Uitspraak
[verdachte] ,
Het hoger beroep
Het onderzoek van de zaak
De onderzoekwensen
Beoordeling door het gerechtshof
nade aan verdachte ten laste gelegde gedragingen. Zo bezien bestaat er geen noodzaak tot dat onderzoek in verband met de beantwoording van de vragen die volgen ut de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van strafvordering. Daarnaast heeft de verdachte onvoldoende onderbouwd wat er concreet zou moeten worden onderzocht en op welke wijze onderzoek zou moeten plaatsvinden. Onderzoek naar - het gerechtshof begrijpt: een kogelinslag op - een vangrail brengt niet zonder meer mee dat gegevens worden verkregen over de vraag of er al dan niet een waarschuwingsschot is gelost.
nietaan het gerechtshof heeft verzocht om het nader horen van verbalisant(en) over het aspect dat de verdachte op de zitting van 7 november 2025 heeft benoemd. Daartoe is voor hem wél gelegenheid geweest, gelet op het hierboven weergegeven verloop inzake de onderzoekwensen van de verdediging en zijn aanwezigheid bij de voornoemde twee verbalisanten, waar het onderwerp ook aan de orde is geweest.
BESLISSING
opdracht om de camerabeelden aan het gerechtshof te verstrekken.
onbepaalde tijd, zij het maximaal voor de duur van drie maanden. De klemmende reden op grond waarvan het onderzoek niet binnen een maand na heden kan worden hervat is het zittingsrooster van het gerechtshof.