In deze zaak gaat het om een verzoek tot voorlopige zorgregeling en vervangende toestemming voor deelname van een minderjarige aan het Rijksvaccinatieprogramma. De ouders van de minderjarige, die in 2023 is geboren, zijn gezamenlijk belast met het gezag. De moeder is met de minderjarige naar Turkije vertrokken, waar zij sinds 2024 verblijven. De rechtbank Gelderland heeft in een eerdere beschikking van 24 januari 2025 een voorlopige zorgregeling vastgesteld en de vader vervangende toestemming verleend voor deelname van de minderjarige aan het Rijksvaccinatieprogramma tot 24 maanden. De moeder is in hoger beroep gegaan tegen deze beschikking, met als doel de toestemming van de vader te ontzeggen en een andere zorgregeling te verzoeken. Het hof heeft de mondelinge behandeling op 21 oktober 2025 gehouden, waarbij beide ouders en hun advocaten aanwezig waren. Het hof heeft de verzoeken van de moeder en de vader beoordeeld en is tot de conclusie gekomen dat de vader vervangende toestemming krijgt voor deelname aan het Rijksvaccinatieprogramma. Tevens is er een voorlopige regeling vastgesteld voor de zorg- en opvoedingstaken, waarbij de minderjarige om de veertien dagen een weekend bij de vader verblijft. De beschikking is op 11 november 2025 uitgesproken en is uitvoerbaar bij voorraad.