ECLI:NL:GHARL:2025:7710

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
200.359.372
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b lid 1 BWArt. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens aanhoudende zorgen over thuissituatie

De kinderrechter in de rechtbank Gelderland heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige verlengd tot 8 december 2025. De ouders zijn tegen deze beslissing in hoger beroep gegaan, stellende dat zij bereid waren tot hulpverlening en uitbreiding van omgang, maar dat dit nog niet voldoende was ingezet.

Het hof heeft de stukken bestudeerd en tijdens de zitting op 11 november 2025 de ouders, hun advocaat, een begeleider en een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling gehoord. Het hof overweegt dat de machtiging terecht is verleend omdat de minderjarige niet thuis kan wonen en verder onderzoek naar de opvoedsituatie noodzakelijk is.

Hoewel het hof erkent dat gewerkt moet worden aan thuisplaatsing, zijn de zorgen over de thuissituatie nog niet weggenomen. De ouders krijgen opvoedondersteuning en omgangsbegeleiding, die inmiddels is gestart, en de omgang verloopt goed. Toch blijft onduidelijk wat nodig is om de zorgen weg te nemen, waardoor de machtiging tot uithuisplaatsing op goede gronden is gegeven.

Het hof bekrachtigt daarom de beschikking van de kinderrechter van 24 juli 2025, waarmee de machtiging tot uithuisplaatsing is verlengd tot 8 december 2025.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 8 december 2025 vanwege aanhoudende zorgen over de thuissituatie.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.359.372
(zaaknummer rechtbank Gelderland 449459)
beschikking van 4 december 2025
over de uithuisplaatsing van [de minderjarige]
in de zaak van

1.[verzoeker] (de vader)

2. [verzoekster](de moeder)
die wonen in [woonplaats]
advocaat: mr. F. Pool
en
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering(de GI)
die is gevestigd in Amsterdam

1.Samenvatting

De kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] verlengd tot 8 december 2025. Het hof beslist dat dit zo moet blijven en legt hierna uit waarom.

2.De feiten

2.1.
[de minderjarige] is geboren [in] 2024. De ouders hebben samen het gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] staat onder toezicht van de GI sinds 30 januari 2025. Zij verblijft in een gezinshuis sinds 27 februari 2025.

3.De procedure bij de kinderrechter

3.1.
De GI heeft de kinderrechter verzocht [de minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling (tot 30 januari 2026) uit huis te mogen plaatsen.
3.2.
De kinderrechter heeft de GI gemachtigd om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 30 mei 2025. Daarna heeft de kinderrechter de machtiging verlengd tot 8 augustus 2025 en de behandeling van de zaak voor het overige aangehouden.
3.3.
De kinderrechter heeft vervolgens de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] (in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder) verlengd tot 8 december 2025.
3.4.
Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 24 juli 2025 (de bestreden beschikking).

4.De procedure bij het hof

4.1.
De ouders zijn het niet eens met de beslissing van de kinderrechter. Zij komen daarvan in hoger beroep. Zij willen dat het hof de beslissing van de kinderrechter ongedaan maakt.
4.2.
De GI wil dat de beslissing in stand blijft.
De informatie die het hof heeft ontvangen
4.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift
  • het verweerschrift van de GI
  • een journaalbericht van mr. Pool van 28 oktober 2025 met bijlagen
4.4.
De zitting bij het hof was op 11 november 2025. Aanwezig waren:
  • de ouders met hun advocaat en een begeleider (aan wie bijzondere toegang is verleend)
  • een vertegenwoordiger van de GI

5.Het oordeel van het hof

Wat staat in de wet?
5.1.
De kinderrechter kan een machtiging geven een kind uit huis te plaatsen. De kinderrechter kan die machtiging geven als dat noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van het kind of voor onderzoek van het kind [1] . De kinderrechter kan die machtiging ook verlengen als de GI of de raad dat verzoeken [2] .
Hoe oordeelt het hof?
5.2.
De machtiging voor de uithuisplaatsing van [de minderjarige] loopt tot 8 december 2025. De kinderrechter heeft terecht de machtiging aan de GI gegeven, omdat [de minderjarige] niet thuis kan wonen en (verder) onderzoek naar de opvoedsituatie voor [de minderjarige] noodzakelijk is. De beslissing van de kinderrechter zal in stand blijven (worden bekrachtigd). Het hof legt deze beslissing hierna uit.
5.3.
De ouders kunnen zich niet verenigen met de uithuisplaatsing van [de minderjarige] . Zij waren bereid om de inzet van hulpverlening en uitbreiding van de omgang met [de minderjarige] af te wachten, maar ten tijde van de indiening van het beroepschrift was dat nog niet van de grond gekomen. In de afgelopen periode is volgens de ouders nagenoeg niets ingezet om thuisplaatsing van [de minderjarige] mogelijk te maken.
De GI is van mening dat de uithuisplaatsing nodig is en blijft om de zorg voor [de minderjarige] te kunnen continueren en haar ontwikkeling veilig te stellen tot meer bekend is over de pedagogische vaardigheden van de ouders.
5.4.
Het hof volgt de ouders in hun stelling dat, zolang er sprake is van een ondertoezichtstelling en een uithuisplaatsing van [de minderjarige] , gewerkt moet worden aan thuisplaatsing. Echter, anders dan de ouders vindt het hof niet dat de zorgen over hun thuissituatie nu voldoende zijn weggenomen en dat [de minderjarige] weer bij de ouders kan worden geplaatst.
Zoals de kinderrechter eerder heeft overwogen, kan de inzet van [naam] de ouders opvoedondersteuning en omgangsbegeleiding bieden, zodat meer duidelijkheid komt over hun (opvoed)vaardigheden en -mogelijkheden. Gebleken is dat die ondersteuning en begeleiding inmiddels op gang is gekomen (vanaf eind augustus 2025) en dat de ouders aanvankelijk twee, en nu drie uur per week omgang hebben met [de minderjarige] . Ter zitting van het hof is ook met de ouders besproken dat de omgang op dit moment goed verloopt. Toch zijn er op dit moment nog steeds zorgen over de opvoedsituatie van [de minderjarige] bij de ouders en is nog onduidelijk wat nodig is om die zorgen weg te nemen zodat [de minderjarige] thuis kan worden geplaatst. Verder onderzoek naar de veiligheid van en de risico’s voor [de minderjarige] in de opvoedsituatie bij de ouders is nog nodig en de machtiging tot uithuisplaatsing is daarom op goede gronden gegeven.
5.5.
De beslissing van de kinderrechter zal daarom in stand blijven (worden bekrachtigd).

6.De beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, van 24 juli 2025 voor zover de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] is verlengd tot 8 december 2025.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, M.H.F. van Vugt en A.T. Bol, bijgestaan door mr. Th.H.M. Lueb als griffier, is getekend door mr. Van Vugt en is op 4 december 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.artikel 1:265b lid 1 BW.
2.artikel 1:265c lid 2 BW.