In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 20 november 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van vier minderjarigen en de vaststelling van een definitieve zorgregeling. De zaak betreft een complexe gezinsdynamiek waarbij de ouders van de kinderen, de vader en de moeder, in een conflictueuze relatie verkeren, wat heeft geleid tot ernstige problematiek bij de kinderen. Het hof verwijst naar een eerdere tussenbeschikking van 11 maart 2025 en constateert dat de situatie van de kinderen, die onderhevig zijn aan traumagerelateerde klachten en hechtingsproblematiek, niet is verbeterd sinds hun uithuisplaatsing. De ouders hebben beiden hun zorgen geuit over de gang van zaken en de hulpverlening, maar het hof oordeelt dat de kinderen voorlopig niet bij de ouders kunnen wonen. De moeder heeft weliswaar haar medewerking aan een onderzoek toegezegd, maar de vader heeft dit nog niet gedaan. Het hof benadrukt dat het noodzakelijk is om eerst te onderzoeken wat de kinderen nodig hebben voordat er stappen worden ondernomen richting terugplaatsing. De voorlopige zorgregeling, die eerder was vastgesteld, wordt als definitief vastgesteld, waarbij de kinderen wekelijks contact hebben met beide ouders. Het hof wijst verzoeken van de ouders om een uitgebreidere zorgregeling af, omdat de huidige regeling in het belang van de kinderen wordt geacht. De beschikking van de rechtbank Gelderland wordt bekrachtigd, en eerdere beschikkingen worden vernietigd.