In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 25 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep inzake de zorgregeling tussen een moeder en haar twee minderjarige kinderen, [minderjarige1] en [minderjarige2]. De moeder was in hoger beroep gegaan tegen een eerdere beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland, die op 20 maart 2025 een zorgregeling had vastgesteld. De kinderrechter had bepaald dat de moeder en de kinderen één keer in de vier weken op neutraal terrein onder begeleiding van een medewerker van Het Opstapje contact mochten hebben. De moeder was het niet eens met deze regeling en verzocht het hof om een ruimere omgangsregeling.
Tijdens de mondelinge behandeling op 28 oktober 2025 bleek dat de omstandigheden rondom de moeder aanzienlijk waren gewijzigd. De moeder was enige tijd vermist geweest en had problemen met de politie, waaronder het aantreffen van drugs in haar woning. Het hof oordeelde dat de moeder op dat moment niet in staat was om een betrouwbare ouder te zijn voor de kinderen, die al eerder onder toezicht waren gesteld. Het hof besloot daarom om de bestreden beschikking te vernietigen en het contact tussen de moeder en de kinderen stop te zetten tot de moeder voldoet aan de voorwaarden die de gecertificeerde instelling (GI) zal opstellen voor contactherstel. Deze beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Het hof benadrukte dat het beperken van contact tussen ouder en kind een inbreuk op het 'family life' vormt en dat dit alleen mag gebeuren als het in het belang van de minderjarige is. De beslissing van het hof is genomen met het oog op de veiligheid en het welzijn van de kinderen, die behoefte hebben aan een stabiele en betrouwbare ouder.