Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Samen Veilig Midden-Nederland,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
- de gezinsvoogd ontvangt uiterlijk een maand van tevoren het werkrooster van de vader. Naar aanleiding daarvan deelt zij twee momenten in waarin [de minderjarige2] 1,5 dag bij de vader verblijft volgens de nu geldende regeling die is afgesproken (anders dan het ouderschapsplan) en daarnaast twee losse dagen in de maand van 8.30 uur 's morgens tot 18.30 uur 's avonds en bij schooldagen vanuit school tot 18.30 uur 's avonds:
- [de minderjarige2] verblijft in de kleine vakanties (zoals herfstvakantie/voorjaarsvakantie etc.)
- de gezinsvoogd ontvangt uiterlijk een maand van tevoren het werkrooster van de vader. Naar aanleiding daarvan plant de GI één keer per maand een activiteit van [de minderjarige1] met de vader, waarbij de GI, uitgaande van het belang van [de minderjarige1] en in overleg met haar, de aanvangs- en eindtijden van deze momenten bepaalt. Hierin wordt niet gesproken over wat er in het verleden is gebeurd, maar is gericht op het hebben van een fijn onderling contact;
- bovenstaande wordt ook gehandhaafd in de vakanties, met feestdagen, etc.
4.De omvang van het geschil
primair, het verzoek van de vader zoals weergegeven in punt IV van het petitum van zijn verweerschrift in eerste aanleg alsnog toe te wijzen en aldus te bepalen dat het GDO bij [naam1] dient te worden voortgezet, dat partijen alsnog dienen deel te nemen aan het traject bij [naam2] dan wel met het TOP-traject bij [naam3] , het TOV-traject bij [naam4] dan wel een ander door Uw Gerechtshof in goede justitie te bepalen hulptraject, althans,