Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Samenvatting
2.De feiten
3.De procedure bij de kinderrechter
4.De procedure bij het hof
5.De redenen voor de beslissing van het hof
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder oefent het ouderlijk gezag uit over haar minderjarige kind, dat sinds eind 2021 onder toezicht is gesteld en uit huis geplaatst vanwege zorgen over de opvoedsituatie, waaronder cannabisgebruik en een onveilige woonomgeving. De kinderrechter verlengde de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing tot juni 2026.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze verlenging. Het hof stelde vast dat de situatie van de moeder zich heeft gestabiliseerd, zij open is over haar verleden en cannabisgebruik, en dat het kind zich goed ontwikkelt bij de pleegouders. Er zijn geen actuele bedreigingen voor de ontwikkeling van het kind meer.
Hoewel er geen nieuw perspectiefonderzoek is uitgevoerd, is de uitvoering van de ondertoezichtstelling beperkt geweest en is een terugplaatsing naar de moeder onvermijdelijk vanwege de ziekte van de pleegmoeder. Het hof oordeelt dat de wettelijke eisen voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing niet langer zijn vervuld en wijst het verzoek tot verlenging af met ingang van 1 januari 2026.
Het kind zal terugkeren naar zijn moeder, wat ook in zijn belang is om de overgang goed te laten verlopen en afscheid te nemen van zijn huidige omgeving. De beschikking van de kinderrechter wordt voor de periode tot 1 januari 2026 bekrachtigd en voor daarna vernietigd.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing worden per 1 januari 2026 beëindigd en het kind keert terug naar zijn moeder.