard op de voorgeschreven wijze bloed te hebben afgenomen door middel van een venapunctie. Er is dus geen sprake geweest van een vingerprik, die mogelijk zou leiden tot minder dan 3 milliliter afgenomen bloed. Er bevinden zich in het dossier geen aanwijzingen dat niet conform het Besluit en de Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer is gehandeld. De advocaat-generaal heeft een verklaring gegeven voor de omstandigheid dat onder het proces-verbaal staat vermeld dat het proces-verbaal is afgesloten op 10 december 2021. Dit is wellicht slordig, maar onvoldoende om te oordelen dat de gang van zaken onzorgvuldig is geweest.
Uit het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal blijkt dat de bloedmonsters overeenkomstig het bepaalde in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer zijn verpakt, verzegeld en verzonden naar het laboratorium. Het hof gaat er daarom vanuit dat de bloedmonsters ook verzegeld door het laboratorium zijn ontvangen. Het hof heeft geen aanleiding hieraan te twijfelen. Het hof gaat er daarom vanuit dat volgens de regels in het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer is gehandeld en verwerpt de door de raadsman gevoerde verweren.
e. de bewezenverklaring:
hij op 10 december 2021 te [plaats 1] een voertuig, te weten een personenauto, heeft bestuurd na gebruik van een in artikel 2, van het Besluit alcohol, drugs en
geneesmiddelen in het verkeer, aangewezen stof als bedoeld in artikel 8,
eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis, terwijl
ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van genoemde Wet, het
gehalte in zijn bloed van de bij die stof vermelde meetbare stof 5,7
microgram THC per liter bloed bedroeg, zijnde hoger dan de in artikel 3
van het genoemd Besluit, bij die stof vermelde grenswaarde;
het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen;
f. de kwalificatie van het strafbare feit dat het bewezen verklaarde oplevert:
overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
g. de wettelijke voorschriften die zijn toegepast:
de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en
de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994
h. beslissing omtrent de strafbaarheid van de verdachte(n) en het (de) feit(en), eventueel met de gronden daarvoor:
het hof acht verdachte strafbaar, nu ten opzichte van hem geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht;
i. ontslag van rechtsvervolging met de gronden daarvoor:
niet van toepassing;
j. opgelegde straf(fen) of maatregel(en) met vermelding van de bijzondere redenen die de straf(fen) hebben bepaald of tot de maatregel(en) hebben geleid. Verder in de voorkomende gevallen opgave van de strafmotiveringseisen, genoemd in art. 359 Sv:
Het hof heeft de in hoger beroep op te leggen straf bepaald op grond van de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte.
Verdachte heeft op 10 december 2021 te [plaats 1] een personenauto bestuurd terwijl hij onder invloed was van cannabis. Daarmee was sprake van gevaarlijk gedrag en heeft de verdachte er blijk van gegeven de regelgeving ter bescherming van de verkeersveiligheid niet te respecteren.
Uit het uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 22 september 2025 blijkt dat de verdachte voorafgaand aan het bewezenverklaarde niet eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van soortgelijke feiten.
Het hof heeft voorts rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals deze ter terechtzitting door de raadsman naar voren zijn gebracht.
Het hof ziet geen aanleiding voor toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, zoals door de raadsman is verzocht, gelet op de aard en ernst van het feit.
Het hof is van oordeel dat gelet op de nieuwe oriëntatiepunten ter zake van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet een lagere geldboete dan door de politierechter is opgelegd en door de advocaat-generaal is gevorderd, passend en geboden is.
Derhalve veroordeelt het hof verdachte ter zake van het bewezen verklaarde tot:
een
geldboetevan
€ 450,00 (vierhonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
9 (negen) dagen hechtenis.
k. overige/bijkomende beslissingen, eventueel met de gronden daarvoor:
vrijspraak van hetgeen meer of anders ten laste is gelegd dat hierboven als bewezen is aangenomen.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking d.d. 22 november 2022 onder CJIB nummer 5132 5420 0491 6847.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
De raadsheer geeft aan de raadsman van de verdachte kennis, dat de verdachte binnen veertien dagen het rechtsmiddel van cassatie kan instellen tegen dit arrest.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de raadsheer en de griffier is vastgesteld en ondertekend.