ECLI:NL:GHARL:2025:681
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak vernieling ei beschermde vogel wegens onvoldoende bewijs
Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 16 mei 2023 in de gemeente een ei en/of nest van een in het wild levende beschermde vogelsoort had vernield. De militaire politierechter sprak verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs dat het ei en nest daadwerkelijk van een beschermde vogelsoort waren.
Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen deze vrijspraak. Het hof onderzocht de zaak op 23 januari 2025 en nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging van verdachte. Het hof oordeelde dat niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat het vernielde ei afkomstig was van een vogelsoort als bedoeld in artikel 1 van Pro de Vogelrichtlijn.
De enkele verklaring van een ecoloog dat het om een Canadese gans zou gaan was onvoldoende onderbouwd, en de foto’s van het ei waren te onduidelijk om dit vast te stellen. Verdachte had wel erkend dat hij met een steen een ei had kapot gegooid, maar het hof vond het bewijs onvoldoende om hem te veroordelen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter om proces-economische redenen en sprak verdachte opnieuw vrij. De uitspraak werd gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden op 6 februari 2025.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het vernielde ei van een beschermde vogelsoort was.