Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verder te noemen: [verzoekster]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 2 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de ontvankelijkheid van verzoekster in een geschil met de moeder van haar kinderen. De vader en de moeder zijn de ouders van twee minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2022, en hebben gezamenlijk het gezag over hen. De vader was eerder getrouwd met verzoekster, die nu in hoger beroep is gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 3 december 2024. Deze beschikking was een tussenbeschikking, waarin de rechtbank had besloten om de behandeling van de zaak aan te houden en de raad voor de kinderbescherming te verzoeken een onderzoek in te stellen naar de zorgregeling en de hoofdverblijfplaats van de kinderen. Verzoekster heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij als belanghebbende moet worden aangemerkt en heeft verzocht de beschikking te vernietigen. De moeder heeft verweer gevoerd en verzocht de beschikking te bekrachtigen. Het hof heeft geoordeeld dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep, omdat de beschikking van de rechtbank geen eind- of deelbeschikking is en verzoekster geen verlof heeft verkregen voor het instellen van hoger beroep. Het hof heeft de proceskosten in hoger beroep gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.