Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De motivering van de beslissing
- [minderjarige1] , geboren [in] 2012;
- [minderjarige2] , geboren [in] 2014.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak, behandeld door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, is er een hoger beroep ingesteld door de vader in een geschil over de zorgregeling voor hun kinderen, [minderjarige1] en [minderjarige2]. De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen, die respectievelijk zijn geboren in 2012 en 2014. De vader en moeder zijn in geschil over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, met name over de verblijfsduur van de kinderen bij de vader en de logistiek van het brengen en halen van de kinderen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 23 september 2025 hebben beide ouders verklaard dat de kinderen momenteel twee weekenden achtereen bij de vader verblijven, gevolgd door twee weekenden bij de moeder. Echter, uit gesprekken met de kinderen op 27 oktober 2025 bleek dat zij liever niet meer naar de vader gaan, wat hen als belastend wordt ervaren. Het hof heeft deze gevoelens serieus genomen en besloten dat de kinderen om het weekend bij de vader zullen verblijven, in plaats van de door de vader verzochte regeling van twee van de drie weekenden.
Het hof heeft ook bepaald dat de ouders de verantwoordelijkheid voor het brengen en halen van de kinderen gelijk moeten verdelen. Dit houdt in dat de moeder de kinderen op vrijdag naar de vader brengt en de vader de kinderen op zondag terugbrengt naar de moeder. Het hof heeft begrip voor de frustraties van de vader, maar benadrukt dat de kinderen ouder worden en hun eigen leven opbouwen. De beslissing van het hof is genomen met het welzijn van de kinderen in het achterhoofd, waarbij het belangrijk is dat zij regelmatig contact houden met beide ouders. De beschikking is uitgesproken op 25 november 2025.