Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
4.De beslissing
is in het openbaar uitgesproken op 4 november 2025.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen, ex-partners, hebben een affectieve relatie gehad en de inboedel van de vrouw is verhuisd van haar voormalige woning in Nederland naar de woning van de man in Spanje. Na het beëindigen van de relatie heeft de vrouw herhaaldelijk gevraagd om haar spullen terug, waarvoor zij transportkosten heeft betaald, maar de man gaf de spullen niet af.
De voorzieningenrechter heeft de man veroordeeld tot afgifte van de spullen, medewerking aan verhuizers en betaling van een dwangsom bij niet-naleving. Beide partijen gingen in hoger beroep: de man wilde de voorzieningen geweigerd zien, de vrouw wilde ook de Richmond spullen toegewezen krijgen.
Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. Het hof bespreekt per onderdeel welke spullen nog aanwezig zijn en bevestigt dat de man de spullen die er zijn moet afgeven, met uitzondering van zaken die niet meer aanwezig zijn. De man wordt ook veroordeeld tot afgifte van de Richmond spullen.
De klachten van de man over onnodigheid van veroordeling en dwangsom worden verworpen vanwege de moeizame teruggavepraktijk. De vrouw moet haar spullen zo spoedig mogelijk ophalen. Het hof bepaalt dat ieder zijn eigen proceskosten draagt en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt de man tot afgifte van alle aanwezige spullen, inclusief Richmond spullen, met uitzondering van niet meer aanwezige zaken.