De kinderrechter in de rechtbank Gelderland heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige verlengd tot 8 december 2025. De ouders zijn tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan, stellende dat zij bereid waren tot hulpverlening en uitbreiding van omgang, maar dat dit nog niet voldoende was ingezet.
Het hof heeft de stukken bestudeerd en tijdens de zitting op 11 november 2025 de ouders, hun advocaat, een begeleider en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling gehoord. Het hof overweegt dat de machtiging terecht is verleend omdat de minderjarige niet thuis kan wonen en verder onderzoek naar de opvoedsituatie noodzakelijk is.
Hoewel het hof erkent dat gewerkt moet worden aan thuisplaatsing, zijn de zorgen over de thuissituatie nog niet weggenomen. De ouders krijgen opvoedondersteuning en omgangsbegeleiding, die inmiddels is gestart, en de omgang verloopt goed. Toch blijft onduidelijk wat nodig is om de zorgen weg te nemen, waardoor de machtiging tot uithuisplaatsing op goede gronden is gegeven.
Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter van 24 juli 2025, waarmee de machtiging tot uithuisplaatsing is verlengd tot 8 december 2025.