6.3.3.Het onder 3, 6, 7 en 10 ten laste gelegde
Het hof acht de feiten 3, 6, 7 en 10 wettig en overtuigend bewezen, zoals hieronder opgenomen in de bewezenverklaring. Verdachte heeft deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig bekend en op de zitting in hoger beroep is geen vrijspraakverweer gevoerd ten aanzien van deze feiten. Het hof zal daarom voor deze feiten op grond van artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Deze opgave is hieronder per feit opgenomen.
6.3.3.1. Het onder 3 ten laste gelegde
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 11 november 2024.
2. Het proces-verbaal van aangifte van 24 mei 2023, opgenomen op pagina 93 tot en met 97 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 1] .
3. Het proces verbaal van aangifte van 31 augustus 2023, opgenomen op pagina 189 tot en met 190 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 6] .
4. Het proces-verbaal van aangifte van 31 mei 2023, opgenomen op pagina 176 tot en met 178 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 7] .
6.3.3.2. Het onder 6 ten laste gelegde
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 11 november 2024.
2. Het proces-verbaal van aangifte van 24 mei 2023, opgenomen op pagina 93 tot en met 97 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 1] .
3. Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever van 17 augustus 2023, opgenomen op pagina 157 tot en met 158 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 1] .
6.3.3.3. Het onder 7 ten laste gelegde
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 11 november 2024.
2. Het proces-verbaal van aangifte van 31 mei 2023, opgenomen op pagina 176 tot en met 178 van voornoemd dossier, inhoudend de verklaring van aangever [benadeelde partij 7] .
6.3.3.4. Het onder 10 ten laste gelegde
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 11 november 2024.
2. Het proces-verbaal van bevindingen van 30 juni 2023, opgenomen op pagina 324 tot en met 326 van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van de verbalisant.
6.3.5.Het onder 8 en 9 ten laste gelegde
1. De verklaring van verdachte zoals afgelegd op de zitting van de rechtbank van 11 november 2024, voor zover inhoudend, zakelijk weergegeven:
In de zaken van aangevers [benadeelde partij 10] en [benadeelde partij 5] heb ik de sms-berichten gestuurd. Aangever [benadeelde partij 10] heb ik daarna ook opgebeld, samen met iemand anders. Wij hebben ons toen voorgedaan als medewerkers van de belastingdienst. In de zaken van aangevers [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 9] ben ik gevraagd om de pakketjes op te halen of om iemand te regelen om de pakketjes op te halen.
In de zaak van aangever [benadeelde partij 9] had ik een foto van het besteloverzicht op mijn telefoon staan. In de zaak van aangever [benadeelde partij 3] is op mijn Iphone XR een screenshot aangetroffen van PostNL. Dat ging om een bestelling van Amac. Ik wist dat het foute boel was. De Lenovo laptop is van mij. Het klopt dat deze laptop te zien is op een foto op mijn iPhone XR. Destijds had ik dagbesteding bij Scooter Refresh op [straat] in [plaats 4] .
2. Het proces-verbaal van aangifte van 5 september 2023, opgenomen op pagina 195 tot en met 198 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van aangever [benadeelde partij 10] , zakelijk weergegeven:
Op 21 april 2023 werd ik gebeld door een anoniem nummer. Ik ben in totaal door twee personen gebeld. Zij zeiden dat zij van de Belastingdienst waren en dat er nog een rekening openstond. Op hun verzoek heb ik een drietal overboekingen gedaan. In totaal gaat het om € 2.937,00.
3. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 september 2023, opgenomen op pagina 574 tot en met 579 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Met betrekking tot [Order] verstrekte [provider 3] de volgende gegevens:
Voor- en achternaam: [naam 8]
Factuuradres: [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres: [email-account 2]
Opgegeven telefoonnummer. [nummer 4]
Betaalgegevens: [benadeelde partij 10] [rekeningnummer] .
