ECLI:NL:GHARL:2025:6721

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 oktober 2025
Publicatiedatum
30 oktober 2025
Zaaknummer
200.351.108
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en kinderalimentatie in hoger beroep tussen ouders van minderjarige kinderen

In deze zaak, behandeld door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 30 oktober 2025, gaat het om een hoger beroep inzake de zorgregeling en kinderalimentatie tussen de ouders van twee minderjarige kinderen, [minderjarige1] en [minderjarige2]. De vader, vertegenwoordigd door mr. B.A.T. Brouwer, en de moeder, vertegenwoordigd door mr. G.W. Wullink, hebben beiden hun verzoeken in hoger beroep ingediend na een eerdere beschikking van de rechtbank Gelderland op 12 november 2024. De vader verzoekt om wijziging van de zorgregeling en een aanpassing van de kinderalimentatie, terwijl de moeder in incidenteel hoger beroep gaat tegen de zorgregeling.

Tijdens de mondelinge behandeling op 18 september 2025 hebben de ouders overeenstemming bereikt over de reguliere zorgregeling, die door het hof is vastgelegd. Het hof heeft de bestreden beschikking van de rechtbank vernietigd voor wat betreft de zorgregeling en de nieuwe afspraken bevestigd. De ouders hebben afgesproken dat de kinderen in een afwisselend schema bij hen verblijven, waarbij de vader en moeder om de week zorg dragen voor de kinderen.

Wat betreft de kinderalimentatie heeft het hof de eerdere beslissing van de rechtbank bekrachtigd, waarbij de vader een bijdrage van € 95,- per kind per maand zal betalen, oplopend naar € 274,- per kind per maand. Het hof heeft de verzoeken van de vader met betrekking tot de kinderbijslag en de verblijfsoverstijgende kosten afgewezen, omdat de moeder de hoofdverblijfplaats van de kinderen heeft en derhalve verantwoordelijk is voor deze kosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.351.108
(zaaknummer rechtbank Gelderland 436845)
beschikking van 30 oktober 2025
inzake
[verzoeker],
wonende te [woonplaats1] , gemeente [naam1] ,
verzoeker in het principaal hoger beroep,
verweerder in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de vader,
advocaat: mr. B.A.T. Brouwer,
en
[verweerster],
wonende te [woonplaats2] , gemeente [naam2] ,
verweerster in het principaal hoger beroep,
verzoekster in het incidenteel hoger beroep,
verder te noemen: de moeder,
advocaat: mr. G.W. Wullink.

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 12 november 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 1 februari 2025;
- het verweerschrift tevens incidenteel hoger beroep en verzoek tot wijziging zorgregeling met producties;
- het verweerschrift in het incidenteel hoger beroep.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 18 september 2025 plaatsgevonden.
Aanwezig waren:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.

3.De feiten

3.1
Partijen zijn de ouders van:
- [minderjarige1] , geboren [in] 2018 (hierna: [minderjarige1] );
- [minderjarige2] , geboren [in] 2020 (hierna: [minderjarige2] ),
over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. [minderjarige1] en [minderjarige2] wonen bij de moeder.
3.2
De rechtbank heeft in de beschikking van 10 april 2025:
- de beslissing op het verzoek tot wijziging van de zorgregeling van de bestreden beschikking aangehouden tot 10 oktober 2025 pro forma;
- een voorlopige zorgregeling vastgelegd waarbij de kinderen bij de vader verblijven:
- gedurende de periode dat [minderjarige1] zwemles voor A-diploma volgt:
 in de even weken van woensdag 16.00 uur tot vrijdag naar school;
 in de oneven weken van woensdag 16.00 uur tot zondag 16.30 uur,
- gedurende de periode dat [minderjarige1] zwemles voor B-diploma volgt:
 in de even weken van woensdag 16.00 uur tot vrijdag naar school;
 in de oneven weken van woensdag 17.00 uur tot zondag 16.30 uur,
- vastgesteld dat de moeder recht heeft op de kinderbijslag vanaf het vierde kwartaal van 2024 en dat de moeder de terugbetaling aan haar via de Sociale Verzekeringsbank gaat regelen zodat de vader aan de SVB betaalt en de SVB aan de moeder.
De voorlopige zorgregeling en de regeling over de kinderbijslag zijn uitvoerbaar bij voorraad bepaald.
De verzoeken van de moeder tot wijziging van het gezamenlijk gezag in eenhoofdig gezag en tot vaststelling van een voorlopige zorgregeling op verbeurte van een dwangsom, zijn afgewezen.

