In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, van 3 oktober 2025. De rechtbank had eerder het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte toegewezen. Het hof heeft de beslissing van de rechtbank vernietigd en het verzoek tot hernieuwde schorsing afgewezen. De verdachte, die niet gedetineerd is, was eerder onder voorwaarden geschorst, maar het hof oordeelt dat de rol van de verdachte bij de tenlastegelegde feiten nu duidelijker is vastgesteld, wat leidt tot een andere afweging van de belangen bij de beoordeling van het schorsingsverzoek. De verdachte was betrokken bij het opzettelijk vervoeren en verkopen van cocaïne en had een cruciale rol in de organisatie van deze activiteiten. Het hof heeft vastgesteld dat de ernstige bezwaren tegen de verdachte, waaronder zijn organiserende rol en het feit dat hij anderen de risicovolle taken liet uitvoeren, zwaarder wegen dan de persoonlijke omstandigheden die de verdediging aanvoerde. Het hof concludeert dat het recidiverisico niet voldoende kan worden ingeperkt door bijzondere voorwaarden, en dat de eerdere schorsing niet meer kan worden voortgezet. De beslissing van de rechtbank tot schorsing van de voorlopige hechtenis is derhalve vernietigd.