4. Het proces-verbaal van aangifte van 24 april 2023, opgenomen op pagina 202 tot en met 205 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van aangeefster [benadeelde partij 5] , zakelijk weergegeven:
Ik had op 17 april jongstleden een sms ontvangen van “de Belastingdienst”. Deze sms zag ik op dinsdag 18 april (het hof begrijpt: 18 april 2023). Ik heb op de [link] in de sms geklikt en maakte een terugbelafspraak via bel-947542.com/betaal/inplannen. Vervolgens werd ik een paar uur later teruggebeld. Een zogenaamde medewerker ging het gesprek met mij aan over de vermeende betalingsachterstand. Hij gaf aan dat voor zover hij het kon zien een bedrag van rond de € 10.000,00 openstond in twee delen. De “medewerker” gaf aan dat dit rechtstreeks op dat moment, via een door hem aan te maken betaallink, betaald kon worden. Daarmee had ik zelf dus toestemming gegeven voor de betreffende betalingen.
Wat stond er in het bericht dat u heeft ontvangen?
Daarin stond: “[Belastingdienst] Uw openstaande schuld van € 1.322,21 is na meerdere herinneringen niet voldaan. Op 19 april 2023 zal de gerechtsdeurwaarder overgaan tot conservatoir beslag. U kunt de beslagprocedure voorkomen door direct het gehele bedrag te voldoen via: [link] .
Via de betaallink ging ik zelf naar mijn ING-app om mijn gegevens in te vullen.
Naam rekeninghouder andere partij: [naam 10] by Buckaroo, € 8.654,00, 18-04-2023.
Naam rekeninghouder andere partij: [naam 11] , € 1.293,00, 18-04 2023. Totaalbedrag: € 9.947,00.
5. Het proces-verbaal van bevindingen van 5 september 2023, opgenomen op pagina 574 tot en met 579 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op maandag 4 september 2023 zag ik, verbalisant, dat er door [provider 3] gegevens waren verstrekt. Bij de bestelling bij [provider 3] met nummer [nummer 5] was op 18 april 2023 een iPhone 14 Pro Max besteld met onderstaande gegevens:
Voor- en achternaam: [naam 9]
Factuuradres [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres: [email-account 2]
Opgegeven telefoonnummer: [nummer 6]
Betaalgegevens: [benadeelde partij 5] [rekeningnummer] .
6. Het proces-verbaal van bevindingen van 28 augustus 2023, opgenomen op pagina 563 tot en met 564 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op 28 augustus 2023 omstreeks 09.40 uur nam ik, verbalisant, telefonisch contact op met [benadeelde partij 9] . Ik, verbalisant, hoorde [benadeelde partij 9] hierop het volgende zeggen dat hij in april dit jaar gebeld was door een persoon die zich voordeed als medewerker van de [benadeelde partij 4] . Hij gaf aan van het fraudeteam te zijn. Er zou geld van zijn rekening naar het buitenland geprobeerd zijn over te boeken. Het was een man die hem belde. Deze vertelde hem dat hij een nieuwe pas moest ophalen. [benadeelde partij 9] moest een app downloaden op zijn telefoon. Dit was een soort van Teamviewer, maar wel een andere app dan Teamviewer. Deze had hij vervolgens gedownload. De man kon via de app vermoedelijk meekijken op zijn telefoon. [benadeelde partij 9] gaf aan dat hij het niet vertrouwde. Dit omdat de man belde met een onbekend nummer en hij het logischer vond dat de bank met een bekend nummer zou bellen. Vervolgens belde de man met een nummer gelijkend op het telefoonnummer van de [benadeelde partij 4] . Vervolgens gaf de man aan dat hij een nieuwe pas zou klaarzetten. Daarna moest [benadeelde partij 9] geld overboeken. [benadeelde partij 9] moest dit doen om zijn geld veilig te stellen. Vervolgens zag hij dat het bedrag naar [provider 3] ging. Hierop had [benadeelde partij 9] opgehangen. Vervolgens belde hij naar [provider 3] en legde hij uit wat er was gebeurd. De bestelling bij [provider 3] werd vervolgens geannuleerd.
