Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 20 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 14 februari 2025. De vader, die in hoger beroep is gekomen, verzocht om het gezamenlijk gezag over zijn kinderen te herstellen en om een omgangsregeling vast te stellen. De rechtbank had eerder bepaald dat het ouderlijk gezag alleen aan de moeder toekomt en dat er geen omgangsregeling tussen de vader en de kinderen geldt. Het hof heeft de beschikking van de rechtbank bekrachtigd, waarbij het heeft overwogen dat de vader sinds de scheiding grotendeels afwezig is in het leven van de kinderen en dat er onvoldoende communicatie is tussen de ouders om gezamenlijk gezag uit te oefenen. De vader heeft verzocht om de benoeming van een bijzondere curator en een raadsonderzoek, maar het hof heeft deze verzoeken afgewezen, omdat het zich voldoende voorgelicht achtte om een beslissing te nemen. Het hof heeft vastgesteld dat de omgang met de vader op dit moment niet in het belang van de kinderen is, gezien hun trauma en de eerdere negatieve ervaringen met omgang. Het hof heeft wel geadviseerd dat de kinderen therapie krijgen om hun beeld van de vader te kunnen bijstellen. De moeder is verplicht om de vader op de hoogte te houden van belangrijke zaken omtrent de kinderen, zoals hun gezondheid en school.