ECLI:NL:GHARL:2025:7834

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
200.354.913
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:203 lid 1 letter a BWArt. 4:207 BWArt. 4:208 BWArt. 4:218 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep benoeming vereffenaar nalatenschap bij verstoorde familieverhoudingen

De moeder van appellant en vier andere erfgenamen is in 2018 overleden. De nalatenschap wordt beneficiair aanvaard en er was een vereffenaar benoemd door de rechtbank in 2022. Zowel appellant als de vereffenaar verzochten ontslag van de vereffenaar en benoeming van een nieuwe vereffenaar en een rechter-commissaris.

De rechtbank wees de benoeming van een nieuwe vereffenaar af, maar het hof vernietigt deze beschikking. Het hof constateert dat de vereffening nog niet is voltooid, onder meer omdat de rekening en verantwoording nog niet definitief zijn en er nog vorderingen geïnd moeten worden. Daarnaast zijn de verhoudingen tussen de erfgenamen ernstig verstoord, waardoor gezamenlijke vereffening niet mogelijk is.

Het hof wijst het standpunt af dat geschillen beter via een verdelingsprocedure kunnen worden opgelost, omdat de nalatenschap momenteel negatief is en er niets te verdelen valt. Het hof benoemt een nieuwe vereffenaar, wijst de benoeming van een rechter-commissaris af en bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Uitkomst: Het hof benoemt een nieuwe vereffenaar en wijst de benoeming van een rechter-commissaris af.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.354.913
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 573017 en 580601
beschikking van 9 december 2025
in de zaak van
[appellant]
die voor deze zaak [woonplaats1] als woonplaats kiest
advocaat: eerst mr. S. Yntema, nu mr. O.J. Hennis
en
[geïntimneerde1]
die woont in [woonplaats2]
en

1.[geïntimeerde2]

2.
[geïntimeerde3]
3.
[geïntimeerde4]
die wonen in [woonplaats3]
advocaat: mr. J. Witvoet
en
[geïntimeerde5]
die woont in [woonplaats3]

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof (hierna: het hof) tegen de beschikking die de rechtbank Midden-Nederland (Afdeling Toezicht/Bureau Erfrecht) op 21 februari 2025 heeft gegeven (hierna: de bestreden beschikking). Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit:
  • het beroepschrift
  • het verweerschrift van [geïntimneerde1]
  • het verweerschrift van [geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] en [geïntimeerde4]
  • de mail van [geïntimeerde5] van 23 juli 2025
  • een akte overlegging bijlagen (37-42) van [appellant]
  • het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 20 oktober 2025 is gehouden

2.De kern van de zaak

2.1.
De moeder van [appellant] , [geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] , [geïntimeerde4] en [geïntimeerde5] (erflaatster) is in 2018 overleden met achterlating van haar vijf kinderen als haar enige erfgenamen. Erflaatster heeft [geïntimeerde2] en [geïntimeerde4] tot executeurs benoemd. [appellant] en [geïntimeerde5] hebben haar nalatenschap in 2021 beneficiair aanvaard. Op 3 februari 2022 heeft de rechtbank [geïntimneerde1] tot vereffenaar benoemd.
2.2.
[geïntimneerde1] heeft de rechtbank verzocht haar te ontslaan als vereffenaar. Ook [appellant] heeft dat verzoek gedaan. [appellant] heeft verder verzocht een nieuwe vereffenaar te benoemen en een rechter-commissaris te benoemen.
2.3.
De rechtbank heeft [geïntimneerde1] ontslagen als vereffenaar en de overige verzoeken afgewezen. De bedoeling van het hoger beroep van [appellant] is dat zijn afgewezen verzoeken alsnog worden toegewezen.
2.4.
Het hof zal een nieuwe vereffenaar benoemen en licht dat hierna toe. Het hof laat de beschikking van de rechtbank niet in stand en beslist anders.