[benadeelde partij 9] had een sms van de [benadeelde partij 4] gekregen. Hij moest gegevens checken met pas en pasnummer. De man die hem had gebeld wist zijn pasnummer ook. In de sms stond iets in de trant van dat er iemand via het buitenland geprobeerd had om geld over te maken via een tweede [app] . Klopt dit niet, dan moest hij zijn pasnummer en vervaldatum van de pas invullen. Ook moest hij ergens zijn geboortedatum, vervaldatum en pasgegevens invullen.
7. Het proces-verbaal van bevindingen van 22 augustus 2023, opgenomen op pagina 393 tot en met 427 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Ik, verbalisant, zag een met de iPhone XR gemaakte foto van 25 april 2023 om 17:40 uur. Daarop zag ik een scherm van een laptop waarvan de camera middels een plakkertje was afgeplakt. Op het scherm zag ik een webbrowser met een openstaande order van een Google Pixel 6a I28G6 Zwart en een Google Pixel 6 128GB Zwart. Bovenin beeld zag ik het ordernummer 31571137081 staan en besteldatum 25-04-2023.
8. Het proces-verbaal van bevindingen van 28 augustus 2023, opgenomen op pagina 544 tot en met547 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
Op donderdag 24 augustus 2023 zag ik, verbalisant, dat ik gegevens had ontvangen van [provider 3] . Ik, verbalisant, zag dat de volgende gegevens door [provider 3] waren verstrekt met betrekking tot de bestelling met nummer 31571137081:
Voor- en achternaam: [naam 8]
Factuuradres: [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres: [email-account 2]
Betaalgegevens: naam rekeninghouder: [benadeelde partij 9] .
9. Het proces-verbaal van aangifte van 10 mei 2023, opgenomen op pagina 138 tot en met 144 van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van aangever [benadeelde partij 3] :
Op woensdag 19 april 2023 was ik op vakantie in Mallorca te Spanje en zag ik dat er een sms-bericht binnenkwam op mijn telefoon met telefoonnummer [nummer 7] . Ik zag dat het bericht afkomstig was van het nummer [nummer 8] , in dit bericht stond de volgende tekst: “ [benadeelde partij 4] : er is zojuist een nieuw toestel gekoppeld aan uw internetbankieren! Herkent u dit niet? Ga naar: http://s.id/IGqy8”.
Ik zag op de website een invulformulier stond. Hier diende ik gegevens in te vullen en dat deed ik dan ook. Op zaterdag 22 april 2023 sprak ik aan de telefoon met Ramon [naam 12] van zogenaamd de [benadeelde partij 4] . Ik hoorde dat hij vertelde dat er vreemde aanvragen voor leningen werden gedaan op mijn bedrijfsrekening en er meermaals was geprobeerd grote bedragen af te schrijven. Ik schrok hier enorm van en dacht direct terug aan het sms-bericht van 19 april 2023. Vervolgens hoorde ik hem het volgende zeggen: "U moet direct actie ondernemen om blokkades op te werpen. Daarmee kunnen wij uw geld veiligstellen. Hiervoor dient u een applicatie te gebruiken, te weten [bedrijf 3] , dan kan ik u op afstand helpen". Ik hoorde dat [naam 12] toen zei dat ik hem toegang diende te verlenen via de [bedrijf 3] . Dit heb ik vervolgens gedaan. Ik hoorde dat hij mij vertelde: "Ik ga er nu blokkades inzetten. Hiervoor heeft u een [reader] nodig om dit vervolgens goed te keuren.". Toen zag ik dat mijn computerscherm zwart werd en daarna kwam er een QR-code in mijn beeldscherm. Ik hoorde dat [naam 12] zei dat ik die QR-code diende te scannen en de transactie diende goed te keuren. Schijnbaar nam hij mijn beeldscherm over en deed hij dit via [bedrijf 3] . Dit proces herhaalde zich meermaals. Er is € 13.062,00 overgeboekt naar [naam 10]
