De zaak betreft een geschil over de wijziging van kinderalimentatie na echtscheiding tussen de vrouw en de man. De rechtbank had de alimentatie verhoogd met ingang van 1 januari 2024, maar de vrouw vorderde in hoger beroep een terugwerkende kracht vanaf 1 september 2022.
Het hof overweegt dat de rechter grote vrijheid heeft bij het bepalen van de ingangsdatum van alimentatieverplichtingen, maar terugwerkende kracht dient terughoudend te worden toegepast vanwege mogelijke ingrijpende gevolgen. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof op basis van de stukken dat een terugwerkende wijziging gerechtvaardigd is, mede omdat de man sinds 15 september 2022 extra inkomsten uit verhuur heeft.
De man heeft onvoldoende onderbouwd dat hij reeds betalingen heeft gedaan ter dekking van de kosten. Het hof stelt de kinderalimentatie daarom vast op € 227,66 per kind per maand voor de periode 1 september 2022 tot 1 januari 2023 en € 235,40 per kind per maand voor de periode 1 januari 2023 tot 1 januari 2024. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.