3.De toelichting op de beslissing van het hof

3.1.
De rechtbank heeft op verzoek van [appellant] [in] 2022 [geïntimneerde1] benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van erflaatster (artikel 4:203 lid 1 letter Pro a BW). Die benoeming was volgens de rechtbank in het belang van alle erfgenamen, omdat zij er zelf als vereffenaars niet in slaagden de nalatenschap samen te beheren en te vereffenen. Vanwege de ernstig verstoorde verhoudingen en de verwijten die zij elkaar over en weer maakten was ook niet te verwachten dat zij de vereffening samen alsnog tot een goed eind zouden kunnen brengen. Na het ontslag van [geïntimneerde1] is dat nog steeds zo en ook nu ziet het niet ernaar uit dat de erfgenamen samen de afwikkeling van de nalatenschap van hun moeder kunnen realiseren. Dat zij alsnog weer samen vereffenaar zijn is dan ook niet in hun belang en ook niet in het belang van de schuldeisers van de nalatenschap.
3.2.
[geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] en [geïntimeerde4] vinden de benoeming van een nieuwe vereffenaar niet nodig, omdat partijen alle geschillen die er zijn bij de afwikkeling van de nalatenschap ook en volgens hen zelfs beter kunnen laten beslechten door de rechter in een verdelingsprocedure. Zij leggen uit dat er geen derden als schuldeisers zijn, maar alleen de erfgenamen zelf (vorderingen op erflaatster uit de ouderlijke boedelverdeling die hun vader heeft gemaakt). Verder kost een vereffenaar veel geld en is er eigenlijk niets meer te vereffenen.
3.3.
Het hof volgt dat standpunt van [geïntimeerde2] , [geïntimeerde3] en [geïntimeerde4] niet om de volgende redenen.
1. De vereffening is nog niet voltooid. [geïntimneerde1] heeft wel een aanvang gemaakt met de vereffening en heeft na haar ontslag van haar werkzaamheden tot dan ook rekening en verantwoording afgelegd aan de erfgenamen, maar dat is slechts een tussentijdse rekening en verantwoording in de zin van artikel 4:207 BW Pro en niet de rekening en verantwoording als is bedoeld in artikel 4:218 lid 1 BW Pro. Die rekening en verantwoording en de uitdelingslijst zijn nog niet gemaakt, laat staan neergelegd op de griffie van de rechtbank. Er is beslist nog het een en ander te doen voor een vereffenaar.
2. De vereffenaar heeft tot taak de nalatenschap als een goed vereffenaar te beheren en te vereffenen. Tot dat beheer hoort ook het innen van vorderingen. In dit geval zijn nog niet alle vorderingen geïnd, terwijl dat voor de voldoening van schulden van de nalatenschap nog wel nodig is. Het hof zal in 3 en 4 hieronder twee van deze vorderingen bespreken.
3. Tot de nalatenschap van erflaatster behoorden 490 aandelen in Intrama Holding BV. Dat was 98% van het geplaatste kapitaal; [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] hielden elk 5 aandelen of elk 1% van het geplaatste kapitaal. Die BV is na het overlijden van erflaatster ontbonden en [geïntimeerde2] is tot vereffenaar benoemd. Kennelijk is die vereffening voltooid. Er is een ‘eindafrekening BV’ van de [accountant] overlegd van [in] 2021 (bijlage 42) waaruit af te leiden is dat van het liquidatieoverschot € 313.238,60 toekomt aan de nalatenschap en dat er kennelijk kosten zijn gemaakt van € 14.469,13 die voor rekening van de nalatenschap zouden komen, zodat na verrekening € 298.769,47 overblijft om uit te keren aan de nalatenschap (lees: de vereffenaar(s)). [geïntimeerde2] heeft als vereffenaar dat overschot nooit betaald aan [geïntimneerde1] en moet dat uiteraard alsnog doen. Aan de andere aandeelhouders van de BV, [geïntimeerde2] en [geïntimeerde3] , is al wel betaald wat hun van het liquidatieoverschot toekomt. Dat is al gebeurd [in] 2021.