6.3.5.2. Bewijsoverweging
6.3.5.2.1. Bewijsoverweging in de zaken van aangevers [benadeelde partij 10] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9]
Op de zitting bij de rechtbank heeft verdachte verklaard dat hij degene is geweest die het sms-bericht heeft gestuurd aan aangever [benadeelde partij 10] . Ook heeft hij verklaard dat hij samen met iemand anders aangever [benadeelde partij 10] heeft opgebeld, waarbij zij zich hebben voorgedaan als medewerkers van de Belastingdienst. Op de zitting in hoger beroep heeft verdachte verklaard dat het toch niet klopt dat hij samen met een ander heeft gebeld. Doordat hij de namen van de aangevers op de zitting van de rechtbank door elkaar haalde en doordat hij door de hele dag zitting moe was en van de ondervraging af wilde zijn, zou hij hebben verklaard dat hij samen met een ander heeft gebeld met aangever [benadeelde partij 10] . Het hof acht de verklaring van verdachte ter zitting in hoger beroep, in het licht van de hiervoor uitgewerkte bewijsmiddelen en de overige inhoud van het dossier, onaannemelijk. Verdachte heeft bij de rechtbank uit eigen beweging verklaard over het bellen samen met een ander persoon. Het hof acht het gelet hierop en op de wijze waarop verdachte zijn verklaring heeft geconcretiseerd, onwaarschijnlijk dat hij zomaar iets heeft gezegd om er vanaf te zijn of dat hij zich heeft versproken. Het hof zal verdachte dan ook houden aan zijn verklaring zoals hij die op de zitting bij de rechtbank heeft afgelegd. Daarom is het hof van oordeel dat op grond van voornoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de oplichting in de zaak van [benadeelde partij 10] samen met een ander heeft gepleegd.
Uit voornoemde bewijsmiddelen volgt verder dat in de zaak van aangever [benadeelde partij 10] de volgende gegevens zijn gebruikt bij de bestelling van goederen op rekening van aangever:
Voor- en achternaam: [naam 8]
Factuuradres: [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres: [email-account 2]
Opgegeven telefoonnummer: [nummer 9] .
Voornoemde gegevens komen in belangrijke mate overeen met de gegevens die in de zaak van aangeefster Sarizejbek bij de bestelling van goederen bij [provider 3] op haar rekening zijn gebruikt, te weten:
Voor- en achternaam: [naam 9]
Factuuradres [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres: [email-account 2]
Opgegeven telefoonnummer: [nummer 6]
Betaalgegevens: [benadeelde partij 5] .
Bovendien heeft verdachte ten aanzien van de zaak van aangeefster [benadeelde partij 5] verklaard dat hij het sms-bericht naar haar heeft gestuurd. Met dit sms-bericht is de oplichting van aangeefster [benadeelde partij 5] in gang gezet.
Ook aangever [benadeelde partij 9] is opgelicht. Nadat hij op een link had geklikt van een sms die hij, naar hij dacht, van de [benadeelde partij 4] had ontvangen, werd hij teruggebeld door iemand die zogenaamd werkzaam was bij de [benadeelde partij 4] . Nadat aangever [benadeelde partij 9] geld afhandig is gemaakt, zij er met dit geld vervolgens goederen besteld, ook bij [provider 3] . Bij de bestelling van die goederen zijn de volgende gegevens gebruikt:
Voor- en achternaam: [naam 8]
Factuuradres: [factuuradres]
Afleveradres: [adres ]
E-mailadres : [email-account 2] .