4.De omvang van het geschil

4.1
Tussen partijen zijn in geschil de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken tussen hen betreffende [minderjarige1] en [minderjarige2] en de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen (hierna ook: kinderalimentatie).
Bij de bestreden beschikking is, voor zover hier van belang en uitvoerbaar bij voorraad, een zorgregeling vastgesteld waarbij [minderjarige1] en [minderjarige2] :
week 1
- van maandag uit school tot woensdag na zwemles (16.00 uur) bij de moeder, en
- van woensdag na zwemles (16.00 uur) tot maandagochtend naar school bij de vader verblijven,
week 2
- van maandag uit school tot woensdag uit school bij de moeder;
- van woensdag uit school tot vrijdag 18.00 uur bij de vader (hij haalt de kinderen woensdag op uit school en gaat met hen naar zwemles), en
- vrijdag 18.00 uur tot maandag naar school bij de moeder verblijven.
In de zomervakantie verblijven de kinderen twee aaneengesloten weken bij de moeder. In de overige weken loopt de zorgregeling door.
Verder heeft de rechtbank bepaald dat de vader met ingang van 5 juni 2024 tot 1 september 2024 als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen een bedrag van € 95,- per kind per maand aan de moeder zal betalen en vanaf 1 september 2024 een bedrag van € 274,- per kind per maand.
4.2
De vader is met drie grieven in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.
De eerste twee grieven zien op de zorgregeling en de derde grief ziet op de vastgestelde kinderalimentatie.
De vader verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen voor zover het betreft de zorgregeling en de kinderalimentatie, en, opnieuw beschikkende, een andere zorgregeling vast te leggen en de door de vader te betalen kinderalimentatie op nihil te stellen met ingang van 5 juni 2024 en in ieder geval met ingang van 1 september 2024 en te bepalen dat de vader aanvrager van de kinderbijslag wordt zodat hij het kgb kan ontvangen en te bepalen dat de vader zorgdraagt voor het betalen van de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen.
4.3
De moeder is op haar beurt met één grief in incidenteel hoger beroep gekomen. De grief ziet op de zorgregeling.
De moeder vraagt het hof de verzoeken van de vader in principaal appel af te wijzen.
De moeder verzoekt het hof in incidenteel hoger beroep de bestreden beschikking, voor zover het de zorgregeling betreft, te vernietigen en, opnieuw beschikkende, een andere zorgregeling te bepalen.
4.4
De vader voert verweer en hij vraagt het hof de verzoeken van de moeder in incidenteel hoger beroep af te wijzen.

5.De motivering van de beslissing

Zorgregeling
5.1
Tijdens de mondelinge behandeling hebben de ouders overeenstemming bereikt over de reguliere zorgregeling en het hof verzocht die overeenstemming in een beschikking vast te leggen.
De ouders hebben afgesproken dat [minderjarige1] en [minderjarige2] op de volgende momenten bij de vader zullen verblijven:
- week 1 (even weken): van donderdag uit school tot en met maandagochtend naar school;
- week 2 (oneven weken): van donderdag uit school tot vrijdag 18.00 uur.
Hieruit leidt het hof af dat de ouders hun verzoeken in hoger beroep dienovereenkomstig hebben gewijzigd. Het hof zal de bestreden beschikking voor zover het betreft de reguliere zorgregeling vernietigen en de afgesproken zorgregeling in het dictum opnemen.
Kinderalimentatie
5.2
Partijen discussiëren over de vraag wie aanspraak maakt op kgb en kinderbijslag en wie de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen betaalt.
5.3
De vader heeft zijn stelling dat hij de verblijfsoverstijgende kosten betaalt, bij gemotiveerde betwisting door de moeder, onvoldoende onderbouwd, zodat het hof daaraan voorbij gaat. Het hof overweegt dat van de moeder wordt verwacht dat zij de verblijfsoverstijgende kosten van de kinderen voldoet, zoals zij zelf ook stelt, omdat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij haar hebben. Dit komt overeen met de aanbeveling hierover van de Expertgroep Alimentatienormen. Uit deze aanbeveling blijkt dat de ouder bij wie het kind het hoofdverblijf heeft deze kosten betaalt en daarvoor 30% van het eigen aandeel vermeerderd met de kinderbijslag ter beschikking heeft. Dit betekent dus dat de vrouw aanspraak maakt op de volledige kinderbijslag. Mocht de vader daarnaast graag zelf kleding voor de kinderen willen kopen dan kan hij dat uit zijn vrije ruimte doen, zoals dat gebruikelijk is. Overigens is het hof niet gebleken dat de kinderen geen kleding hebben.
Wat betreft het kgb, begrijpt het hof dat de vader deze al ontvangt vanaf 1 september 2024, zodat hij geen belang meer heeft bij zijn verzoek.
5.4
Op basis van het vorenstaande is er geen aanleiding om de berekening van de door de rechtbank vastgestelde kinderalimentatie te wijzigen, zodat het hof de beslissing hierover zal bekrachtigen. Verder zal het hof de verzoeken van de vader over het kgb en de kinderbijslag op grond van hetgeen in 5.3 staat afwijzen.

6.De beslissing

Het hof, beschikkende in het principaal en het incidenteel hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 12 november 2024, voor zover het betreft de vastgestelde reguliere zorgregeling, en in zoverre opnieuw beschikkende:
verdeelt de (reguliere) zorg- en opvoedingstaken tussen de vader en de moeder aldus dat [minderjarige1] en [minderjarige2] bij de vader verblijven:
- week 1 (even weken): van donderdag uit school tot en met maandagochtend naar school;
- week 2 (oneven weken): van donderdag uit school tot vrijdag 18.00 uur.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 12 november 2024, voor zover het betreft de vastgestelde kinderalimentatie;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R. Feunekes, S. Kuijpers en I.J. Pieters, bijgestaan door mr. L.J.G. Scheffer-Overbeek als griffier, en is op 30 oktober 2025 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.