Uitspraak
[verdachte] ,
Hoger beroep
Onderzoek van de zaak
- vernietiging van het vonnis van de politierechter;
- veroordeling van verdachte ter zake van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 18-108601-24 en de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 18-190103-24 tot een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, een gevangenisstraf van twee weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en oplegging van een bijzondere voorwaarde;
Het vonnis
Tenlastelegging
zij op of omstreeks 1 februari 2024 te [plaats 1] een of meer persoonsgegevens van een ander/of een derde, te weten naam en/of initialen en woonplaats van [benadeelde] zich heeft verschaft, heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld, met het oogmerk om [benadeelde]
zij op of omstreeks 1 februari 2024 te [plaats 1] opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [benadeelde] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door een reactie onder openbaar bericht van RTV Noord op Facebook te plaatsen, inhoudende: “ [benadeelde] uit [plaats 2] heeft mijn kleinzoon toegetakeld”;
zij in de periode van 17 april 2024 tot en met 19 april 2024 te [plaats 1] een of meer persoonsgegevens van een ander/of een derde, te weten te weten de initialen en woonplaats van [benadeelde] zich heeft verschaft, heeft verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld, met het oogmerk om [benadeelde]
zij in de periode van 17 april 2024 tot en met 19 april 2024 te [plaats 1] opzettelijk, de eer en/of de goede naam van [benadeelde] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften en/of afbeeldingen verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen en/of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore werd gebracht, door een reactie onder een openbaar bericht van [website 2] op Facebook te plaatsen, inhoudende: “Zwart op wit dat deze dame 2x ad haren van mijn kleinzoon heeft getrokken. Ik schreef: [benadeelde] . uit een dorp in [plaats 1] heeft mijn kleinzoon mishandeld”;
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie ten aanzien van feit 2
Overweging met betrekking tot het bewijs
De bewijsmiddelen voor beide parketnummers
Ik ben actief op Facebook onder de naam [naam 2] . Ik heb meerdere profielen op Facebook. Dat bericht van RTV Noord is niet door ons gedeeld. Ja, die voornaam is er wel opgekomen, dat is wel van mij.
Op 31 januari 2024 kreeg ik bericht dat de oma van het kindje, verdachte, een livestream op Facebook had gehouden waarin onwaarheden over mij zijn verteld. Ik zag later op haar Facebookpagina een bericht over mij waarin mijn voornaam en woonplaats vermeld was.
[naam 3] : Haar naam bekend maken zodat ze nergens aan de slag komt (...) Had mijn kind moeten zijn. De kop viel van haar romp af. Die kreeg wel ff een bezoekje van mij.
V: U maakt gebruik van [naam 2] .
A: Ja dat klopt.
Op 19 april 2024 werd ik gebeld door een medewerker van de politie. Deze medewerker vertelde mij dat mijn naam en initialen opnieuw op Facebook zijn gedeeld door verdachte.
Bewezenverklaring
zij op of omstreeks 1 februari 2024 te [plaats 1] persoonsgegevens van een ander, te weten naam en initialen en woonplaats van [benadeelde] heeft verspreid met het oogmerk om [benadeelde]
zij op of omstreeks 1 februari 2024 te [plaats 1] opzettelijk, de eer en de goede naam van [benadeelde] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften verspreid, door een reactie onder openbaar bericht van RTV Noord op Facebook te plaatsen, inhoudende: “ [benadeelde] uit [plaats 2] heeft mijn kleinzoon toegetakeld”;
zij in de periode van 17 april 2024 tot en met 19 april 2024 te [plaats 1] een of meer persoonsgegevens van een ander, te weten de initialen en woonplaats van [benadeelde] heeft verspreid, met het oogmerk om [benadeelde]
zij in de periode van 17 april 2024 tot en met 19 april 2024 te [plaats 1] opzettelijk, de eer en de goede naam van [benadeelde] heeft aangerand, door tenlastelegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, door middel van geschriften verspreid, door een reactie onder een openbaar bericht van [website 2] op Facebook te plaatsen, inhoudende: “Zwart op wit dat deze dame 2x ad haren van mijn kleinzoon heeft getrokken. Ik schreef: [benadeelde] . uit een dorp in [plaats 1] heeft mijn kleinzoon mishandeld”;
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Oplegging van straf
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
Wetsartikelen
BESLISSING
taakstrafvoor de duur van
120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis.
40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
20 (twintig) dagenhechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.