Verdachte heeft met betrekking tot de oplichting in de zaken van [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] verklaard dat hij enkel door een of meer perso(o)n(en) gevraagd zou zijn om eventueel pakketjes op te halen of om anderen te regelen om dit te doen, maar dat hij verder niet bij de oplichtingen betrokken was. De raadsman heeft zich in het verlengde hiervan ten aanzien van de zaken van aangevers [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] op het standpunt gesteld dat het niet anders kan dan dat een (of meer) ander(en) de oplichtingen hebben gepleegd. Het hof acht verdachtes verklaring in het licht van het hiervoor overwogene en de hierboven opgenomen bewijsmiddelen onaannemelijk. Het hof volgt de verdediging dan ook niet in voornoemd standpunt. Gelet op de hierboven genoemde omstandigheden en uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, en bij gebrek van een aannemelijke, dit ontzenuwende verklaring van verdachte, is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte degene is geweest die niet enkel aangever [benadeelde partij 10] , maar ook aangevers [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] heeft opgelicht. Daarbij is in de eerste plaats van belang dat verdachte zelf heeft erkend het sms’je te hebben gestuurd naar [benadeelde partij 5] , wat op zichzelf al voldoende is voor een veroordeling ten aanzien van de oplichting in die zaak. Daarnaast zijn ten laste van aangevers [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] bestellingen gedaan bij [provider 3] waarbij nagenoeg dezelfde bestelgegevens zijn opgegeven als in de zaak van aangever [benadeelde partij 10] , welke oplichting verdachte op de zitting bij de rechtbank heeft bekend. In de zaak van aangeefster [benadeelde partij 5] is weliswaar een ander factuuradres opgegeven, te weten [straat] te [plaats 4] , maar dit is het adres waar verdachte op dat moment dagbesteding had. Het hof acht de oplichting door verdachte van aangevers [benadeelde partij 10] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] dan ook wettig en overtuigend bewezen. Van het ten laste gelegde medeplegen zal het hof verdachte in de zaken van aangevers [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 9] vrijspreken, nu er geen aanwijzingen zijn dat verdachte bij deze oplichtingen nauw een bewust heeft samengewerkt met één of meer anderen.
6.3.5.2.2. Bewijsoverweging zaak aangeefster [benadeelde partij 3]
Uit de verklaring van aangeefster [benadeelde partij 3] blijkt dat zij een phishing-sms heeft ontvangen van een telefoonnummer dat frauduleus geswapt was naar IMEI C. Het hof heeft eerder in dit arrest al geoordeeld dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte de gebruiker van IMEI C was. Het hof acht dan ook niet bewezen dat verdachte als pleger betrokken is bij deze oplichting. Met betrekking tot dit feit heeft verdachte verklaard dat hij betrokken is geweest bij het ophalen van de bestelling ter waarde van € 13.062,00 bij Amac. Deze bestelling was betaald met geld dat aangeefster afhandig was gemaakt door bankhelpdeskfraude. De rol van verdachte is naar het oordeel van het hof daarmee van voldoende gewicht geweest om van medeplegen te kunnen spreken. Hij vervulde een noodzakelijke en wezenlijke schakel voor het bereiken van het einddoel van de oplichting, namelijk het kunnen beschikken over goederen die waren afgerekend met het geld van aangeefster. Het hof gaat er gelet hierop vanuit dat tussen verdachte en zijn medeverdachte(n) de benodigde afstemming met betrekking tot de oplichting en het aansluitende afhalen van de goederen door verdachte is geweest. Nu niet vaststaat dat verdachte naast het ophalen van de bestelling van € 13.062,00 bij Amac nog een andere bijdrage heeft geleverd aan de oplichting van [benadeelde partij 3] , zal het hof de bewezenverklaring van het onder 8 ten laste gelegde voor zover betrekking hebbend op de zaak van aangeefster [benadeelde partij 3] ook tot dat bedrag beperken.