4. De rekening en verantwoording over 2015 en de eindrekening en verantwoording van [geïntimeerde2] en [geïntimeerde4] over het meerderjarigenbewind over de goederen van erflaatster zijn niet goedgekeurd. [geïntimneerde1] was als vereffenaar bezig te onderzoeken of [geïntimeerde2] en [geïntimeerde4] in de zorg van een goed bewindvoerder zijn tekortgeschoten en de schade die daardoor is veroorzaakt aan de nalatenschap moeten vergoeden. Dit onderzoek is nog niet afgerond en het is in het belang van de schuldeisers van de nalatenschap en de erfgenamen dat wel te doen.
5. De vraag is gesteld of de erfgenamen deze kwesties en andere geschillen die nog tussen hen spelen niet beter zouden kunnen ‘oplossen’ door die in een verdelingsprocedure bij de rechter aan de orde te stellen. Dat is volgens het hof niet het geval.
6. Op dit moment is de nalatenschap negatief. Uit de rekening en verantwoording van [geïntimneerde1] blijkt dat tot de nalatenschap gelden behoren die op vier bankrekeningen staan met een gezamenlijk eindsaldo van € 488.918,86. De schulden zijn in elk geval de schulden die erflaatster aan elk van haar kinderen/partijen had vanwege de ouderlijke boedelverdeling die de vader van partijen had gemaakt. Die schuld bedraagt volgens de berekening van [geïntimneerde1] per kind € 333.734,95 (stand [in] 2024, te vermeerderen vanaf die dag met een enkelvoudige rente van 8,4% per jaar) of in totaal € 1.668.674,70. Daarnaast is er ook nog het loon van [geïntimneerde1] als vereffenaar dat zij heeft berekend op € 48.420,58 inclusief omzetbelasting. Daarvan is als voorschot [in] 2022 al betaald € 7.697,06. Het hof gaat ervan uit dat in elk geval de vordering op Intrama Holding BV geïnd zal worden. Daarnaast zijn er nog andere mogelijke vorderingen op erfgenamen (bijvoorbeeld ter zake van aansprakelijkheid wegens het gevoerde bewind over het vermogen van erflaatster), maar niet is gebleken dat die zo groot en kansrijk zijn dat na inning de nalatenschap een positief saldo zal hebben. Als alle mogelijke vorderingen zijn geïnd is er geld om een deel van de schulden te betalen, maar er is geen overschot om af te geven aan de erfgenamen en om te verdelen. Een verdelingsprocedure is dan ook niet zinvol, omdat er niets te verdelen valt.
3.4.
Het hof zal mr. [naam1] benoemen tot vereffenaar. Het hof zal geen rechter-commissaris benoemen. Dat is aan de rechtbank (artikel 4:208 BW Pro).
De conclusie
3.5.
Het hoger beroep slaagt, met uitzondering van de benoeming van een rechter-commissaris.
3.6.
Het hof bepaalt dat iedere partij de eigen kosten moet dragen omdat partijen ieder deels gelijk/ongelijk hebben gekregen en vanwege de aard van de zaak (familieverhoudingen).

4.De beslissing

Het hof:
4.1.
vernietigt de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 21 februari 2025;
4.2.
benoemt met ingang van de dag van deze beschikking de heer [naam1] ,
werkzaam bij [naam2] Notarissen in [woonplaats4]
Telefoon [nummer1]
E-mail [emailadres1]
tot vereffenaar van de nalatenschap van [erflaatster] , geboren te [griekenland] [in] 1927 en overleden [in] 2018 in [gemeente1]
4.3.
draagt de griffier van de rechtbank Midden-Nederland op de benoeming van deze vereffenaar onverwijld in het boedelregister in te schrijven;
4.4.
draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de Staatscourant;
4.5.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt van deze procedure;
4.6.
wijst af wat meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.H. Lieber, M.L. van der Bel en L. Hamer en is in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.